Toen zij dien morgen uitging, begaf zij zich dadelijk naar het Palazzo
Ruspoli.
--Is zijne Excellentie al vertrokken?
De portier boog eerbiedig, vertrouwelijk.
--Een uur geleden, signora. Zijne Excellentie liet mij achter een brief
en een pakje, om u te overhandigen, als u mocht aankomen. Vergunt u mij
even te halen....
Hij ging en kwam spoedig terug, en bood Cornélie pakje en brief.
Zij verwijderde zich door een zijstraat van het Corso, zij opende de
enveloppe en vond tusschen eenige banknoten een briefje:
Mijn zeer vereerde.
Ik ben zoo blij, dat u zich eindelijk tot mij gewend heeft en zoo
zal Urania het ook goed vinden. Ik geloof geheel in haar geest te
handelen, als ik u niet tweehonderd lire, maar duizend lire zend,
met het allernederigste verzoek die van mij te willen aannemen
en te behouden zoolang u verkiest. Want ik durf natuurlijk
niet zeggen: neem ze aan als een geschenk. Toch ben ik wel zoo
vrijpostig u een souvenir te zenden. Toen ik namelijk las, dat u
zich gedwongen gevoeld had een bracelet te verkoopen, deed mij
deze mededeeling zulk een hevige smart aan, dat ik zonder mij te
bedenken, ben aangewipt bij Marchesini en, zoo goed ik kon, een
armband heb uitgekozen, dien ik u aan uw voeten smeek te willen
aannemen. U mag dat aan uw vriend niet weigeren. Laat, zoowel voor
Urania als voor Van der Staal mijn armband geheim blijven.
Ontvang nogmaals mijn innigen dank, dat u zich verwaardigd heeft
mijn hulp te aanvaarden en wees verzekerd, dat ik dit gunstbewijs
op den allerhoogsten prijs stel.
Uw zeer nederige dienaar,