Van Hasselt is lid van de kamer (Van Lennep ook.) [3]

Willen zij met Jan samenzweren om mij dien dubbelen triomf te bezorgen,

goed. Doch er moet goed vermeden worden er op te doelen als of ik

voor mij alleen winst vraag. Want behalve dat dit onedel wezen zou,

komt hier nog bij dat ik meer winst behaal door mijn boek te laten

drukken. Jan kan aan Van Hasselt zeggen (niet als bedreiging maar

als eenvoudige waarheid) dat ik mijn boek in 't Fransch, Duitsch en

Engelsch vertalen zal. Als mijn oogen het toelieten was ik al begonnen.

Hoe het zij, ik vind goed dat Jan naar Van Hasselt gaat. Doch dit

staat vast, als Van Hasselt of Van Lennep niet willen of kunnen

bewerken, dat aan mijn dubbel verlangen koninklijk wordt voldaan,

dan zal het gedrukt worden, en als ik daartoe geen geld heb, dan zal

ik het afschrijven en rondzenden in manuscript. Doch in Frankrijk

zal ik de vertaling wel gedrukt kunnen krijgen, en in Duitschland ook."

Den 20sten November daaraanvolgende kende Dekker het oordeel van

Van Lennep over zijn werk, aan wien Van Hasselt het had gegeven. Hij

schrijft op dien datum:

"Maar nu ben ik in grooten tweestrijd wat ik doen moet. Jan namelijk

zendt mij f50, en stelt voor het boek aan Rochussen (den toenmaligen

minister van koloniën, opdat die de uitgave nog zou kunnen voorkomen)

te vertoonen. Van Lennep zegt: ik moet zoo dwaas niet zijn het voor

niet aan een boekverkooper te geven. Hij maakt zich sterk een prijs

te bedingen. Nu moet ik kiezen tusschen schrijven in Holland of eene

betrekking in Indië.

Zooals de zaken nu staan houd ik het er voor dat ik slaag in wat ik

ook kies.

Maar ik ben in vreeselijken tweestrijd.

Jan vraagt antwoord met ommegaande en ik kàn van avond niet

antwoorden. Ik wilde u zoo gaarne spreken. De schulden jagen mij naar

Indië, de kinderen houden mij in Europa. Je begrijpt de spanning.

Ik heb nagedacht. Ik hel over naar Rochussen, doch conditiën:

Multatuli: Multatuli en Mr. J van Lennep; Multatuli en de Vrouwen · 第 7 / 24 题