[1] De ophelderingen, die voor het volledig verstaan van Sh.'s
werken vaak noodig zijn, komen in zoovele uitgaven en dikwijls zoo
gelijkluidend voor, dat het niet noodig, niet zelden ondoenlijk is,
den eigenlijken auteur der aanteekeningen aan te halen; iets nieuws
ter opheldering is moeilijk en meestal niet noodig te leveren. Daarom
zij hier eens voor goed gezegd, dat vooral de uitgaven van Knight
en Delius door mij geraadpleegd en gebezigd zijn, alsmede (zooals
hier Gildemeisters inleiding op Koning Jan) de inleidingen en
aanteekeningen der Hoogduitsche vertaling, onder toezicht van
Bodenstedt bij Brockhaus te Leipzig uitgegeven. Dat er ook meermalen
oorspronkelijke aanteekeningen bij zijn, zou bij onderzoek blijken.--De
aanteekeningen zijn uitsluitend van ophelderenden of critischen aard
en laten zich niet met aesthetische beschouwingen in.
[2] Englische Geschichte, vierte Auflage, IIde Deel, Blz. 96.