Frankrijk. Een vlakte bij Angers.
Strijdgedruisch en aanvallen. De Bastaard komt op met Oostenrijks
hoofd.
BASTAARD. Zoo waar ik leef, dit wordt een heete dag;
Een booze luchtgeest spookt hier in het zwerk
En stort verderf neer.--Kop van Oostenrijk,
Lig daar, terwijl de bastaard adem schept.
(Koning Jan, Arthur en Hubert komen op.)
KONING JAN. Hubert, bewaak den knaap.--Kom, Philip, op!
Mijn moeder werd in onze tent verrast
En is gevangen, vrees ik.
BASTAARD. Wees gerust;
'k Heb haar bevrijd; zij is in veiligheid;
Toch op, mijn vorst! thans brengt geringe moeite
Dit groote werk ras tot een heuglijk eind.
(Allen af).