"Ik _ben_ ook tevreden; ik heb gedaan, wat ik op mij genomen had,

en het was niet mijn schuld, dat het mislukte; daar troost ik mij

maar mee," antwoordde Amy, met een beverig stemmetje. "Ik dank jullie

allemaal voor de hulp en ik zal jullie nog veel dankbaarder zijn, als

je er tenminste in geen maand meer over spreken wilt." Niemand sprak

er gedurende verscheiden maanden over; maar het woord "koffiepartij"

riep altijd een algemeenen glimlach te voorschijn, en Laurie's

verjaarsgeschenk aan Amy was een klein bloedkoralen kreeftje, om aan

haar horlogeketting te hangen.

HOOFDSTUK IV.

LETTERKUNDIGE ONDERVINDINGEN.

De fortuin begon Jo plotseling toe te lachen en wierp haar een

gelukspenning in den schoot. Niet bepaald een gouden penning, maar ik

twijfel er aan, of een half millioen haar meer waar geluk verschaft

zou hebben dan de kleine som, die op deze wijze tot haar kwam.

Met tusschenpoozen van eenige weken sloot zij zich op in haar

kamer, trok haar schrijfpak aan, "stortte zich in een maalstroom,"

zooals zij het uitdrukte, en schreef met hart en ziel aan één

stuk door aan haar roman, want voordat die voltooid was, had

zij geen rust. Haar schrijfpak bestond uit een zwarten boezelaar,

waaraan zij naar hartelust haar pen kon afvegen en uit een muts van

dezelfde stof, versierd met een vroolijken rooden strik, waarin zij

al haar haar wegstopte, als het "verdek voor den aanval werd gereed

gemaakt." Deze muts was als een windwijzer voor de onderzoekende oogen

harer familieleden, die gedurende Jo's aanvallen op een eerbiedigen

afstand bleven, en slechts nu en dan het hoofd om de deur staken, om

belangstellend te vragen: "Brandt het goddelijk vuur, Jo?" En zelfs

dit durfden ze niet altijd doen; ze keken altijd eerst naar de muts,

en regelden daarnaar hun gedrag. Als ze dit veelzeggend hoofdversiersel

ver naar voren had getrokken, was het een teeken, dat de schrijfster

zich in 't heetst van het vuur bevond; in opgewonden oogenblikken

zat de muts op éen oor, en als Jo der wanhoop ten prooi was, werd

zij geheel afgerukt en verachtelijk op den grond geworpen. Op zulke

oogenblikken nam de binnengekomene maar stilletjes de vlucht, en

niet voordat de strik weer vroolijk op het bezielde voorhoofd rustte,

durfde iemand Jo aanspreken.

Zij hield zichzelf volstrekt niet voor een genie, maar als de

schrijfwoede haar overviel, gaf zij er zich geheel aan over, en leidde

ze een zalig bestaan, ongevoelig voor behoeften, zorgen of slecht weer,

veilig en gelukkig in een denkbeeldige wereld, vol van vrienden, die

haar bijna even wezenlijk en dierbaar toeschenen als die van vleesch

en bloed. Geen slaap kwam over haar oogen, eten kon zij bijna niet,

dagen en nachten waren te kort om het geluk te bevatten, dat zij in

deze oogenblikken gevoelde, en die reeds daarom alleen onschatbaar

waren, al droegen zij ook nooit andere vrucht. De goddelijke ingeving

duurde gewoonlijk veertien dagen, en dan dook zij hongerig, slaperig,

knorrig of neerslachtig uit haar "maalstroom" op.

Zij was juist bezig met van zulk een aanval te bekomen, toen zij

zich liet overhalen om met juffrouw Crocker naar een lezing te gaan,

en deze zelfopoffering werd met een nieuw denkbeeld beloond. Het was

een volkslezing--over de Pyramiden--en Jo was eenigszins verbaasd

over de keus van het onderwerp voor zulk een gehoor; maar ze nam op

goed geloof aan, dat eenig groot sociaal kwaad voorkomen, of aan een

dringende behoefte voldaan zou kunnen worden, door de heerlijkheden der

Pharao's te ontvouwen, voor toehoorders, wier gedachten vervuld waren

van den prijs van steenkolen en meel, en die in hun leven moeilijker

raadselen dan die van de sphinx hadden op te lossen.

Zij kwamen vroeg, en terwijl juffrouw Crocker den hiel van haar kous

zette, vermaakte Jo zich met het bestudeeren van de menschen om haar

heen. Links zaten twee stevige huisvrouwen met massieve voorhoofden en

dito hoeden, bezig met het maken van pluksel en het bespreken van de

rechten der vrouw. Verderop een paar nederige gelieven hand in hand,

een sombere oude vrijster, die pepermuntjes uit een bruin papieren

zakje knabbelde, en een oude heer, die achter een gele foulard een

voorbereidend slaapje deed. Aan de rechterzijde was haar eenige

buurman een leesgrage knaap, verdiept in een tijdschrift.

Het was een geïllustreerd blad, en Jo beschouwde het kunstgewrocht met

eene soort van slaperige verbazing, overwegende welke wonderlijke

samenloop van omstandigheden de hoogst theatrale voorstelling

vereischen kon van een Indiaan in vollen krijgsmansdos, die worstelend

met een wolf, in de diepte stortte, en van twee woeste jongelingen

met onnatuurlijk kleine voeten en groote oogen, die elkander op

den voorgrond doorstaken, terwijl een vrouwelijke gedaante op den

achtergrond wegvluchtte in doodelijken angst en met haar mond wijd

open. Toen de knaap ophield om het blad om te slaan, zag hij, dat

zij naar hem keek, en vroeg hij met jongensachtige goedhartigheid,

terwijl hij haar de helft van zijn courant aanbood: "Wilt u 't soms

ook eens lezen? Het is een prachtig verhaal!"

Jo nam het met een glimlach aan, want zij hield nog steeds evenveel

van jongens, en was spoedig verdiept in den gewonen doolhof van liefde,

geheimzinnigheid, moord en doodslag, want het verhaal behoorde tot die

soort van prikkelliteratuur, waarin aan de hartstochten vrij spel wordt

gelaten, en waarin, als de verbeelding den schrijver in den steek laat,

een groote catastrophe het tooneel van de helft der _dramatis personae_

bevrijdt, en de andere helft juichend over hun ondergang overblijft.

"Prachtig, hè?" vroeg de knaap, toen haar oog afgedaald was tot de

laatste paragraaf van haar gedeelte.

"Ik denk, dat jij en ik zooiets ook wel zouden kunnen schrijven,

als wij het probeerden," zei Jo, glimlachend over zijn bewondering

van het prullig verhaal.

"'k Wou dat het waar was. Ze zeggen, dat zij met die verhalen

een mooi fortuintje maakt," en hij wees op den naam van mevrouw

S. L. A. N. G. Northbury, onder den titel van het verhaal.

"Ken je haar?" vroeg Jo met plotselinge belangstelling.

"Neen, maar ik lees al haar stukken, en ik ken een jongen, die op de

drukkerij werkt, waar dit blad wordt uitgegeven."

"En je zegt, dat zij een mooi fortuintje maakt met zulke verhalen?" Jo

keek opeens met meer ontzag naar de tragische prentjes, en de dik

gezaaide uitroepteekens, die de kolommen versierden.

"Nou, óf ze! Ze weet precies, wat de menschen graag lezen, en ze

wordt er goed voor betaald."

Nu begon de lezing, maar Jo hoorde er weinig van, want terwijl

professor Sands uitweidde over Belzoni, Cheops, scarabeeën [2] en

hiëroglyphen, schreef zij stilletjes het adres van het blad op,

en nam het stoute besluit naar den prijs van honderd dollars te

gaan mededingen, die in een der kolommen was uitgeloofd voor het

beste sensatie-verhaal. Toen de lezing eindigde, en de toehoorders

ontwaakten, had Jo zich een prachtig luchtkasteel gebouwd (niet het

eerste, dat op papier gegrond werd), en was ze reeds verdiept in

de samenstelling van haar verhaal, hoewel zij nog niet zeker wist,

of het duel vóór de schaking of na den moord moest plaats hebben.

Zij vertelde thuis niets van haar plan, maar toog den volgenden morgen

aan het werk, niet bepaald tot genoegen van haar moeder, die altijd

eenigszins ongerust was, zoolang het "hemelsche vuur" brandde.

Jo had nog nooit tevoren dit genre geprobeerd, maar zich altijd

tevreden gesteld met zeer zachtzinnige novelletjes voor "De Vliegende

Adelaar." Haar ondervinding als "actrice" en haar veelzijdige lectuur

kwamen haar nu te pas, want zij gaven haar eenig begrip van dramatisch

effect, en deden haar de intrige, de gesprekken en de costumes

aan de hand. Haar verhaal was zoo vol vertwijfeling en wanhoop,

als haar beperkte ondervinding van deze minder aangename gevoelens

haar maar toeliet het te maken, en daar zij het tooneel in Lissabon

geplaatst had, besloot zij met een aardbeving, als een schitterende

en gepaste ontknooping. Het manuscript werd in het geheim verzonden,

vergezeld door een briefje, met den bescheiden inhoud, dat, indien

het verhaal den prijs niet mocht wegdragen, hetgeen de schrijfster

nauwelijks durfde hopen, zij tevreden zou zijn, met elke som die men

het waardig mocht keuren.

Zes weken is voor een meisje een lange tijd om te wachten en een geheim

te bewaren; maar Jo deed beide, en was juist op het punt alle hoop op

te geven, ooit haar manuscript terug te zullen zien, toen zij een brief

ontving, die haar bijna den adem benam, want bij het openen viel een

banknoot van honderd dollars op haar schoot. Een oogenblik staarde zij

er op, alsof het een slang was, toen las zij haar brief, en begon te

schreien. Indien de beminnelijke heer, die dat vriendelijke episteltje

schreef, kon weten, hoeveel innige vreugde hij een medeschepsel

had verschaft, dan zou hij, denk ik, zijn vrije uurtjes, als hij

die ten minste bezat, graag aan die uitspanning besteed hebben;

want Jo stelde den brief op nog hooger prijs dan het geld, omdat hij

haar hartelijk aanmoedigde; en na jaren van inspanning was het zoo

heerlijk te ontdekken, dat zij werkelijk in staat was iets te doen,

al was het dan ook maar het schrijven van een sensatie-verhaal!

Geen fierder hart dan het hare, toen zij, na wat tot bedaren gekomen

te zijn, haar familie een electrischen schok ging toedienen, door

plotseling voor haar te verschijnen met den brief in de eene en de

banknoot in de andere hand, uitroepende, dat zij den prijs gewonnen

had. Natuurlijk was er groot gejuich, en toen het verhaal kwam, werd

het door ieder gelezen en geroemd, hoewel haar vader, nadat hij haar

geprezen had om den flinken stijl, de frissche intrige en de treffende

ontknooping, het hoofd schudde en op zijn eenvoudige manier zei:

"Je kunt iets beters leveren dan dit, Jo. Streef naar het hoogste,

zonder om het geld te denken."

"Ik vind juist, dat het geld het beste van de zaak is. Wat zul je

met zoo'n fortuin doen?" vroeg Amy, het magische stukje papier met

een eerbiedig oog bekijkende.

"Moeder en Betsy voor een maand naar zee laten gaan," antwoordde

Jo onmiddellijk.

"O, wat heerlijk! maar neen, dat kan ik niet aannemen, lieve Jo,

het zou al te zelfzuchtig zijn," riep Betsy uit, die eerst in haar

vermagerde handen klapte en diep adem haalde, alsof zij naar den

frisschen zeewind smachtte, maar zich daarop inhield en de banknoot

afweerde, die haar zuster voor haar heen en weer wuifde.

"Je _moet_ gaan, ik heb er mijn hart op gezet; daarom alleen probeerde

ik het, en daarom is het mij gelukt. Het vlot nooit met mij, wanneer

ik alleen aan mij zelve denk, dus je ziet, dat het beter voor me is,

voor anderen te werken. Daarenboven, Moeder heeft behoefte aan een

verandering, en zij zou niet van jou af willen, dus _moet_ je wel

meegaan. Wat zal 't grappig zijn, je weer dik en blozend terug te

zien komen! Hoera voor dokter Jo, die altijd haar patiënten geneest."

Na veel heen en weer praten gingen zij werkelijk naar de zeekust, en

hoewel Betsy niet zóó blozend en dik terugkwam, als men verlangen kon,

was zij toch veel beter, terwijl Mevrouw March verklaarde, dat zij zich

tien jaar jonger voelde; dus had Jo alle satisfactie van haar geld,

en ging ze opnieuw met een vroolijk hart aan 't werk, vast besloten

om meer zulke heerlijke banknoten te verdienen. En zij verdiende

er dat jaar ook verscheiden, en begon zich bepaald een persoon van

gewicht in huis te gevoelen; want door de tooverkracht van haar pen,

veranderde haar "prulwerk" in aangename dingen voor allen. "De Dochter

van den Hertog" betaalde de slagersrekening, "De Geestenhand" legde

een nieuw vloerkleed, en "De Vloek der Coventrys" werd een zegen voor

de Marches, wat kruidenierswaren en japonnen betrof.

Rijkdom is zeker een begeerlijke zaak, maar ook armoede heeft haar

zonnigen kant. Een der heerlijke lichtzijden van tegenspoed is de

innige voldoening, die ingespannen arbeid van hoofd en hand met zich

brengt; en aan den drang der noodzakelijkheid hebben wij de helft van

al de wijze, schoone en nuttige dingen op de wereld te danken. Jo

genoot iets van deze voldoening, en benijdde niet langer rijker

meisjes, in de blijde bewustheid, dat zij in haar eigen behoeften

kon voorzien, en van niemand een cent behoefde aan te nemen.

Er werd niet veel over haar verhalen gesproken, maar zij werden goed

verkocht; en aangemoedigd door dit feit, besloot zij een moedigen slag

te slaan naar roem en fortuin. Nadat zij haar roman voor de vierde

maal overgeschreven, hem aan al haar vertrouwde vrienden voorgelezen,

en hem met vreezen en beven aan drie uitgevers gezonden had, vond

zij ten laatste gelegenheid hem te plaatsen, onder voorwaarde, dat

zij hem tot op twee derde zou bekorten, en al de gedeelten, die zij

het meest bewonderde, zou schrappen.

"Nu moet ik hem òf weer in de poppenkeuken opbergen om daar te

vermolmen, òf hem op mijn eigen kosten laten drukken, òf hem besnoeien

volgens den smaak van het publiek, en er voor aannemen, wat ik er

voor krijgen kan. Roem is een heerlijk ding, maar geld in huis te

hebben is soms nog heerlijker; dus verlang ik het algemeen gevoelen

der vergadering omtrent dit belangrijk onderwerp te vernemen," zei Jo,

een familieraad beleggende.

"Bederf je boek niet, meisjelief, want er is meer in dan je meent, en

de denkbeelden zijn goed uitgewerkt. Laat het rusten en rijp worden,"

was haar vaders raad. Hij had zelf volgens dien raad gehandeld,

gedurende dertig jaar geduldig gewacht op de vruchten van zijn eigen

werk, en hij maakte zelfs nu nog geen haast om ze te plukken, hoewel

zij volkomen rijp en eetbaar waren.

"Ik geloof, dat Jo er meer bij zal winnen, wanneer zij hem uitgeeft,

dan wanneer zij blijft wachten," zei mevrouw March. "De critiek is

de beste vuurproef voor zulke boeken. Die zal haar op ongedachte

verdiensten en gebreken opmerkzaam maken, en haar dus helpen, een

volgenden keer nog iets beters te leveren. Wij zijn te partijdig,

maar de lof en de blaam van de buitenwereld zal nuttig voor haar zijn,

al verdient zij er ook weinig geld mee."

"Ja," zei Jo, haar wenkbrauwen samentrekkende, "dat is het juist;

ik heb nu zoolang over dit eene ding zitten suffen, dat ik niet meer

weet of het goed, slecht, of middelmatig is. Het zal mij goed doen,

als onbevooroordeelde, onpartijdige menschen er eens een blik in slaan,

en mij zeggen, wat zij er van denken."

"Ik zou er geen woord van schrappen; je bederft het boek als je dat

doet, want de belangrijkheid van 't verhaal zit meer in de karakters

dan in de daden van de personen, en het zal een warboel worden, als

je alles niet gaandeweg opheldert," vond Meta, die vast geloofde dat

deze roman de merkwaardigste was, die ooit werd geschreven.

"Maar mijnheer Allen zegt: gooi de verklaringen er uit; maak het

kort en dramatisch, en laat de karakters zich door daden openbaren,"

hernam Jo, het briefje van den uitgever weer ter hand nemend.

"Doe wat hij je zegt; hij weet wat gekocht zal worden, en dat weten

wij niet. Schrijf een goed populair boek, en maak er zooveel geld

van, als je kunt. Naderhand, als je naam gemaakt hebt, kun je naar

hartelust uitweiden, en je romans met filosofische en metaphysische

redeneeringen opvullen," raadde Amy, die de zaak van een volmaakt

practisch standpunt beschouwde.

"Nu," riep Jo lachend, "als mijn personen filosofische en metaphysische

redeneeringen houden, is het zeker niet mijn schuld, want ik weet

niets van die dingen af, behalve wat ik eens van Vader opvang nu

en dan. Mochten er een paar van zijn verstandige gedachten in mijn

roman verdwaald zijn geraakt, zooveel te beter voor mij. En jij Bets,

wat zeg jij er van?"

"Ik zou je boek heel graag _gauw_ gedrukt zien," was al wat Betsy

glimlachend zei; maar ze legde onwillekeurig den nadruk op dat woordje

"gauw" en er kwam een verlangende uitdrukking in de oogen, die niets

van hun kinderlijke openhartigheid hadden verloren, waardoor Jo's

hart voor een oogenblik van onbestemden angst ineenkromp, en zij

besloot om haar proefneming in ieder geval "gauw" te wagen.

Toen legde de jonge schrijfster met Spartaansche heldhaftigheid

haar eerstgeborene op de tafel en sneed hem in stukken met de

koelbloedigheid van een menscheneetster. In de hoop iedereen te

behagen, volgde zij ieders raad op, en eindigde, als de man met den

ezel, met het niemand naar den zin te maken.

Haar vader was ingenomen met de metaphysische tint, die er

onwillekeurig over verspreid lag, dus die mocht blijven, hoewel zij

zelve er bedenkingen tegen had. Haar moeder dacht, dat er wel wat _te_

veel beschrijvingen in voorkwamen; ergo werden zij alle geschrapt, en

mét hen verscheiden noodige schakels in het verhaal. Meta bewonderde

het tragische gedeelte; dus werkte Jo de zielsangsten nog wat verder

uit om haar genoegen te doen, terwijl Amy aanmerking maakte op de

grappen, waarom Jo met de grootste goedhartigheid van de wereld al de

comische scènes doorhaalde, die aan de somberheid van het geheel eenige

afwisseling gaven. Om de verwoesting te voltooien, bekortte zij het

tot op twee derde, en zond toen in goed vertrouwen haar mishandeld

boekje als een geplukte musch de groote, drukke wereld in, om zijn

geluk te beproeven.

Het werd gedrukt, en zij kreeg er driehonderd dollars voor, en

tevens overvloed van lof en afkeuring; van beiden zóóveel meer dan

zij verwachtte, dat zij in een staat van verwarring geraakte, zoodat

er heel wat tijd noodig was, eer zij tot recht inzicht kwam.

"U zei, Moeder, dat de critiek mij helpen zou; maar ik zie niet in hoe,

want zij is zoo in tegenspraak met zich zelf, dat ik niet weet of ik

een veelbelovend boek heb geschreven, dan of ik al de tien geboden

overtreden heb," riep de arme Jo, met een stapel couranten voor zich,

waarvan de lezing haar het eene oogenblik met trots en blijdschap,

het volgende met toorn en diepe neerslachtigheid vervulde. "Deze

man zegt: 'Een uitmuntend boek, vol waarheid, schoonheid en ernst;

alles is liefelijk, rein en gezond,'" ging de verslagen schrijfster

voort. "Een volgende beweert: 'De theorie van dit boek is slecht, vol

zwartgallige droombeelden, spiritistisch bijgeloof, en onnatuurlijke

karakters.' Maar ik houd er in 't geheel geen letterkundige theorieën

op na, geloof niet aan spiritisme, en mijn karakters heb ik naar het

leven geteekend. Hoe kan deze kritiek dan waar zijn! Een ander zegt:

"'Het is een van de beste Amerikaansche romans, die in jaren is

uitgekomen' (ik weet wel beter), en de volgende beweert: 'Hoewel

oorspronkelijk en met veel vuur en gevoel geschreven, blijft het in

ons oog een gevaarlijk boek.' Dàt is niet waar! Sommigen steken er den

gek mee, anderen prijzen het meer dan het verdient, en bijna allen

zijn het daarover eens, dat ik een diepzinnige theorie trachtte in

't licht te stellen, terwijl ik alleen voor mijn eigen plezier en om

het geld schreef. Ik wou, dat ik het in zijn geheel had laten drukken,

of in het geheel niet, want ik vind het onuitstaanbaar zoo absoluut

verkeerd beoordeeld te worden."

Haar familie en vrienden waren zeer mild met troost en lof; toch

was het een moeilijke tijd voor de gevoelige, hooghartige Jo, die

gemeend had zooiets goeds tot stand te brengen en die schijnbaar

zooiets verkeerds geleverd had. Maar 't deed haar geen kwaad; want zij,

wier oordeel zij waarlijk op prijs stelde, gaven haar de critiek, die

het beste opvoedingsmiddel voor een schrijver is; en toen de eerste

teleurstelling voorbij was, kon zij over haar arm boekje lachen, en

er toch in blijven gelooven, en gevoelde zij zich wijzer en sterker,

na de vuurproef die zij had doorstaan.

"Daar ik geen genie ben, zooals Keats, zal ik er niet aan sterven,"

zei ze moedig; "en per slot van rekening kom ik er toch nog goed

af; want die gedeelten, die uit het werkelijke leven genomen zijn,

worden als onmogelijk en onnatuurlijk veroordeeld, en de tooneelen,

die ik uit mijn eigen dwaas hoofd heb voortgebracht, 'bekoorlijk,

natuurlijk, teeder en waar' genoemd. Daar zal ik mij dus maar mee

troosten, en als ik weer wat te zeggen heb, zal ik op nieuw beginnen

en een beter boek schrijven."

HOOFDSTUK V.

HUISELIJKE ONDERVINDINGEN.

Evenals de meeste jonge vrouwen begon Meta haar huwelijksleven

met het voornemen, om een model-huishoudster te zijn. John zou

zijn woning een paradijs vinden, elken dag smullen, en niet weten,

wat het was een knoop te missen. Zij begon haar taak met zooveel

liefde, goeden wil en blijmoedigheid, dat zij wel moest slagen,

in weerwil van sommige hinderpalen. Haar paradijs was niet zoo heel

rustig, want het jonge vrouwtje maakte veel drukte, was te bezorgd

om John genoegen te geven, en draafde rond als een ware Martha,

gebukt onder al haar kleine zorgen. Soms was ze zelfs te vermoeid

om te glimlachen. John's spijsvertering raakte in de war, na een

opeenvolging van lekkere schoteltjes, en de ondankbare begon naar

eenvoudiger spijzen te verlangen. Wat de knoopen betreft, het werd

Meta spoedig een raadsel, waar zij toch bleven, en dikwijls schudde

ze 't hoofd over de achteloosheid der mannen, met de bedreiging, dat

hij ze op een goeden dag zelf zou mogen aanzetten, om te probeeren

of _zijn_ werk beter dan het hare bestand zou zijn tegen ongeduldig

rukken en onhandige vingers.

Maar ze waren overgelukkig, zelfs nadat ze ontdekt hadden dat zij niet

van liefde alleen konden leven. John vond Meta niet minder mooi, nu zij

hem van achter de koffiekan toelachte, en Meta vond den dagelijkschen

afscheidskus volstrekt niet minder poëtisch, al liet de echtgenoot dien

ook vergezeld gaan van de teedere vraag: "Zal ik voor vanmiddag rund-

of kalfsvleesch bestellen, lieveling?" Het kleine huisje was niet

langer een tooverpriëel, maar het werd een _thuis_, en het jonge paar

voelde weldra, dat deze verandering een verbetering was. Eerst speelden

zij huishoudentje en maakten er evenveel plezier over als kinderen;

toen verdiepte John zich in zijn werk, onder het volle besef van zijn

verantwoordelijkheid als huisvader; en Meta borg haar neteldoeksch

morgenjaponnetje op, deed een grooten boezelaar voor, en ging, zooals

wij reeds zeiden, met meer ijver dan verstand aan het werk.

Zoolang de kookmanie duurde, gebruikte zij haar receptenboek, alsof

het een rekenboekje was, en werkte al de problemen met zorg en geduld

uit. Soms werd de heele familie geïnviteerd om hen te helpen in het

opeten van een àl te overvloedige, welgelukte lekkernij; dan weer

werd Lotty stilletjes weggestuurd met een schaaltje misbaksels, die

voor ieders oog verborgen werden in de alverterende magen der kleine

Hummels. Een avond met John en het huishoudboek bracht gewoonlijk

een staking in de culinaire proefnemingen teweeg, en dan volgde er

een spaarzame bui, waarin de arme man voortdurend broodpudding, haché

en opgewarmde koffie te genieten kreeg, een ware beproeving voor hem,

die hij echter met lofwaardige lijdzaamheid verdroeg. Maar voordat de

gulden middenweg was gevonden, ontstond er, waar weinig jonge paren

lang buiten blijven: een huiselijke oneenigheid.

Toegevende aan het huismoederlijk verlangen om de planken in haar

provisiekast goed gevuld te zien met eigen inmaak, besloot Meta zelf

haar bessengelei te maken. John werd verzocht ongeveer een dozijn

kleine potjes en een grooten zak suiker te bestellen, want daar hun

eigen bessen rijp waren, kon het werk dadelijk beginnen.

Op Eigen Wieken · 第 3 / 26 段