HOE DE BEWONERS VAN HET EILAND BESLOTEN OM EEN EERLIJK EN VRIJ VOLK
TE ZIJN.
Thans was het zaak om eens te gaan nadenken over de wetten, die het
handeldrijven en het gebruik van geld zouden moeten regelen. Er waren
enkele menschen, die wilden dat er wetten zouden worden uitgevaardigd,
waarbij iedereen gedwongen zou worden om alles wat hij bezat te
verkoopen, wanneer hem daarvoor een nominaal of werkelijk equivalent
werd aangeboden in datgene, wat de staat voor geld zou verklaren; en
zij wilden ook wettelijk vastgesteld hebben, dat iemand, die artikelen
of diensten van een ander had gekocht met de belofte daarvoor na
eenigen tijd te betalen, die schuld geheel mocht afbetalen met datgene
wat door den staat geld werd genoemd, onverschillig of terzelfdertijd,
de mannen, die de Munt onder hun beheer hadden, om de een of andere
reden de helft van het kostbare goud uit de munt genomen hadden en
daarvoor in de plaats betrekkelijk waardeloos lood hadden gedaan.
Maar ter eere der eilandbewoners dient gezegd, dat deze voorstellen
een weinig gunstig onthaal vonden. Zij zeiden: "wij willen een eerlijk
en ook een vrij volk zijn en daarom zal ieder, die iets wil koopen of
verkoopen, precies doen, waartoe hij zich verbonden heeft, tenzij hij
wegens onvoorziene of onvermijdelijke omstandigheden volkomen onmachtig
is om zijn overeenkomst of zijn contract na te komen. En zij zeiden
verder: "wanneer iemand artikelen of diensten ontvangt en belooft
hiervoor na vijf jaar of vijf minuten een afgesproken hoeveelheid goud,
tarwe, kabeljauw of koolen van een bepaalde qualiteit terug te geven,
dan zal het (en volkomen terecht) als oneerlijk worden beschouwd
om te probeeren deze verplichting af te doen door ruw ijzer aan te
bieden inplaats van goud, erwten of boonen inplaats van kabeljauw
of pompoenen inplaats van kooien; en iedere natie, die op de een of
andere wijze zulk een ontduiking van de letter of den geest van haar
verplichtingen bekrachtigt, kan er zich niet op beroemen een eerlijk,
christelijk volk te zijn; en een gemeenschap, die wetten uitvaardigt
en handhaaft, die iemand dwingen om, in ruil of betaling voor zijn
diensten of producten, iets te ontvangen, dat niet in zijn contract
genoemd stond en dat hij zonder dien dwang niet zou willen aannemen,
zulk een gemeenschap heeft geen recht om zichzelf een vrij volk te
noemen. Daarom besloten de bewoners van het eiland, dat zij de overheid
van hun land alleen de vrijheid van ingrijpen in den handel zouden
toestaan, buiten de volgende bepalingen om: dat het ruilmiddel en de
waardemeter, dien zij ingesteld en een Vrijdag of een dollar genoemd
hadden, altijd en onder alle omstandigheden 25,8 grein standaardgoud
moest bevatten; dat van dezen standaard nooit mocht worden afgeweken en
dat niemand tot het gebruik van dit betaalmiddel gedwongen zou worden;
maar, wanneer iemand beloofde te betalen of geld te geven, zonder
nader te omschrijven of dit geld zou zijn wampum-geld, kralengeld,
veegeld, goudgeld of een ander bijzonder soort van geld, dan zou
het officieele geld, door de overheid van het eiland uitgegeven, als
het bedoelde betaalmiddel beschouwd worden. Kortom, als verstandige
menschen maakten de eilandbewoners de gevolgtrekking, dat het, zoolang
zij in het algemeen gebruik een goed en betrouwbaar soort van geld
handhaafden, hetwelk op zijn oppervlakte de getuigenis (gemakkelijk te
ontcijferen en bij ieder bekend) droeg van zijn waarde of koopkracht,
vrijwel onnoodig was om de wetboeken vol te schrijven met bepalingen
over een wettig betaalmiddel. Zij zouden dat maar liever overlaten aan
andere en wijzere menschen, dan zijzelf, die geld wilden gebruiken,
dat alleen kon circuleeren, wanneer het de een of andere kunstmatige
kracht of werking achter zich had, die het deed rollen.
Hierna liep een tijdlang alles wat tot den handel in betrekking
stond even goed van stapel op het eiland. Weliswaar waren er slechte
menschen, die artikelen en diensten op crediet verkregen, die zij niet
van plan waren ooit te betalen, zorgelooze en verkwistende menschen,
die meer kochten dan zij konden betalen, en dwaze en wat al te goed
vertrouwende menschen, die, nadat zij door arbeid en spaarzaamheid een
flinken voorraad artikelen bijeen gezameld hadden, deze ruilden voor
aandeelen in ondernemingen, die nooit rendeeren konden. En indien
iemand dan op een van deze wijzen de opbrengst van harden arbeid
verloor, dan was hij natuurlijk terneergeslagen; hij verloor het
vertrouwen in zijn medewerkers, en dacht dat de tijden en zaken er
wel op zouden verbeteren, wanneer hij alle beambten van zijn kantoor
op straat zette en door nieuwe liet vervangen. Maar niemand op het
eiland geloofde ook maar voor een oogenblik, dat er een anderen weg
bestond om het verloren geld op eerlijke wijze terug te krijgen, dan
om door ijver en spaarzaamheid een nieuwen voorraad nuttige artikelen
te verzamelen, waarvoor geld gekocht kon worden; en niemand, die ooit
iets te verkoopen had, dat andere leden der gemeenschap wenschten
te bezitten en die er een goed equivalent voor in de plaats konden
geven, was ooit verlegen om geld of om een afzetgebied, terwijl er
aan den anderen kant geen sprake van was, dat iemand, die niets te
verkoopen had, wat de gemeenschap wenschte of kon betalen, er ooit
in zou slagen om geld of een afzetgebied te verkrijgen.