vleesch-eten.
In het maal van den vegetariër moet dus het gemis aan vleesch worden
vergoed.
Is dat nu zoo moeilijk?
En getuigt 't niet van innerlijke toch wel veel waarde hechten aan
het vleesch, als we zoo'n kolossale drukte maken van dat, waardoor
we het zullen vervangen?
Hoeveel is daarover al niet geschreven en geredeneerd.
Wij zijn ten slotte beu geworden van de lijstjes eiwit, koolhydraat,
vet, zouten, water, waarmede voedingsmiddelen ontleed werden, zonder
er echter veel wijzer door geworden te zijn.
De praktijk en de ondervinding zijn in zake voeding bekwame
leermeesteressen. We weten allen wel dat we ons alleen met wittebrood,
sla en aardappels en wat vruchten niet voldoende voeden kunnen. Toch is
er door vegetariërs nog wel eens een proef genomen zich uitsluitend
met vruchten, noten vooral, te voeden. En ook zijn er wel eens
vegetariërs geweest, die hun maaltijd begonnen met vruchten, wat
mij ook onlogisch voorkomt. En evenmin bekomt 't ons, wanneer we
ons uitsluitend met grijs brood en boonen gingen voeden (hoewel de
boonen, schoon bespot in verband met het vegetarisme, zie Speenhoff,
een der krachtigste voedingsmiddelen zijn.)
Verandering van spijs doet eten, luidt het oud-Hollandsche spreekwoord
naar waarheid.
Wanneer we nu voor 't ontbijt eens nemen: wit en grijs brood, of wit
en roggebrood en kaas, koek, gelei en thee als morgendrank.
Voor 't middagmaal: aardappelen, groente (boonen, of erwten, of
peultjes, of worteltjes, of andijvie, of spinazie, of postelein,
of bieten) en als lichtere groente, sla, of appeltjes, of peren
(gestoofd), desverkiezende een of twee eieren, gekookt of gebakken, en
de een of andere meelspijs, havermout of rijst toe, en die vruchten,
welke de tijd van het jaar oplevert, dan heeft men m. i. hieraan een
heerlijk en alleszins bevredigend middagmaal. Bovendien kan men 't nog
vooraf laten gaan door de een of ander soep (tomaten-, of erwten-,
of boonensoep). Dan 's avonds het souper weer gelijk aan ontbijt en
koffie of chocolade en vruchten.
Dat het vegetarisme een uiting van ascetisme zou zijn, wat ik meermalen
hoorde verkondigen, is daarom een wanbegrip. Men kan als vegetariër
ook naar hartelust smullen en zijn maag overladen.
Er is van vegetarische zijde een bezwaar gemaakt tegen het gebruik
van melk, eieren, boter en kaas, een bezwaar, waarvoor wel iets te
zeggen valt.
Het ei bevat de levenskiem.
De melk van het dier, komt het jonge dier toe.
Maar daar tegenover staat, dat het ei versterkend en smakelijk is.
Dat de melk in sommige gevallen onmisbaar voor den mensch kan zijn,
als bijvoorbeeld de moeder haar kind niet voeden kan.
En zoo lijkt 't mij niet af te keuren, maar in tegendeel verstandig,
wanneer de vegetariër gebruik maakt van melk, boter, kaas en eieren
in al die gevallen, waarin dit hem nuttig voorkomt. Echter zoo we
geen eieren, melk, boter en kaas wenschen te gebruiken, blijft er
nog genoeg over, om ons behoorlijk te voeden.
De natuur is rijk aan variëteiten en de aarde levert elk jaar in
betrekkelijk korten tijd ruimschoots op, wat we noodig hebben.
Terwijl de mensch niet stilstaat, om den vegetariër allerlei
kunstproducten aan te bieden.
Het is een lust ieder jaar opnieuw, zoodra de lente begint, te zien,
hoe de aarde ons alles gaat geven, wat we noodig hebben.
Als onze grond voldoende gemest is, dan kunnen we aan 't zaaien,
om later het geheele jaar door te oogsten.
Dat begint met spinazie, sla, dan volgen, worteltjes, weldra erwten,
postelein, dan aardappels, boonen, andijvie, bieten, kool, om te
eindigen met veldsla en boerenkool.
Hierbij kan de kunstmest den vegetariër, die geen varkens vetmest,
goede diensten bewijzen.
Zoo wordt ook den vegetariër alles gegeven, wat hij noodig heeft,
en behoeft hij naar 't Bijbelwoord, niet bezorgd te zijn voor den
dag van morgen.
Ik heb eens een dame ontmoet, die meende, dat men ook wel bezwaren
kon gaan voelen tegen het eten van een krop sla bijvoorbeeld. "Het
groeit zoo mooi, het is zonde om 't af te plukken en zoodoende dood
te laten gaan," beweerde zij.
Maar ach, dat is toch heel iets anders. Met meer recht kunnen we
't dan betreuren, dat bloemen geplukt worden.
Alles echter heeft zijn grenzen. Wie geen grenzen weet te trekken,
vervalt van het gevoelige tot het belachelijke en van het verhevene
tot het dwaze.
De vegetariër nu kan zeggen: "ik eet geen vleesch" en daar zijn grens
trekken. Hij kan iets verder gaan en zeggen: "ik verkies evenmin boter,
melk en eieren", en daar zijn grens trekken.
Zoo ontstaan er twee groepen vegetariërs. Beide groepen kan het
vegetarisme tot zegen zijn."
J. M. J. C.--v. d. M.
AANTEEKENINGEN
[1] Waartoe ook de "herbivoren" (karbouwen, koeien, paarden
enz.) behooren.
[2] Men zij bij deze vrucht voorzichtig met zwarte torretjes in
de vrucht.
[3] Mijn vader, van natuur een gezond kind, als student behoorde hij
nog onder de sterksten, stierf op vijfendertig-jarigen leeftijd aan
een nierziekte. Zou daarvan al het vleesch, dat hij beschouwde als "de"
kracht, niet mede de schuld dragen? Ik heb die gedachte later nooit uit
m'n hoofd kunnen zetten en daardoor te meer zijn vroegen dood betreurd.