SPIJKERTJESWEE.

Nu wij de Duitsche grens beginnen te naderen, is het opvallend hoeveel

fransche soldaten zich ten allen kant bewegen. Wij zijn hier in de zone

van de groote grensvestingen, met hun formidabele garnizoenen.

Infanteristen, cavaleristen, artilleristen, 't ziet er rood en blauw

van! Voortdurend moeten wij voor gansche regimenten op zij, en 't geeft

wel nu en dan een aardige afwisseling; men denkt, men vergelijkt met

andere troepen, men vraagt zich af hoe deze het in een nieuwen oorlog

tegen Duitschland zouden volhouden. Gevaarlijk zijn ze althans op dit

oogenblik niet.... behalve voor den ongelukkigen automobilist, die op 't

fataal idee kwam door hun streek te rijden en niet dan te laat vermoedde

welk geducht wapen zij onzichtbaar tegen hem verborgen hielden.

Al die flink-marcheerende soldaatjes hebben de zolen van hun schoenen

met spijkertjes beslagen. Die spijkertjes laten onder het marcheeren wel

eens los, zij blijven liggen langs den weg en de auto die er achterna

komt rijden raapt ze zonder falen met zijn banden op.

Spijkertjeswee....! Het schijnt dat ik nog van geluk mocht spreken. Het

duurde een heele poos vóór ik merkte dat mijn wagen vertraagde en een

onoverwinnelijke neiging toonde om steeds naar rechts te loopen.

Eindelijk hield ik stil en merkte dat mijn rechtervoorband plat stond.

--Et de deux! dacht ik philosophisch, uit mijn wagen stijgend om het

Stepney aan te leggen. Gisteren pan! vandaag een spijker! zou dat elken

dag zoo gaan?

Helaas! het ongeluk wilde, dat ik ook in mijn linker-voorband een

spijkertje zag zitten. Had ik het maar niet gezien! Maar ik zag het wèl

en voelde de behoefte het er uit te halen.

Had ik het er althans maar niet uitgehaald! Maar ik haalde het er wèl

uit; ik spande mij in om het er uit te krijgen, gebruikte zelfs daarvoor

een nijptang,.... met het noodlottig gevolg, dat mijn band, waarvan het

spijkertje de wonde dichthield, na de verwijdering van 't spijkertje, in

een aanhoudend sissend zuchtje zijn vluchtig zieltje begon weg te

blazen. Zoo stierf Epaminondas, toen hij de werpspies uit zijn wonde had

getrokken! De herinnering aan dat heldhaftig voorbeeld, was echter

slechts een zwakke troost voor mij; en misschien had Epaminondas zelf

nog wel genoeg gezond verstand gehad om, voorloopig althans, den spijker

in zijn band te laten. Nu stond ik daar met twee platte voorbanden te

gelijk en mocht weer flink gaan zwoegen.

De soldaatjes hadden ons spoedig ingehaald en schenen niet weinig pret

te hebben om mijn ongeval. Zij keken naar onze slap-hangende vlaggetjes

en een was er die riep:

--Ce sont des Japonais!

--Pas vrai, ce sont des Russes, zei een ander.

Dat was om 't vlaamsch geel vlaggetje, met den zwarten leeuw. Zij

verwarden in elk geval Japansch met Chineesch, en 't ander vlaggetje: de

driekleur, hielden zij zeker voor een Fransch.

En ik zwoegde....! Eindelijk waren we weer klaar, en vooruit! Maar het

is ongeloofelijk hoe je na zulk een ongeval wantrouwen in je banden

krijgt. Je hebt het gevoel of ze nu voortdurend weer zullen plat-loopen;

'n gevoel alsof je over scheermessen rijdt.

Gelukkig was de pech voor dien dag voorbij. Ik had het genoegen mijn

flink-marcheerende soldaatjes nog weer in te halen en lang vóór hen, in

de groote vesting onzer en hunner bestemming, veilig aan te komen.

De vroolijke tocht · 第 12 / 41 题