--Heerlijk, heerlijk zoo te zingen! riep Eline in extaze uit en ze
vloog op en omhelsde mevrouw Van Raat met bruisende onstuimigheid. En
zingt Paul nu niet lief, mevrouwtje, en is het niet onverantwoordelijk,
dat hij geen les wil nemen? U moest hem eigenlijk dwingen....
Maar Paul beweerde, dat Eline hem reeds mooi genoeg les gaf, en dat
ze hem nog eens zich zou laten doodzingen met hare moeilijke duo's;
Eline echter meende, dat hij het er perfect had afgebracht.
Betsy zuchtte, in stilte, van verademing na het bruyante afscheid
der Veroneesche geliefden, dat onder het geschilderd plafond en
tusschen de peluche draperieën van haar salon haar te zwaar en te
luid in de ooren had geklonken. Eigenlijk vond ze het een vreeselijk
geblèr! Waarom zong Eline liever niet iets aardigs, iets luchtigs
uit de een of andere bouffe!
Het gesprek begon, nu Eline en Paul zich hadden neêrgezet, weder
algemeen te worden, over kleine nieuwtjes van den dag, over de drukte
in de straten, nu het weldra St. Nicolaas was, tot het halftien sloeg
en Mina zeggen kwam, dat het rijtuig voorstond.
--Het is ook mijn uurtje, sprak mevrouw Van Raat, langzaam opstaande,
en Eline huppelde neuriënd weg, om haar goed in het boudoir te halen,
een bonten rotonde, een wollen doek, een capuchon.
Zij liet zich zorgvuldig inmoffelen door haar lieveling, en pakte
voorzichtig haar bril en haar handwerk bijeen in hare réticule. Daarna
kuste zij hen allen, zich tot hen buigend met de langzame bewegingen
eener vermoeide, oude vrouw en Henk en Paul lieten haar uit en hielpen
haar in de mollige, satijnen kussens van den coupé.
Het rijtuig rolde weg, en mevrouw Van Raat hoorde nog een geruisch
in haar ooren als van zingende stemmen en zij glimlachte weemoedig,
terwijl zij het beslagen glas van het portier afwischte, om naar
buiten te zien, waar de sneeuw vuil en bezoedeld neêrlag in den glans
der lantarens, en ze dacht aan den tijd, toen ze naar de opera ging,
met haar man....
Paul bleef nog een uurtje en stapte toen op, na een stevig glas
wijn op zijn duo's gezet te hebben.... Toen hij vertrokken was,
ging Eline naar boven, om wat op te redderen, zooals zij aan Betsy
zeide. Het was koud in Eline's zitkamer, maar de koelte verfrischte
hare wangen en hare handen, verhit door de lauwe atmosfeer van den
overwarmen salon. Zij wierp zich neêr op de Perzische kussens, hief
heur hand omhoog en streelde het blad der aralia, in een houding, die
haar lief was. En zij glimlachte, terwijl haar oogen zich vergrootten
in een droomerig gestaar, en dacht aan Fabrice met zijn mooien baard
en zijn prachtige stem. Hoe jammer, dat Betsy niet meer van de opera
hield! Zij gingen er zeer weinig heen en zij was er toch zoo dol
op. Ze zou mevrouw Verstraeten eens netjes, op een discrete wijze,
doen blijken, dat zij haar wel eens een enkelen keer kon vragen; meneer
ging toch nooit, en mevrouw inviteerde meestal den een of den ander op
haar vierde plaats, nu eens Freddy, dan Paul.... waarom haar ook niet?
Eensklaps sprong zij op, geprikkeld door een plotselinge gedachte:
Fabrice had gisteravond voor de derde maal gedebuteerd: de eerste
maal was hij opgetreden in Hamlet, daarna in le Tribut de Zamora,
waarin zij hem gezien had, gisteren in Guillaume Tell....
Zij liep haar kamer uit en boog zich over de leuning der trap.
--Mina, Mina! riep ze.
--Ja juffrouw! antwoordde Mina, die juist in de vestibule liep met
een blad vol wijnglazen.
--Breng me de couranten eens, als meneer en mevrouw ze gelezen hebben,
wil je?
--Goed juffrouw, dadelijk.
Zij keerde terug en wierp zich weêr op den divan. En ze lachte om
zichzelve, daar heur hart klopte van nieuwsgierigheid. Het idée! Wat
kon het haar eigenlijk schelen!
Daar hoorde zij Mina de trap opkomen; zij bracht beiden, het Vaderland
en het Dagblad.
--Als u blief, juffrouw.
--Dank je wel, Mina, zeide Eline onverschillig en nam de couranten
loom aan.
Nauwlijks echter had de meid de deur achter zich gesloten, of zij
vouwde kreukend en krakend het Vaderland open, en zocht met tintelende
oogen in het Kunst- en Letternieuws, en ze las:
"De Fransche Opera."
"Niemand zal het zeker na Hamlet en Le Tribut de Zamora
betwijfeld hebben of de heer Theo Fabrice zou genade vinden in
de oogen van de abonné's onzer Fransche Opera, en men kan zich
dus alleen verwonderen, dat er zich nog drie stemmen tegen den
schitterenden baryton verklaarden. Opnieuw gaf de heer Fabrice,
in Tell, bewijs hoe hij ten volle geschikt is om het emploi
van Baryton van den Grand Opéra alhier te vervullen, zoodat
wij ons van harte in zijn aanneming verheugen kunnen. Aan een
forsch en goed geleid orgaan paart de verdienstelijke artist
een hartstochtelijke en toch gepaste actie, die van studie
getuigt. In het duo met Arnold (1e acte) en het groote trio,
in de scène met Jemmy, gaf Fabrice een grootere volmaaktheid
dan men meestal op ons tooneel gewend is, te hooren...."
En Eline knikte glimlachend, goedkeurend; het was inderdaad volkomen
waar; en zij las het artikel uit, zich verheugend in zijn succes,
en zocht vervolgens hoe het Dagblad over hem oordeelde.
Hoofdstuk VII.