IV.

--Heerlijk, heerlijk zoo te zingen! riep Eline in extaze uit en ze

vloog op en omhelsde mevrouw Van Raat met bruisende onstuimigheid. En

zingt Paul nu niet lief, mevrouwtje, en is het niet onverantwoordelijk,

dat hij geen les wil nemen? U moest hem eigenlijk dwingen....

Maar Paul beweerde, dat Eline hem reeds mooi genoeg les gaf, en dat

ze hem nog eens zich zou laten doodzingen met hare moeilijke duo's;

Eline echter meende, dat hij het er perfect had afgebracht.

Betsy zuchtte, in stilte, van verademing na het bruyante afscheid

der Veroneesche geliefden, dat onder het geschilderd plafond en

tusschen de peluche draperieën van haar salon haar te zwaar en te

luid in de ooren had geklonken. Eigenlijk vond ze het een vreeselijk

geblèr! Waarom zong Eline liever niet iets aardigs, iets luchtigs

uit de een of andere bouffe!

Het gesprek begon, nu Eline en Paul zich hadden neêrgezet, weder

algemeen te worden, over kleine nieuwtjes van den dag, over de drukte

in de straten, nu het weldra St. Nicolaas was, tot het halftien sloeg

en Mina zeggen kwam, dat het rijtuig voorstond.

--Het is ook mijn uurtje, sprak mevrouw Van Raat, langzaam opstaande,

en Eline huppelde neuriënd weg, om haar goed in het boudoir te halen,

een bonten rotonde, een wollen doek, een capuchon.

Zij liet zich zorgvuldig inmoffelen door haar lieveling, en pakte

voorzichtig haar bril en haar handwerk bijeen in hare réticule. Daarna

kuste zij hen allen, zich tot hen buigend met de langzame bewegingen

eener vermoeide, oude vrouw en Henk en Paul lieten haar uit en hielpen

haar in de mollige, satijnen kussens van den coupé.

Het rijtuig rolde weg, en mevrouw Van Raat hoorde nog een geruisch

in haar ooren als van zingende stemmen en zij glimlachte weemoedig,

terwijl zij het beslagen glas van het portier afwischte, om naar

buiten te zien, waar de sneeuw vuil en bezoedeld neêrlag in den glans

der lantarens, en ze dacht aan den tijd, toen ze naar de opera ging,

met haar man....

Paul bleef nog een uurtje en stapte toen op, na een stevig glas

wijn op zijn duo's gezet te hebben.... Toen hij vertrokken was,

ging Eline naar boven, om wat op te redderen, zooals zij aan Betsy

zeide. Het was koud in Eline's zitkamer, maar de koelte verfrischte

hare wangen en hare handen, verhit door de lauwe atmosfeer van den

overwarmen salon. Zij wierp zich neêr op de Perzische kussens, hief

heur hand omhoog en streelde het blad der aralia, in een houding, die

haar lief was. En zij glimlachte, terwijl haar oogen zich vergrootten

in een droomerig gestaar, en dacht aan Fabrice met zijn mooien baard

en zijn prachtige stem. Hoe jammer, dat Betsy niet meer van de opera

hield! Zij gingen er zeer weinig heen en zij was er toch zoo dol

op. Ze zou mevrouw Verstraeten eens netjes, op een discrete wijze,

doen blijken, dat zij haar wel eens een enkelen keer kon vragen; meneer

ging toch nooit, en mevrouw inviteerde meestal den een of den ander op

haar vierde plaats, nu eens Freddy, dan Paul.... waarom haar ook niet?

Eensklaps sprong zij op, geprikkeld door een plotselinge gedachte:

Fabrice had gisteravond voor de derde maal gedebuteerd: de eerste

maal was hij opgetreden in Hamlet, daarna in le Tribut de Zamora,

waarin zij hem gezien had, gisteren in Guillaume Tell....

Zij liep haar kamer uit en boog zich over de leuning der trap.

--Mina, Mina! riep ze.

--Ja juffrouw! antwoordde Mina, die juist in de vestibule liep met

een blad vol wijnglazen.

--Breng me de couranten eens, als meneer en mevrouw ze gelezen hebben,

wil je?

--Goed juffrouw, dadelijk.

Zij keerde terug en wierp zich weêr op den divan. En ze lachte om

zichzelve, daar heur hart klopte van nieuwsgierigheid. Het idée! Wat

kon het haar eigenlijk schelen!

Daar hoorde zij Mina de trap opkomen; zij bracht beiden, het Vaderland

en het Dagblad.

--Als u blief, juffrouw.

--Dank je wel, Mina, zeide Eline onverschillig en nam de couranten

loom aan.

Nauwlijks echter had de meid de deur achter zich gesloten, of zij

vouwde kreukend en krakend het Vaderland open, en zocht met tintelende

oogen in het Kunst- en Letternieuws, en ze las:

"De Fransche Opera."

"Niemand zal het zeker na Hamlet en Le Tribut de Zamora

betwijfeld hebben of de heer Theo Fabrice zou genade vinden in

de oogen van de abonné's onzer Fransche Opera, en men kan zich

dus alleen verwonderen, dat er zich nog drie stemmen tegen den

schitterenden baryton verklaarden. Opnieuw gaf de heer Fabrice,

in Tell, bewijs hoe hij ten volle geschikt is om het emploi

van Baryton van den Grand Opéra alhier te vervullen, zoodat

wij ons van harte in zijn aanneming verheugen kunnen. Aan een

forsch en goed geleid orgaan paart de verdienstelijke artist

een hartstochtelijke en toch gepaste actie, die van studie

getuigt. In het duo met Arnold (1e acte) en het groote trio,

in de scène met Jemmy, gaf Fabrice een grootere volmaaktheid

dan men meestal op ons tooneel gewend is, te hooren...."

En Eline knikte glimlachend, goedkeurend; het was inderdaad volkomen

waar; en zij las het artikel uit, zich verheugend in zijn succes,

en zocht vervolgens hoe het Dagblad over hem oordeelde.

Hoofdstuk VII.

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 41 / 188 题