I.

Om halfdrie keerden de Van Raats van het souper terug naar het

Nassauplein. Hun huis was stil, de knecht en de meiden waren naar

bed. Terwijl Henk zijn sleutel in den zak stak, en den bout dwars voor

de huisdeur lichtte, stelde Betsy zich onwillekeurig haar slapenden

jongen voor, roze, met gesloten vuistjes, in zijn wit bedje. Zij

nam de bougie, van den pijler der trap, en ging naar boven; hij met

zijn couranten de eetkamer in. Het gas brandde er, schemerflauw,

een verkleinde waaiervlam.

Zoo ook in haar kleedkamer. Zij draaide de kraan open waardoor

zich het licht snel uitbreidde, en trok haar bonten rotonde van de

schouders. In den kleinen haard wrong zich stuiptrekkend een vurige

tong, als van een heraldischen leeuw. Er zweefde door het vertrek iets

als de lauwheid van een warm bad, vermengd met den zoeten geur van

Violettes de Parme. Even zag zij in de aangrenzende donkere kamer

naar het witte bed van haar kind om, begon zich toen, zuchtende,

te ontkleeden en liet de kanten japon, als een wolk van zwart, haar

heupen afglijden. De deur werd geopend, en Eline kwam, een weinig

bleek, binnen, in een wit flanellen peignoir, met los hangend haar.

--Zoo Elly, nog niet naar bed?

--Neen; ik.... heb wat zitten lezen. Heb je je geamuzeerd?

--O zeker, het was alleraardigst. Ik wou alleen, dat Henk niet zoo

ondragelijk vervelend was. Hij zegt geen stom woord, en zit met zijn

bête gezicht aan zijn horlogeketting te morrelen, tot ze gaan whisten,

in de pauzen.

Eenigszins driftig zette Betsy den eenen voet achter den anderen,

en schopte een schoentje uit, van goudleêr, met kralen.

Eline rekte zich, kwijnend.

--Heb je gezegd aan mevrouw Verstraeten, dat ik ongesteld was?

--Ja, maar zusje, je weet, als ik 's avonds thuis kom, verlang ik

naar mijn bed. Morgen de rest, vindt je niet?

Eline wist, dat haar zuster, 's avonds thuiskomende, of zij zich

geamuzeerd had of niet, immer in een licht korzelige stemming was,

een ergernis, veroorzaakt door den lust zich zoo spoedig mogelijk

te ontkleeden.

Toch had Eline even den aandrang met een bits woord te antwoorden,

maar gevoelde oogenblikkelijk daarop er zich te loom en ontzenuwd

voor. Zij roerde zacht met de lippen Betsy's wang aan, en liet haar

hoofd, geheel onwillekeurig, op den schouder harer zuster neêr,

in een onbedwingbaar verlangen naar teederheid.

--Ben je heusch ziek, hè, of....?

--Neen. Alleen een beetje.... een beetje lui.... Adieu.

--Slaap lekker.

Eline ging, loom en bevallig in haar witten peignoir. Betsy raapte

den kanten japon op, en ontkleedde zich verder.

Eline Vere: Een Haagsche roman · 第 11 / 188 题