AMERIKAANSCHE GETUIGENISSEN OMTRENT AMERIKAANSCHE TOESTANDEN.

De man, die door de meerderheid der kiezers in de Vereenigde Staten

van Noord-Amerika,--met inbegrip van 800,000 zoogenaamd vrije

negers--voor de tweede maal op den presidialen zetel is geplaatst,

heeft onlangs, in eene officiëele boodschap, de transatlantische

"Republiek" als voorbeeld voor het oude Europa aangeprezen, als de

type en het model voor den gewenschten staat der toekomst. Men zou

deze eenzijdige grootspraak kunnen laten voor hetgeen zij is, indien

niet in Europa zelf nog altijd zoovelen gevonden werden, die, met

opzet of uit onnoozelheid, inderdaad gelooven of althans voorgeven

te gelooven, dat de amerikaansche republiek hooger staat dan de

monarchiën der oude wereld, en zich op het voorbeeld van Amerika

beroepen tot aanprijzing van den republikeinschen regeeringsvorm,

als het algemeene redmiddel tegen alle kwalen. Dat men, zelfs in

Amerika, dit gevoelen niet zoo algemeen deelt, kan blijken uit de

volgende staaltjes uit de dagbladpers, die tegelijk ten blijk kunnen

strekken van de vrijheid waarmede de oppositie-bladen de toestanden

durven beoordeelen. Wij hebben niet te zeggen, dat ook deze schetsen

zeerwel niet van overdrijving vrij te pleiten zijn.

Hooren wij in de eerste plaats een der te New-York verschijnende

dagbladen, de _Sun_.

"Het geheele staatkundige en maatschappelijke leven en streven te

Washington, zoo zegt zij, is door en door verdorven. Rechtschapenheid

geldt voor niets, zedelijkheid wordt openlijk bespot. Deugd en

betamelijkheid, die vroeger geacht en geëerd waren, zijn sinds lang

geheel uit de mode; de weinigen, die daaraan nog waarde hechten,

worden aangezien als zonderlinge antiquiteiten uit een lang vervlogen

tijd. Zoowel in de regeeringskringen als daarbuiten voert _Shoddy_,

met al de hem eigene gemeenheid, het hoogste woord. Shoddy kent geen

hooger levensdoel dan de luie liederlijkheid na te apen, die onder

de regeering van Napoleon III in sommige fransche kringen zoozeer

den boventoon voerde, en allen eerlijken lieden zooveel aanstoot

gaf. Maar ondanks alle innerlijke verdorvenheid wist men te Parijs

althans nog voor het uiterlijk den schijn van welvoegelijkheid en

decorum te bewaren. Maar hier, te Washington, treden ondeugd en

verdorvenheid openlijk op, in de ruwste, gemeenste, onhebbelijkste

vormen: men draagt roem op zijne vulgaire gemeenheid en neemt niet

eenmaal de moeite, ze met een zeker vernis te bedekken. Deze lieden

zijn trotsch op hunne schande, en bekommeren zich niet meer om

welvoegelijkheid of betamelijkheid.

"Geld is alles in allen; de waarde van den man hangt uitsluitend af van

zijn rijkdom, van het ambt dat bij bekleedt, of van den invloed, dien

hij op de regeeringsmannen kan uitoefenen. Eene vrouw wordt ontzien

en gevierd, naarmate zij beter de kunst verstaat over de mannen

te heerschen, den toon weet aan te geven in hetgeen men den goeden

smaak noemt, en in het gezellig verkeer alle vrouwelijke schaamte

en ingetogenheid heeft afgelegd. In het openbare leven wordt alles

naar dollars berekend: ware verdienste en degelijkheid komen niet in

aanmerking. Het voorbeeld der hoogstgeplaatste staatslieden heeft ook

in lagere kringen ijverige navolging gevonden, en zoo is het gansche

samenstel verdorven en rot geworden.

"Ministers, senatoren, volksvertegenwoordigers, ambtenaren baden

zich in schaamtelooze weelde en overdaad, terwijl het van openbare

bekendheid is dat zij nog voor weinige jaren doodarm waren. Nu zijn zij

het, die den toon aangeven. Het is niet meer dan natuurlijk dat hunne

onderhoorigen, die van hunne gunst en bescherming afhankelijk zijn,

dienzelfden weg opgaan, en door dezelfde ongeoorloofde middelen en

praktijken zich eene positie trachten te verwerven. Slagen tot iederen

prijs, dat is het algemeene beginsel: het zeer onheilige doel heiligt

de verachtelijke middelen. Alles wat van het Witte-Huis (het hotel van

den president) uitgaat of daarmede in betrekking staat, is praal- en

pronkziek en wil zooveel mogelijk vertooning maken. Kan dat niet langs

eerlijke wegen, welnu dan geschiedt het ten koste van eer en plicht.

"Hieruit verklaart zich vooral de kanker der corruptie, die _alle_

takken van de staatsdienst, zonder eenig onderscheid, heeft aangetast

en doordrongen. Dit bederf is bij ons veel erger dan in eenig ander

beschaafd land, want de demoralisatie strekt zich zoowel tot de

hoogste als de laagste ambten uit; zelfzucht, oneerlijkheid, ontrouw

zijn overal de heerschende motieven der handelingen. Tegen dezen

invretenden kanker baat geen ander geneesmiddel dan eene radikale

omwenteling. Zelfs indien de zoogenaamde hervorming der civiele dienst

inderdaad de vruchten zou dragen, die kwakzalvers en bedriegers het

lichtgeloovige volk diets maken, dan nog zou zij niets vermogen. De

kwaal is chronisch; om haar te overwinnen, zou men de toevlucht moeten

nemen tot wat de geneesheeren eene heroïeke behandeling noemen.

"Diefstal der voor onvoorziene uitgaven bestemde gelden in alle takken

van het staatsbestuur, is nog maar een zeer klein onderdeel van het

roofstelsel, dat, te beginnen met het congres, in alle afdeelingen

en kringen der regeering is doorgedrongen en aangenomen. Senatoren

en volksvertegenwoordigers maken zich door zulke _contingencies_ van

zeer aanzienlijke sommen meester: en dit den volke ontstolen geld

wordt dan in brasserijen verspild, waarvan men vroeger zelfs geen

denkbeeld had. Honderdduizende dollars worden ieder jaar op zulke wijze

weggeworpen. Dit misbruik heeft, zooals, in den aard der zaak ligt,

vele andere misbruiken en liederlijke praktijken in het leven geroepen:

zoo is de gansche wetgevende macht veil en omkoopbaar, de _jobbery_

(schacherij, oneerlijkheid) tot een erkend handwerk geworden. Wie

in dezen wedstrijd van gemeen-vulgaire pralerij wil mededoen, moet

noodwendig over geld, veel geld, kunnen beschikken; en heden ten dage

doet het er volstrekt niets toe, _hoe_ men aan geld komt.

"Dit voortwoekerend bederf heeft nog andere noodlottige resultaten

opgeleverd, die niet minder verontrustend zijn. Gedurende den (zeer

ten onrechte dus genaamden) opstand, werd de proef genomen, om in

sommige takken van de staatsdienst ook vrouwen aan te stellen. Men

deed dit, eensdeels om voor daartoe bekwame personen een geschikt

veld van werkzaamheid te openen; anderdeels om de vrouwen en dochters

van in den krijg gesneuvelde militairen een middel van bestaan te

verzekeren. Zoowel het een als het ander was loffelijk en goed, en de

proef slaagde volkomen. Maar tegenwoordig is ook hierin een schandelijk

en ergerlijk misbruik welhaast regel geworden. Zoodra het congres

omtrent dit punt bepalingen begon te maken en nieuwe betrekkingen voor

vrouwen in het leven te roepen, viel het niet moeilijk te voorzien

wat er geschieden zou--en dan ook werkelijk gebeurd is.

"Vele verstandige, ontwikkelde vrouwen, die iederen fatsoenlijken

kring tot sieraad zouden strekken, verdienen aldus op eerlijke

wijze haar brood in de verschillende regeeringsbureaux. Voor sommige

betrekkingen zijn zij beter geschikt dan mannen, maar worden toch niet

zoogoed betaald als dezen. Doch nevens deze brave en achtenswaardige

vrouwen en meisjes heeft zich nu een ander element ingedrongen, welks

tegenwoordigheid voor haar eene beleediging, voor de staatsdienst

een smaad en schande, en voor het openbaar geweten een ergerlijk

schandaal is. Het is toch van algemeene bekendheid, dat senatoren,

volksvertegenwoordigers en ambtenaren deze voor brave en eerlijke

vrouwen bestemde betrekkingen wegschenken aan liederlijke schepsels,

die bovendien geheel ongeschikt zijn voor het werk, waartoe zij

geroepen worden. Het is eene schande, zulke personen eene plaats

naast de anderen aan te wijzen. Hier baat niet de armzalige uitvlucht,

dat de aanstelling aan eene vergissing, een misverstand moet worden

toegeschreven. Leden van het congres hebben, in grooten getale,

hunne bijzitten gepensioneerd: dat wil zeggen, de schatkist moet

deze personen betalen, ofschoon zij geheel ongeschikt zijn, de

haar toevertrouwde betrekkingen behoorlijk waar te nemen. Hoogere en

lagere ambtenaren, die posten te vergeven hebben, volgen dit voorbeeld

ijverig na.

"Betrof het hier nu slechts uitzonderingen, dan zou men, hoe

afkeurenswaardig dergelijke handelwijze ook steeds moge zijn, toch

des noods veel door de vingers kunnen zien. Maar de bewijzen zijn

voorhanden, dat het kwaad ontzaglijke proportiën heeft verkregen, en

dat elk departement der bondsregeering daardoor is aangetast. Wanneer

alle bijzonderheden aan het licht werden gebracht, en de volle

waarheid bekend gemaakt, dan zou het land zich ontzetten over

deze ergerlijke misbruiken, over den omvang, dien het kwaad reeds

bereikt heeft; en vooral ook daarover, dat zoovele lieden, die zich

bij voorkeur voor _christelijke_ staatslieden uitgeven, met dit

euvel in zoo ruime mate zijn besmet. In vele afdeelingen, waarvan de

chefs voor mannen van strenge zeden doorgaan en zeer getrouw de kerk

bezoeken, worden gewichtige posten toevertrouwd aan vrouwspersonen,

wier onzedelijk gedrag van algemeene bekendheid is; anderen, wier

reputatie niet beter is, danken hare plaatsing in de bureaux aan den

veelvermogenden invloed harer _vrienden_ in het congres of de hoogere

regeeringskringen. Dit openbaar schandaal komt niet uitsluitend ten

laste van eene enkele partij, de radikaal-republikeinsche: ook de

zoogenaamde Grant-demokraten--zooals de omkoopbare medeleden der

demokratische partij worden genoemd--hebben hunne bijzitten in de

staatsdienst eene plaats bezorgd.

"Alles wordt tot koopwaar en handelsartikel verlaagd. De bondsregeering

moet zich de noodige gelden verschaffen ter bestrijding zoowel van

de loopende gewone uitgaven, als ook voor onvoorziene gevallen

(_contingent approbations_). Zij beijvert zich mitsdien om door

weldaden de gunst te winnen van de invloedrijke leden van het congres,

en vergeet natuurlijk ook hare demokratische partijgenooten niet. Het

gevraagde geld wordt toegestaan; daaronder zijn dan ook traktementen

voor klerken begrepen en eene zekere som voor buitengewone beambten,

die door den staatssecretaris tijdelijk kunnen worden aangesteld:

welke aanstelling echter in de praktijk met eene definitieve benoeming

gelijk staat. Dan laat een of ander achtenswaardig congreslid eene,

of soms ook wel twee of drie, zijner concubines, in de bureaux der

verschillende departementen benoemen. Weduwen en weezen van in den

krijg gesneuvelde militairen worden barsch afgewezen; winstgevende

betrekkingen sinds lang alleen aan geschandvlekte vrouwspersonen

weggeschonken, die in overdadige weelde zwelgen en op de openbare

wandelingen en andere publieke plaatsen pronken met hare schitterende

pracht, die door liederlijkheid is verworven, en die door het volk

moet worden betaald."

Zoover de washingtonsche correspondent van het te New-York

verschijnende dagblad de _Sun_. Maar hij is op verre na de

eenige niet, en niets zou gemakkelijker vallen dan dergelijke

getuigenissen te vermenigvuldigen. In den vorigen winter werd, in

eene vergadering te Boston, de vraag behandeld, of met het oog op de

algemeene verbastering van het openbare leven, op de omkoopbaarheid,

die zoowel het congres als bijna alle wetgevende vergaderingen

der afzonderlijke staten kenmerkt; op de niet minder ergerlijke

omkoopbaarheid van een groot aantal rechters en leden der jury; op

de bedriegerijen en vervalsching bij de stemmingen, en op de bijna

algemeene verwildering der zeden;--of, met het oog op dit alles,

de republikeinsche regeeringsvorm in de Vereenigde-Staten geacht kon

worden, nog eene toekomst te hebben? Reeds nu was de republiek, in

zekere mate, tot een centraliseerend despotisme geworden, en waren de

partijen jammerlijk ontaard en verbasterd; van de goede traditiën uit

de dagen van Washington en Jefferson was zelfs geen spoor meer over.

In verband hiermede, verdient zeker de verklaring van het te New-York

verschijnende _Daybook_ (van 28 Juni 1873) de aandacht. "Is het

volk over het algemeen niet reeds te diep gezonken, om nog door

eenige regeering gered te kunnen worden, tenzij dan door de absolute

monarchie? Eene constitutioneele monarchie zou niet baten. Men mag

wel zeggen dat de rol der republiek is uitgespeeld, nu het bederf

zoo algemeen is en zoo schrikbarende hoogte heeft bereikt, en door de

monarchalen van Europa met alle recht op ons, als op een afschrikkend

voorbeeld, gewezen wordt."

De voorzitter van Yale-College,--een der aanzienlijkste hoogescholen

in de Vereenigde-Staten te New-Haven, in den staat Connecticut;--de

heer Woolsey, richtte in Juni l.l. eene toespraak tot zijne studenten,

en zeide daarin, onder anderen, het volgende: "Sedert het einde van

den oorlog zijn tweemaal zooveel jaren verloopen als de oorlog geduurd

heeft, en tegenwoordig heerscht allerwege eene corruptie, waarvan in

de geschiedenis onzes volks geen voorbeeld te vinden is:--corruptie der

openbare beambten, corruptie in de partij, die zich gedurende den krijg

door 'loyauteit' kenmerkte; wij zien bondgenootschappen aangeknoopt met

beginsellooze mannen, ter bereiking van zelfzuchtige partij-oogmerken;

eene koortsachtige speculatiewoede, eene immer toenemende reeks van

misdaden. Familiezin en reinheid van het familieleven zijn hand over

hand afgenomen, en in de plaats daarvan woekert eene demoralisatie

voort, die voor het allerergste vreezen doet."

Eindelijk willen wij eenige zinsneden aanhalen uit een artikel van

eene duitsch-amerikaansche courant, de _California-Staatszeitung_,

bij gelegenheid van de viering der onafhankelijkheidsverklaring,

op den 4den Juli 1873. Aan het hoofd harer beschouwingen plaatst zij

dezen tekst: "Het huis mijns Vaders zal een huis des gebeds genaamd

worden, maar gij hebt het tot een moordenaarskuil gemaakt"; en zegt

dan, onder andere, het volgende:

"De schoone dag der vrijheid, waarop eene groote natie geboren werd,

is tot een dag van rouw en droefenis geworden, waarop wij onze

hoofden met asch bestrooien moeten, en in bedevaart optrekken naar

de graven dergenen, die ons een roemrijk en kostbaar erfdeel hebben

achtergelaten, dat nu in onze regeeringskringen voor een schotel

linzen wordt verkocht.

"Wat zien wij toch heden ten dage? Wij zien het algemeene stemrecht

des volks tot eene komedie gemaakt of rechtstreeks geschonden door

bedriegerij, omkooping en geweld. Wij zien het dusgenoemde souvereine

volk veel minder in het bezit zijner rechten, dan onder de monarchale

constitutiën. Wij zien de wilde jacht naar rijkdom en genot, overal

de plaats innemende van eerlijkheid en burgerdeugd. Wij zien de

regeering in handen van zelfzuchtige intriganten en diep verdorven

coteriën. Wij zien het volk geplunderd, en zijne vrijheid vertrapt

door fanatieke kwakzalvers. Wij zien de hoogste staatsdienaars aan

de spits der dieven en plunderaars. Wij zien, hoe in de wetgevende

vergaderingen de wildste hartstochten, de meest schaamtelooze corruptie

het onhebbelijkste egoïsme openlijk haar gruwelijk spel spelen, en

onderdrukking der vrijheid het voornaamste streven is. De hoofdplaats

des lands is tot een tweede Babel geworden, waar men moedwillig de

oogen sluit voor het _Mene Tekel_, dat de genius der geschiedenis

reeds bezig is te griffelen aan de marmeren wanden van de paleizen des

overdaads, waar lichtekooien en gewetenlooze zwendelaars de schatten

des volks verspillen, en alles wordt medegesleept in den wilden roes

der liederlijkheid."

Mogen bovenstaande aanhalingen wat sterk gekleurd zijn, zij bewijzen

nogtans dat de Nieuwe Wereld, ook binnen haar eigen gebied, niet als

een modelstaat wordt geoordeeld.

Reize in Taka (Opper-Nubië) De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 11 / 12 题