De man gaf, ouder gewoonte, ten antwoord: "Hij durft niet."

De Basen vertrok, en weken verliepen zonder dat men iets van hem

hoorde. Maar op zekeren avond kwam een man van de Basen in Hafara, en

had een geheim onderhoud met de vrouw, waarbij hij haar waarschuwde

zich tot vertrek gereed te houden, omdat haar vader haar binnen

weinige dagen zou komen afhalen. De negerin nam den wenk ter harte,

en zeide er niets van tot haren echtgenoot, waarschijnlijk denkende

dat het misdadig zou zijn hem aan zijn noodlot te willen onttrekken. Op

zekeren nacht overvielen driehonderd welgewapende Basen in alle stilte

het dorp, dat uit niet meer dan honderd woningen bestond; voor de

deur van iedere hut stelde zich een man als wachter, terwijl twee

zijner makkers de woning ingingen, en allen, die zij daar vonden,

den hals afsneden. In weinige oogenblikken was alles afgeloopen,

en de vijfhonderd inwoners van Hafara waren uit den slaap in den

dood overgegaan. De hoofdschuldige aan deze ramp verloor evenzeer

het leven, en zijne weduwe volgde de overwinnaars, die haastig naar

hunne bergen terugtrokken.

Tot weerwraak over dezen aanslag, verbonden de mannen van Sabterat

en Algheden, de naburen en bondgenooten van de Hafara, zich met de

Turken van Kassala, en deden een inval in het gebied der Basen; zij

doodden een zestigtal mannen en voerden achttien gevangenen mede,

voor het meerendeel jonge meisjes en kinderen, die te Kassala als

slaven werden verkocht.

Reize in Taka (Opper-Nubië) De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 3 / 12 题