glimlachend.
—O ja, het gaat voortreffelijk, hernam de jonge man meesmuilend.
—Het is alsof alles al goed en wel achter den rug is! Ik geloof
waarlijk dat je het vinden van deze kleederen als de hoofdzaak schijnt
te beschouwen.
—Dat is het ook in zekeren zin, zeide Raffles bedaard. Want als ik
eenmaal als generaal Judenitsch kan optreden dan is de rest slechts
kinderwerk.
Charly zeide niets en vergenoegde er zich mede even de schouders op te
halen.
Raffles had intusschen eenige andere doozen nagezien, waarvan er een
twintigtal in het groote gat stonden en eindelijk had hij er één
gevonden die een generaalsuniform bevatte, nog van vóór den oorlog
evenwel, en waarvan alle galons, gouden tressen en andere fraaiigheden
verwijderd zouden moeten worden.
Gelukkig was de kleur door den tijd en het lange liggen een weinig
verschoten en dat kwam juist goed uit.
In dezelfde trommel bevond zich nog een tweede uniform, die met eenige
veranderingen zeer goed kon doorgaan voor die van kapitein.
—Ik zou je wel iets willen vragen, zeide Charly toen Raffles het
noodige had uitgezocht en daarna alle blikken doozen weder op hun
plaats had gezet.
—Laat eens hooren?
—Als wij ons hier vermommen als de generaal en zijn adjudant, hoe komen
wij dan onopgemerkt hier weg? Of wil je tot vanavond hier blijven?
—Dat zal wel noodig zijn, Charly, want het zal waarschijnlijk
verdenking baren als Judenitsch zoo vroeg in de stad komt, welke hij
pas voor een deel veroverd heeft; bovendien moeten wij nog vrij wat
onderzoeken, voor wij zonder gevaar onze rol moeten spelen. Dit staat
vast, dat de zoogenaamde kellner geweten heeft, dat de generaal in het
Admiraals-Hotel zijn intrek zou nemen en er moeten dus spionnen bij de
Witten geweest zijn die dit wisten; hoe dit ook zij, wij moeten den
staat van zaken goed kennen en daar zullen wel verscheidene uren mee
gemoeid zijn.
Onder het spreken had Raffles de kleederen en de pruiken weggesloten in
een muurkast waarvan hij den sleutel bij zich stak.
—Nu moeten wij Henderson nog waarschuwen, want de brave kerel zal
volstrekt niet weten waar wij zitten.
Raffles opende de deur van het vertrek weder en de twee mannen
verlieten het huis, na aan den portier te hebben medegedeeld dat zij
dien avond zouden terugkeeren.
Nu begaven zij zich allereerst naar hun Hotel, waar Henderson nog
steeds vertoefde en daar ontving de reus voor zoover het noodig was,
zijn instructies.
Hij was pas kort geleden teruggekeerd van zijn ommegang door het door
de Witten bezette deel van de stad en ten slotte was hij er in geslaagd
een kleine maar zeer snelle auto te huren bij een handelaar in
automobielen die tamelijk goed Engelsch sprak.
Hij had den wagen niet aanstonds kunnen medenemen want de handelaar had
een bespottelijk hoog garantie bedrag geëischt, en dat had hij
natuurlijk niet bij zich gehad.
Het eerste wat Raffles nu deed, was zich in gezelschap van Henderson en
Charly naar den handelaar te begeven en hem de gevraagde garantiesom te
betalen. Vijf duizend roebel voor een auto die er op dit oogenblik
zeker geen drie duizend waard was, tenminste naar de vroegere koers
berekend.
Het was een verveloos ding, maar het geoefende oog van Henderson had
dadelijk gezien dat de motor voortreffelijk was en dat de wagen
gemakkelijk negentig kilometer per uur zou kunnen loopen.
De straten waren op dit oogenblik reeds vol Witte troepen en de ruiten
rinkelden van het gedaver der voorbijtrekkende artillerie.
Als niet alle voorteekenen bedrogen, en als de Rooden niet spoedig
versterkingen kregen, dan zou Petrograd zeker voor hen verloren gaan!
Overal zag men officieren, die bevelen schreeuwden en ordonnancen die
op hun motorrijwielen of te paard, vliegensvlug orders gingen
overbrengen of halen.
—Ik geloof dat het tijd wordt om te handelen, zeide Raffles, toen hij
dit alles eens had opgenomen. Want, als het zoo voortgaat, is de
geheele stad morgen in het bezit der Witte troepen, en dan zou
Judenitsch wel eens kunnen verschijnen vóór wij tusschenbeide zijn
gekomen. Het moet dus vóór vanavond zijn.
Door voorzichtig hier en daar navraag te doen, vernam Raffles dat het
Hoofdkwartier zich nog steeds op eenige wersten afstands van de
hoofdstad bevond en dat het waarschijnlijk in den loop van den nacht
zou worden verplaatst.
Zoodra de duisternis begon te vallen, omstreeks vier uur in den middag,
begaven Raffles en Charly zich weder naar het huis, waar zij hun
vermommingen zouden aanleggen, maar onderweg liet Raffles Henderson
stilhouden voor een uitdragerij, waar zij, na eenig zoeken, een gewone
soldatenuniform vonden, ruim genoeg voor den reus.
Het was volkomen duister toen de kleine renwagen voor het huis
stilhield. Raffles trad op Henderson toe en zei op zachten toon:
—Rijd nu de straat ten einde en trek daar op het onbebouwde veld dat
zich daar bevindt, snel de uniform aan, houd daar echter je eigen
kleederen onder aan, want die zul je zeker nog noodig hebben, zet je
horloge met het mijne gelijk, en keer juist over drie kwartier, dus om
zes uur, weder hier terug om ons op te nemen, rijd dan weg, zoodra wij
in de auto hebben plaats genomen en breng ons dan naar het
Admiraals-Hotel!
Henderson tikte aan zijn pet, en reed weg, terwijl Raffles en Charly
zich de trappen opspoedden.
Nog zelden had de Groote Onbekende zooveel zorg besteed aan één zijner
vermommingen, want hij begreep dat het thans om zijn leven ging.
Natuurlijk kende de zoogenaamde kellner Judenitsch van aanzien en ook
de schoone Poolsche zou wel zeer goed weten, hoe haar slachtoffer er
uitzag!
Terwijl zij druk bezig waren hun gelaat een geheele verandering te
laten ondergaan, vroeg Charly:
—Dit complot is zeker lang van te voren beraamd, voor het geval
Judenitsch ooit te Petrograd mocht komen, want het is niet denkbaar dat
Feodora Leszinsky er ooit op heeft gerekend dat zij tot het groote
Hoofdkwartier zou kunnen doordringen.
—Dat is ook mijn meening. Ik ben er echter van overtuigd, dat er nog
wel andere plannen hebben bestaan, voor het geval dat de
Opperbevelhebber van de Noord-Westelijke legertroep niet te Petrograd
maar elders zou zijn verschenen.
—Wat zijn je plannen voor hedenavond?
—Dat moet ik van de omstandigheden laten afhangen, dat wil zeggen, van
hetgeen de schoone Poolsche voorstelt! Ik denk dat zij dadelijk tracht
kennis met mij aan te knoopen en mij naar een andere plek zal willen
meelokken, want in het hotel zou zij haar plan moeilijk ten uitvoer
kunnen brengen.
De vrienden waren nu geheel gereed en Charly riep vol bewondering uit:
—Je lijkt werkelijk verbluffend veel op Judenitsch.
—Zooveel te beter! Het is een gelukkig toeval dat wij den man nog geen
vier en twintig uur geleden in levenden lijve hebben gezien!
Hij raadpleegde zijn horloge en zeide:
—Nog vijf minuten! Wij zullen nu van onze kleederen snel een bundeltje
maken en in de auto leggen, waarmede Henderson steeds in onze nabijheid
moet blijven.
—Maar is het niet erg gevaarlijk, dat we een Russisch soldaat van hem
hebben gemaakt, als hij toch eens werd aangesproken?
—Hij moet altijd zoo vlug rijden dat dit onmogelijk is, en als men hem
aanspreekt moet hij maar een paar Duitsche klanken uitstooten, je weet
misschien wel dat er verscheidene Duitsche soldaten bij de Rooden
zoowel als bij de Witten dienst hebben genomen.
De kleederen werden snel bijeen gepakt en met een touw omwikkeld en
daarop maakten de mannen zich gereed om het vertrek te verlaten waar
zij waarschijnlijk niet meer zouden terugkeeren.
HOOFDSTUK VII.
VERGIFT EN DIAMANTEN!
Zij liepen de trap haastig af en nauwelijks hadden zij de voordeur
geopend of zij zagen de auto komen aanrijden en stilhouden.
Henderson was nauwkeurig op zijn tijd geweest.
De beide mannen stapten in, en zij hadden nauwelijks plaats genomen of
reeds stoof de auto weg.
Een uur later stond zij weder stil voor het Admiraals-Hotel.
Raffles wendde zich tot Henderson en fluisterde hem toe:
—Blijf hier in de buurt rondrijden, over twee uren ongeveer zul je mij
in gezelschap van een dame het hotel zien uitkomen en daarop zal
Mijnheer Brand zich bij je voegen om je nadere instructies te geven.
Als men je soms mocht aanspreken roep je maar: Verstaan nicht, en rijdt
zoo hard je kunt door, je gaat voor een Duitscher door, begrijp je?
—Uitstekend, Mylord. En als ze te lastig zijn zal ik ze wel op z’n
Engelsch neerslaan!
—Geen geweld, dan in geval van nood, Henderson! maande Raffles hem aan.
Hij knikte den reus nog eens toe en ging daarna het Hotel binnen met
Charly wiens hart hoorbaar klopte.
—Nu zullen wij afspreken, Charly, dat je hevige kiespijn voorwend,
ingeval men persoonlijk het woord tot je zou richten, wat ik echter
niet denk!
Zij traden de groote eetzaal binnen en onmiddellijk richtten zich de
blikken van eenige personen op hen die hen blijkbaar herkend hadden.
Daaronder was ook de kellner die den dag tevoren het briefje aan
Feodora Leszinsky in handen had gegeven.
Maar veel doordringender dan de blik van hen allen was die van de
Poolsche zelf, die blijkbaar zooeven was binnengetreden, en aan een
tafeltje had plaats genomen, thans geheel alleen.
Raffles deed, alsof hij haar aanvankelijk niet opmerkte, maar hij zag,
hoe zij met een bijna onmerkbare beweging van het hoofd den gewaanden
kellner wenkte en snel eenige woorden met hem wisselde, terwijl zij in
de richting van de beide vrienden keek.
Daarop knikte de kellner bevestigend en verwijderde zich.
—Zij bijt aan! bromde Raffles verheugd. Het spel gaat beginnen!
Hij had met zijn gewaanden adjudant reeds plaats genomen en dadelijk
kwam er een kellner toeloopen aan wie Raffles zijn bestelling zei.
De eetzaal was dien avond niet zeer druk bezet, en dadelijk begon het
stomme oogenspel tusschen de schoone Poolsche en den man, dien zij
gezworen had te zullen dooden.
—Je kunt over drie kwartier, zoo tegen het dessert, wel verdwijnen,
beste Charly, zeide Raffles, want de eend zwemt regelrecht in de fuik,
hetzij met alle eerbied gezegd van de schoone samenzweerster!
—En waar moet ik dan blijven!
—Tracht Henderson op te vangen, en dan kunnen jullie beiden die uniform
wel weer afleggen, nu ik het wild beet heb! Des te minder vat geven wij
op ons.
Hij had een blik op zijn horloge geworpen en ging nu voort:
—Ik zal het zoo aanleggen, dat zij mij over een uur ongeveer naar haar
woning brengt, welke zij hier zeker zal hebben, met het oog op het
moordplan. Zij is natuurlijk slechts hier komen logeeren, om kennis met
den generaal te kunnen aanknoopen en ik ben wel benieuwd hoe zij dat
zal kunnen aanleggen!
Daarop behoefde Raffles niet lang te wachten, want nog voor het dessert
van het diner was opgedragen, stond de schoone Poolsche op, wierp haar
medeplichtige een snellen, waarschuwenden blik toe, en kwam in de
richting van het tafeltje waaraan de mannen gezeten waren, die zij voor
Generaal Judenitsch en zijn adjudant hield.
Zij had een sigaret tusschen de roode lippen, en op eenige passen van
het tafeltje verwijderd stond zij stil en wilde ze met een zilveren
sigarenaansteker doen ontbranden.
Schijnbaar bij ongeluk echter gleed het voorwerpje uit hare handen en
viel voor de voeten van Raffles neder.
Deze bukte zich haastig, raapte het sierlijke voorwerpje op, en maakte
vuur, en hield het de schoone vrouw met een buiging voor.
Terwijl zij zich voorover boog teneinde haar sigaret aan te steken,
blikten haar schoone oogen diep in die van den gewaanden generaal en
toen zeide zij vriendelijk:
—Ik dank U, Generaal! en ik maak van de gelegenheid gebruik U als
overwinnaar welkom te heeten in deze stad!
—Hoe, gij weet....? riep Raffles schijnbaar verrast uit, ik meende toch
mijn incognito goed bewaard te hebben.
—Dat zou U in deze stad niet gelukken, generaal! daarvoor is uw gelaat
al te bekend, hernam de Poolsche terwijl er een verleidelijk glimlachje
om haar lippen speelde.
Raffles maakte opnieuw een buiging en hernam:
—Ik had mij waarlijk geen schooner bewoonster van de hoofdstad kunnen
wenschen, om mij het welkom toe te roepen, en ik zie dat gij alleen
zijt, madame, wilt gij mij veroorloven, met U een glas champagne te
drinken? Op mijn overwinning?
Even scheen de schoone vrouw te aarzelen, maar toen klonk er een
zilveren lachje en zij riep:
—Welnu, generaal, dan zullen wij de conventie ditmaal maar eens buiten
spel laten, ik neem uw hoffelijk aanbod aan.
De generaal wierp zijn adjudant een blik toe, die zooveel beteekende,
als:
—Je bent te veel, goede vriend, waarop deze haastig opstond, zwijgend
een diepe buiging voor de schoone Poolsche maakte, zijn uniformpet
greep, voor zijn chef salueerde en de eetzaal verliet.
Het volgende oogenblik waren de schoone vrouw en haar vermeend
slachtoffer zoo goed als alléén in het afgelegen hoekje van de groote
zaal, en nu werd een steekspel aangevangen, in welks verloop Raffles
alle gelegenheid had de slagvaardigheid van de verleidelijk schoone
vrouw te bewonderen.
Zij wendde, schijnbaar zonder opzet, alle kunsten aan, welke een
betooverende vrouw ten dienste staan, om een willoozen man in haar
netten te lokken maar die op Raffles volstrekt geen invloed zouden
hebben uitgeoefend, als hij niet generaal Judenitsch had moeten
voorstellen. Maar nu scheen hij snel onder den invloed te geraken van
de heerlijk schoone vrouw, die tegenover hem was gezeten en met haar
roode lippen van haar champagneglas nipte.
En er was zeker nog geen uur verloopen of de samenzweerster had den
generaal waar zij hem hebben wilde.....
Zij zouden gezamenlijk naar haar woning gaan, waar zij den generaal,
naar zij voorgaf, aan eenige vrienden wilde voorstellen, die niets
liever verlangden dan de Witten als hun bevrijders te verwelkomen.
Toen dit was afgesproken, verzon zij een voorwendsel om den generaal
eenigen tijd op haar te laten wachten.
Raffles glimlachte, want hij begreep wel wat zij ging doen. Zij zou
haar valies met de juweelen pakken omdat zij na het volbrengen van de
daad dadelijk de vlucht zou moeten nemen, en er niet aan te denken
viel, dat zij nog naar het hotel zou kunnen terugkeeren.
Hij bleek goed te hebben gezien, want een kwartier later kwam zij terug
terwijl zij een sierlijk maar sterk valies droeg.
Raffles schoot dadelijk toe teneinde er haar van te ontlasten maar zij
weerde hem af en zeide:
—Het is heel vriendelijk van u, generaal, maar dit valies geef ik nooit
uit mijn handen.
—Zooals gij wilt, madame! zeide de gewaande generaal.
Toeval of niet—er kwam juist een huurauto aanrijden, die van pas kwam
om het paar naar de woning van de schoone vrouw te brengen.
In de auto nam Raffles zijn voorzorgen want hij was er volstrekt niet
zeker van of de chauffeur niet in het complot was geweest en de schoone
samenzweerster zou trachten hem in het voertuig van het leven te
berooven.
Voor alle zekerheid trok hij dus den rechterarm van de schoone vrouw
door den zijne, en vatte ook haar andere hand, alsof hij die wilde
liefkoozen hetgeen de schoone verleidster voor de leus zich werend,
lachend toeliet.
Er gebeurde echter niets gedurende den rit van een kwartier, en toen de
wagen stilstond begreep Raffles dat de moordenaars er de voorkeur aan
hadden gegeven den generaal binnenshuis uit den weg te ruimen.
Toen hij uitstapte en den chauffeur betaalde zag hij juist hoe de
snelle renwagen kwam aanjagen en op zijn beurt stilstond.
Henderson en Charly waren dus op hun post!
De schoone vrouw was hem snel voorgegaan en op de deur van een fraai
huis toegeloopen waar zij thans aanschelde.
Een Russische bediende, die wel achter de deur scheen te hebben
gestaan, opende deze, en wierp Raffles in het voorbijgaan een snellen,
wraakzuchtigen blik toe.
Raffles zag dadelijk dat hij zich in een met groote weelde ingericht
huis bevond, hetgeen wel noodig was geweest om het slachtoffer niet
ontijdig argwaan te doen krijgen.
Feodora had den bediende op zachten toon snel eenige bevelen gegeven en
maakte daarna een uitnoodigend gebaar naar de deur van een vertrek,
welke de bediende haastig afsloot.
—Vergun mij dat ik mij even verkleed, generaal, ik ben aanstonds weder
tot uw dienst! zeide zij lachend.
Zij knikte Raffles met een betooverenden glimlach toe en verliet het
vertrek.
De Gentleman-inbreker keek eenigen tijd naar de gesloten deur en
mompelde bij zich zelf:
—Het schijnt dus, dat vrouwen een medemensch glimlachend naar de andere
wereld kunnen helpen. Nu, als ik er iets aan doen kan, dan zal zij er
ditmaal toch nog vrij wat moeite mede hebben. Ik geloof dat die
bediende—ongetwijfeld de medeplichtige—de eenige andere persoon hier in
huis is, en dat is mij des te liever. Maar de Bolsjewiki moeten toch
een vrij laag denkbeeld van Generaal Judenitsch gehad hebben, om te
kunnen veronderstellen dat hij, tijdens een nog onbeslisten veldslag,
een vrouw zou volgen, ook al is zij zoo bedwelmend schoon als die
Poolsche duivelin!
Raffles was nog niet lang met zijn alleenspraak gereed, toen Feodora
weder binnentrad, thans in een prachtig gewaad van roode zijde, diep
uitgesneden, zoodat haar heerlijke vormen goed te zien waren.
Zij noodigde Raffles haar naar de eetzaal te volgen, waar een kleine
versnapering was gereed gezet.
—Zoo, het schijnt met vergift te moeten gebeuren! bromde Raffles voor
zich heen, en een huivering beving hem als hij die schoone vrouw
aanschouwde, die kon lachen en schertsen, terwijl zij op het punt
stond, een medemensch in koelen bloede het leven te benemen.
In de kleine kamer, waarheen de Poolsche Raffles thans geleidde,
stonden op een tafeltje van perenhout, sierlijk ingelegd, een flesch
wijn, een schaal met sigaretten en een kom met heerlijke zuidvruchten,
die zeker met een burgermanskapitaal waren betaald.
Sedert de vrouw terug was gekomen, had Raffles haar geen seconde uit
het oog verloren, en hij hield ook de deur goed in het oog, terwijl hij
als bij toeval langs de beide ramen had gestreken, om te zien, of er
achter de gesloten gordijnen niemand verborgen was.
Toen zette hij zich neder, en Feodora Leszinsky schonk den wijn in.
Maar Raffles had scherp toegezien.
En hij had ontdekt dat het glas, hetwelk voor hem was neergezet, een
zeer geringe hoeveelheid fijn wit poeder op den bodem bevatte, niet te
zien voor wien er niet in het bijzonder oplette.
Raffles kon niet beletten, dat er een rilling over zijn rug liep, toen
hij het doodelijk poeder in het glas ontwaarde, maar een oogenblik
later had hij zich hersteld.
Wat de vrouw betreft, haar hand sidderde zelfs niet, toen zij den wijn
in het glas van haren gast schonk, die hem den dood moest brengen.
Nu waren de beide glazen gevuld.
Feodora hief het hare op, lachte den gewaanden generaal toe en zeide:
—Tot op den bodem, generaal! Ik drink op Uw overwinning!
—Ik wil U bescheid doen, madame, maar het is onder ons Witten de
gewoonte dat wij voordien de glazen ruilen..... Wilt gij dus het mijne
ledigen?
De oogen van de twee menschen boorden zich in elkander.
Langzaam zette Feodora het glas weder neder.
Er verscheen een floers voor haar oogen en haar gelaat verkreeg een
oogenblik een tijgerachtige uitdrukking.
Raffles hield haar zijn glas voor en eensklaps sloeg zij het hem uit de
hand met doodsbleek gezicht, haalde een zilveren fluitje te voorschijn
en wilde het aan haar lippen brengen.
Maar voor zij dit kon doen, had Raffles met de linkerhand haar pols
grepen, terwijl hij haar met de rechterhand zijn revolver voorhield!
—Weg dat fluitje en geen geluid, caronje, of bij God, ik schiet je
neer, zooals men een dollen hond neerschiet! beval hij.
Het fluitje viel op tafel.
—Steek je handen op!
De witte handen gingen bevend omhoog en de zwarte oogen brandden met
vurigen haat in het bleeke gezicht.
In een oogwenk had Raffles de polsen van de schoone moordenares geboeid
en haar een doek in den mond gestopt.
Daarop droeg hij haar naar een sofa waarop hij haar met een dik touw
stevig vastbond.
Tenslotte maakte hij een spottende buiging voor haar en zeide:
—Het feestje heeft een eenigszins ander verloop dan gij U hadt
voorgesteld, lieve dame, maar dat is uw eigen schuld! En nu snel de
rest!
Raffles greep het fluitje, rukte een der gordijnkoorden af en liep naar
de deur, waar hij naast ging staan.
Toen maakte hij een lus aan het einde van het koord, legde dien voor
den drempel op den vloer en bracht het fluitje aan de lippen.
Een schelle fluittoon snerpte.
Een paar seconden later vloog de deur open en de bediende stormde
binnen de revolver in de vuist.
Maar hij kwam niet ver!
Raffles gaf een ruk aan het koord, waar de man juist over liep en met
een vloek stortte hij voorover, terwijl de revolver hem uit de hand
vloog en ver van hem neerviel.
Voor de Rus weder kon opstaan, had Raffles hem handig het koord om
armen en beenen geslagen, zoodat de man zich niet verroeren kon.
Ook hij werd gekneveld en aan de kruk van de deur vastgebonden.
En nu snelde Raffles vlug het vertrek uit, en doorzocht vlug maar
grondig de andere vertrekken.
In de slaapkamer vond hij niet alleen de tasch met de juweelen, maar
ook nog een groot aantal andere sieraden, welke hij goeden buit
verklaarde, en in een soort werkkamer stond een kast waarin hij een
klein ijzeren kistje ontdekte, hetwelk ongeveer honderd dertigduizend
roebel bleek te bevatten.
Ook dit geld verdween in zijn beide uniformzakken.
Toen zijn strooptocht geëindigd was, trad hij nogmaals het vertrek
binnen waar de machteloos gemaakte Bolsjewiki lagen, en riep tot de
schoone samenzweerster:
—Ik moet U tot mijn spijt vroeger verlaten, dan mijn plan was, madame!
Ik zal zoo vrij zijn, de politie te waarschuwen per telefoon, want ik
wil niets met haar te doen hebben! Die moet dan maar zien wat zij denkt
te doen! Neen, vrees niet, dat ik U aan de Witten zal verraden! Het is
niet mijne gewoonte vrouwen aan het vuurpeloton over te leveren, zelfs
al hebben ze mij willen dooden! Gij kijkt mij verbaasd aan? Laat ik u
dan zeggen, dat gij er voortaan beter aan zult doen, eerst eens goed
toe te zien of de generaals die gij in uw netten lokt, misschien niet
heel iemand anders zijn!
Met deze woorden nam Raffles snel de grijze pruik af, die zijn hoofd
bedekte, hief de tasch met de juweelen in de hoogte, en groette de
Poolsche die vuurrood van woede was geworden, met een bevallig
handgebaar.
Een oogenblik later had hij het huis verlaten en snelde op de auto toe,
die hem wachtte, en snel met hem verdween!