Zes uren later was de dokter met al de zijnen te Catania terug en

scheepten zich dadelijk aan boord van het stoomjacht Ferrato in. Luigi

leidde daarbij het vervoer en de inscheping der gekwetsten.

Pescadospunt werd in de kajuit neergelegd. Met dokter Antekirrt tot

geneesheer en Kaap Matifou tot ziekenoppasser, werd hij waarlijk goed

verpleegd! Daarenboven, zijne wond—een eenvoudig pistoolschot bij den

schouder, vertoonde geen enkel ernstig verschijnsel. De genezing was

dus slechts eene quaestie van tijd. Als de lijder behoefte aan slaap

had, verhaalde hem Kaap Matifou eene vertelling—steeds dezelfde, de

arme reus wist niet meer—en dan sluimerde Pescadospunt zachtkens in, en

vond verlichting in eene gezonde rust, bewaakt en gekoesterd, als hij

was, door ware vriendschap.

Echter kon, in weerwil van alles, niet ontveinsd worden, dat dokter

Antekirrts plannen totaal schipbreuk hadden geleden en dat nog wel bij

het begin van den ondernomen veldtocht. Na op het punt geweest te zijn,

van zelf in handen van Zirone te vallen, was hij er zelf niet in

geslaagd om zich van dien makker van Sarcany meester te maken. Dat was

noodlottig genoeg! Welke plannen had hij niet reeds daarop gesmeed! O,

hij zou dien schoft wel genoopt hebben zijne geheimen mede te deelen!

En nu? Nu was dat alles in rook verdwenen! En eigenlijk was dat de

schuld van Kaap Matifou.... Maar kon men dien dat wel zoo kwalijk

nemen? Hij volgde toch slechts de inspraak van zijn hart!

Dan kwam er nog bij, dat, hoewel de dokter er niet tegen op gezien had,

om na dien nutteloozen tocht, nog een achttal dagen te Catania te

vertoeven, hij geen enkel bericht kon inwinnen omtrent Sarcany. Wanneer

die plannen gemaakt had, om Zirone in Sicilië op te zoeken, dan waren

zij ongetwijfeld gewijzigd, toen hij met het bericht van den valstrik,

die dokter Antekirrt gespannen was, tevens den dood van zijn ouden

makker vernam.

Er viel dan in weerwil van alles inderdaad niet anders te doen dan

Sicilië te verlaten.

De Ferrato koos dan ook op den 8sten September weer zee en koerste in

allerijl naar het eiland Antekirrta, waar het vaartuig na een zeer

voorspoedige reis aankwam.

Daar zouden de dokter, Piet en Luigi hunne plannen hervatten, maar die

alvorens ten zorgvuldigste herzien en uitwerken. Hun geheele leven

bewoog zich toch daar omheen. Het gold thans Carpena terug te vinden.

Die toch moest weten, wat er van Sarcany en Silas Toronthal geworden

was, en waar die schurken zich ophielden.

Ongelukkiglijk voor den Spanjaard, die, wel is waar, door in de kroeg

van Santa Grotta achter te blijven, aan de vernietiging der bende van

Zirone ontkomen was, bleef zijn goed gesternte hem niet getrouw, en was

zijn geluk weldra uit.

Inderdaad tien dagen later ontving dokter Antekirrt van een zijner

agenten het bericht, dat Carpena te Syracusa in hechtenis genomen

was,—niet als medeplichtige van Zirone,—maar voor eene vroegere

misdaad, die reeds van voor vijftien jaren geleden dagteekende, voor

een moord, dien hij te Almayata, in de provincie Malaga, bedreven had,

en waarna hij Spanje, zijn vaderland, verlaten had, om zich te Rovigno

in Istrië te vestigen. De lezer ziet, dat de kerel voor schurk in de

wieg gelegd was. Hij was zijn karakter getrouw gebleven.

Drie weken later werd Carpena, wiens uitlevering door het Spaansche

gouvernement verkregen was, naar zijn vaderland overgevoerd en daar tot

levenslange galeistraf veroordeeld en naar de Marokkaansche kust, naar

het presido van Ceuta, een der voornaamste strafkoloniën van Spanje,

gezonden.

„Eindelijk,” zei Piet Bathory, „is dan toch gerechtigheid geschied en

is een dier ellendelingen in het bagno te recht gekomen en dat nog wel

voor levenslang!”

„Levenslang!.... Neen! waarachtig niet!” antwoordde dokter Antekirrt

somber en ernstig.

De jongman keek hem onthutst aan. Hij scheen hem niet te begrijpen en

was op het punt inlichting te vragen.

„Andreas Ferrato is in het bagno overleden!” ging de dokter met hoogst

ernstige stem voort, „en daar moet een schurk als Carpena niet sterven!

Zoo’n dood zou te eervol voor zulk een booswicht zijn! Vindt gij dat

ook niet?”

Piet Bathory knikte bevestigend. Hij keek den dokter met een

ondervragenden blik aan.

„Ja, zoo beschouwd, hebt gij gelijk,” antwoordde hij eindelijk. „Maar

wat hebt gij dan anders voor?”

Dokter Antekirrt antwoordde niet dadelijk. Het was of hij nadacht.

Eindelijk sprak hij toch:

„Geduld, Piet! Geduld!”

EINDE VAN HET TWEEDE DEEL.

INHOUD.

BLADZ.

I. Verschillende voorvallen 1

II. De mondingen van de Cattaro 22

III. Verwikkelingen 43

IV. Eene ontmoeting in de Stradona-laan 60

V. De Middellandsche Zee 73

VI. Het Verleden en het Tegenwoordige 89

VII. Wat er inmiddels te Ragusa gebeurde 110

VIII. In de omstreken van Malta 131

IX. Malta 150

X. In de omstreken van Catania 180

XI. De Casa Inglese 201

Mathias Sandorf [2] · 第 19 / 19 段