3. In hare hut hypnotiseert ze Barend en Zweder, maar bezwijkt voor
den sterkeren wil van Semeyns.
Hoe Schimmel dit alles voorstelt, blijkt duidelijk uit den roman. In
Hannekemeu woont een demon, een booze geest, "die haar tot schaterend
lachen aanspoort." Die demon dwingt haar tot booze daden, dwingt haar
in den nacht als de moord op Otto plaats grijpt, uit te gaan en 't
kasteel in brand te steken. De demon is Fatmé, de vroegere bewoonster
van 't slot, "die 't kleinste bovenvenster werd uitgeworpen in een
zak met steenen gevuld." Ze wil nu wraak nemen op Reinout, op zijn
gezin, op zijn kasteel. Te meer is de heks gebeten op den landheer,
omdat hij haren zoon, een paardendief, heeft laten terechtstellen.
De heks is 't, die Reinout de jicht bezorgt. Als Hannekemeu door den
sterken wil van den landmeter onschadelijk wordt gemaakt, verdwijnt
plotseling bij Reinout de jicht. Hierop wijst ook het gezang van de
heks in haar hut, als ze telkens het mes in de borst stoot van een pop,
die de gedaante van den landheer heeft:
"Schreeuw van de pijn, schreeuw van de pijn,
Hanneken geeft je 't flerecijn!"
Nog een aanwijzing over de verhouding tusschen Fatmé en Hannekemeu
vinden we in 't feit, dat als de Oostersche vrouw verschijnt aan
Reinout, de heks aan de gracht staat en schreeuwt: "Fatmé, bezoek
den beul van mijn jongen."
[Brechtje.] In verband hiermee wijzen we nog op Brechtje, die de
gave van 't tweede gezicht heeft, dus een clairvoyante is. Dat ze kan
voorspellen blijkt uit de damesvisite bij mevrouw Vosbergen. Ze vertelt
gezien te hebben, dat er oorlog moest komen, ze voorspelt Geertrui,
dat deze eens te Akbou zal wandelen met een jonkman met zwarte haren,
die een bloedvlek op 't voorhoofd heeft (Zweder van Linden), zingt
plotseling, dat een dapper held gevallen is en dadelijk daarna komt
Arkesteyn om mevrouw Vosbergen te spreken: Geertruids vader, admiraal
Perseyn, is gesneuveld.
Soms is ze een profetes, die de krijgslieden aanvuurt en dan spreekt
met een geheel andere stem dan gewoonlijk (de boeren die onder
aanvoering van Karel Semeyns oprukken tegen de Franschen).
Uit alles blijkt dat Schimmel geloofde in iets dergelijks; al deze
dingen worden met den meesten ernst gezegd en 't geheimzinnige maakt
een werkelijk integreerend deel van den roman uit.
Wie iets degelijks over spiritisme, suggestie en hypnose wil lezen,
neme de "Studies" van Frederik van Eeden.