986. "Ziet toe, en wacht u wel deze ongenoeght te styven."

Nadat op deze wijze de onrust nog vermeerderd is, komt Belzebub met

hetzelfde loffelijke doel als zijn beide voorgangers. Hij handelt

echter op een andere wijze. Hij toont zich zeer verwonderd over

de droefheid die onder de engelen heerscht: is droefheid mogelijk

in Engleburgh! Een engel is immers altijd gelukkig! Kermt dus niet

langer, maar dank God voor al 't goede, dat Hij schenkt! En juist

door deze wijze van spreken wordt natuurlijk de ontevredenheid nog

grooter. Zouden zij geen reden tot droefheid hebben! En ze storten hun

hart uit voor Belzebub, klagen hem al hun leed en winden zich onder

't spreken steeds meer op. Juist wat de verleider wenschte! Door deze

wijze van handelen hoopt hij bovendien te bewerken dat niemand hem

van heulen met de opstandelingen kan verdenken. Hij wijst er daarom

tegenover Michaël uitdrukkelijk op dat hij zelfs alles gedaan heeft

om de ontevredenheid te verminderen en dus volkomen onschuldig is.

[Ingrijpen van Michaël.] De vrede en rust in den hemel zijn verstoord

en Michaël verschijnt om de orde te herstellen. Zijn pogingen zijn

evenwel vruchteloos, de engelen willen in hunne opgewondenheid

van geen toegeven weten. 't Eenige wat de veldheer kan doen is de

getrouwen en de afvalligen te scheiden, en zoodoende de Luciferisten

te dwingen tot openlijk optreden: aan alle geheimzinnigheid is thans

een eind gekomen. Tevens ontneemt hij den afvalligen de illusie, dat

hun strijd niet tegen God zelf gericht is: dit was noodzakelijk, omdat

de opstandelingen dikwijls de fictie verkondigen dat ze strijden in

't belang van hun souverein en niet tegen hem. Vandaar de waarschuwende

woorden:

1145 "Wie anders oorelooght dan onder myn banier,

Beoorlooght Godt en is een vyant van zyn Rycken."

Door 't optreden van Michaël is er een openlijke breuk ontstaan, de

Luciferisten zijn voortaan opstandelingen, ze hebben de eerste schrede

gedaan en kunnen niet meer terug. Er moet een aanvoerder gekozen worden

en thans is het dus tijd dat Lucifer verschijnt. Zijn komst is door

Apollion, Belial en Belzebub voldoende voorbereid, het zaad dat zij

gestrooid hebben, is welig opgeschoten en daarom laat de dichter thans

Lucifer zelf optreden. Zijn houding is dan ook geheel overeenkomstig

het plan dat vroeger beraamd was; eerst weigert hij de waardigheid

te aanvaarden, maar geeft daarna, als door den nood gedwongen, toe.

[Fictie der opstandelingen.] En dan is er nog iets waar de aandacht

op dient gevestigd te worden: we zagen boven dat Michaël reeds van

te voren de gewone fictie der opstandelingen onmogelijk voor de

Luciferisten tracht te maken en toch: Lucifer houdt nog deze fictie

vol; hij voert oorlog niet tegen God, maar in diens eigen belang. Hij

aanvaardt het bevel:

Gids bij de studie der Nederlandsche letterkunde Voor leerlingen der gymnasia, H. B. scholen en studeerenden voor de hoofdacte · 第 25 / 83 题