Nadat op deze wijze de onrust nog vermeerderd is, komt Belzebub met
hetzelfde loffelijke doel als zijn beide voorgangers. Hij handelt
echter op een andere wijze. Hij toont zich zeer verwonderd over
de droefheid die onder de engelen heerscht: is droefheid mogelijk
in Engleburgh! Een engel is immers altijd gelukkig! Kermt dus niet
langer, maar dank God voor al 't goede, dat Hij schenkt! En juist
door deze wijze van spreken wordt natuurlijk de ontevredenheid nog
grooter. Zouden zij geen reden tot droefheid hebben! En ze storten hun
hart uit voor Belzebub, klagen hem al hun leed en winden zich onder
't spreken steeds meer op. Juist wat de verleider wenschte! Door deze
wijze van handelen hoopt hij bovendien te bewerken dat niemand hem
van heulen met de opstandelingen kan verdenken. Hij wijst er daarom
tegenover Michaël uitdrukkelijk op dat hij zelfs alles gedaan heeft
om de ontevredenheid te verminderen en dus volkomen onschuldig is.
[Ingrijpen van Michaël.] De vrede en rust in den hemel zijn verstoord
en Michaël verschijnt om de orde te herstellen. Zijn pogingen zijn
evenwel vruchteloos, de engelen willen in hunne opgewondenheid
van geen toegeven weten. 't Eenige wat de veldheer kan doen is de
getrouwen en de afvalligen te scheiden, en zoodoende de Luciferisten
te dwingen tot openlijk optreden: aan alle geheimzinnigheid is thans
een eind gekomen. Tevens ontneemt hij den afvalligen de illusie, dat
hun strijd niet tegen God zelf gericht is: dit was noodzakelijk, omdat
de opstandelingen dikwijls de fictie verkondigen dat ze strijden in
't belang van hun souverein en niet tegen hem. Vandaar de waarschuwende
woorden:
1145 "Wie anders oorelooght dan onder myn banier,
Beoorlooght Godt en is een vyant van zyn Rycken."
Door 't optreden van Michaël is er een openlijke breuk ontstaan, de
Luciferisten zijn voortaan opstandelingen, ze hebben de eerste schrede
gedaan en kunnen niet meer terug. Er moet een aanvoerder gekozen worden
en thans is het dus tijd dat Lucifer verschijnt. Zijn komst is door
Apollion, Belial en Belzebub voldoende voorbereid, het zaad dat zij
gestrooid hebben, is welig opgeschoten en daarom laat de dichter thans
Lucifer zelf optreden. Zijn houding is dan ook geheel overeenkomstig
het plan dat vroeger beraamd was; eerst weigert hij de waardigheid
te aanvaarden, maar geeft daarna, als door den nood gedwongen, toe.
[Fictie der opstandelingen.] En dan is er nog iets waar de aandacht
op dient gevestigd te worden: we zagen boven dat Michaël reeds van
te voren de gewone fictie der opstandelingen onmogelijk voor de
Luciferisten tracht te maken en toch: Lucifer houdt nog deze fictie
vol; hij voert oorlog niet tegen God, maar in diens eigen belang. Hij
aanvaardt het bevel: