3. Als de ontevredenheid genoeg is gegroeid en alles daarvoor rijp is,
moet een aanvoerder gekozen worden en natuurlijk moet gezorgd worden
dat dan de keuze op Lucifer valt. Eerst zal Lucifer veinzen niet te
willen en ten slotte, als 't ware noodgedwongen, toegeven.
[Toestand der Luciferisten.] In 't hierop volgende derde bedrijf
heeft de ontevredenheid haar hoogtepunt bereikt en moet het tot een
uitbarsting komen. We zien thans op 't tooneel wat Apollion en Belial
ons al geschilderd hebben. De ontevredene engelen, de Luciferisten,
zitten weeklagende neer, terwijl de godgetrouwe rei hen tracht te
troosten.
De Luciferisten denken voorloopig nog niet aan verzet: ze klagen
slechts. Toch blijkt hun misnoegde, ontevreden stemming uit
verschillende uitdrukkingen die ze gebruiken.
Het best wordt hun stemming weergegeven door de telkens terugkeerende
woorden:
"Helaes, helaes, helaes, waer is ons heil gevaren."
Thans komt de rei om de weeklagenden te troosten; maar de uitwerking
is geheel anders dan de getrouwe engelen zich die hadden voorgesteld:
de ontevredenheid der Luciferisten vermeerdert namelijk. Dit is evenwel
heel natuurlijk. De rei vraagt immers waarom men zoo bedroefd is;
de engelen mogen hun leed dat ze zoo lang voor zich hebben gehouden,
thans uitspreken. Is het wonder dat ze juist daardoor in een steeds
meer opgewonden stemming geraken?
Die opwinding blijkt uit hun stemming: de toon verandert geheel. Steeds
meer groeit de ontevredenheid, vooral omdat de rei tegen al de
ingebrachte bezwaren in hoofdzaak niets anders aanvoert dan
"Wat Godt behaeght en schickt, dat wordt met recht geprezen,"
en juist dat "dwingen van hooger hant" wekt verbittering.
[Volvoering van het plan.] Thans verschijnen Apollion en Belial, die
geheel op de afgesproken wijze te werk gaan. Ze zeggen het geschil
te willen bijleggen, maar geven juist de ontevredenheid op handige
wijze nieuw voedsel. De rei doorziet ten slotte hunne bedoelingen
zeer goed en geeft dat ook duidelijk te kennen in de waarschuwing: