langs den kortsten weg, dat is recht naar Numana aan den overkant. Wij
hebben dus slechts te zorgen dat wij tegelijk of even vóór hen daar
zijn, en dan kunnen wij graaf Narkine terstond te pakken krijgen.
--Het lijkt mij nog beter toe als wij eenigen tijd vóór hen te Numana
kunnen wezen en de politie daar van het geval onderrichten, zoodat
die ons zoo noodig helpen kan.
--Als dat mogelijk is zullen wij het zeker doen, was het antwoord. De
Cascabels moeten in elk geval wachten tot het ijs zoo sterk is dat
zij er met hunnen wagen over kunnen, maar wij kunnen heel gemakkelijk
vroeger gaan. Wij moeten dus voorloopig hier te Port-Clarence blijven
en graaf Narkine in het oog houden zonder dat hij er iets van merken
mag, want misschien begrijpt hij wel dat hij op zijne hoede moet
zijn tegenover de russische ambtenaren die uit Alaska terugkeeren,
maar hij moet niet kunnen vermoeden dat wij weten wie hij is. Hij
moet dus zonder achterdocht van hier gaan, wij zullen hem te Numana
aanhouden en dan brengen wij hem onder goed geleide naar Jakoutsk of
naar Petropavlovk.
--Maar als die kunstenmakers zich daar eens tegen verzetten, bracht
de andere politieman in het midden.
--Dan zullen zij ondervinden wat het zeggen wil, dat zij een politieken
banneling in Rusland helpen terugkeeren!
Dit plan, zoo eenvoudig als het was, had alle kans van slagen,
want graaf Narkine kon niet weten dat iemand hem herkend had en de
Cascabels vermoedden niet dat er bijzonder op hen gelet werd. De reis,
die onder zulke goede vooruitzichten ondernomen scheen te worden,
kon dus heel slecht voor Sergius en zijne vrienden afloopen.
Terwijl er achter hunnen rug zulke booze plannen tegen hen gesmeed
werden, verheugden zij zich in het vooruitzicht van niet van elkander
gescheiden te zullen worden en gezamenlijk naar Rusland te mogen
trekken. Vooral Jan en Kayette waren in de wolken van blijdschap.
De twee agenten hadden het geheim, waar zij achter gekomen waren,
zorgvuldig voor zich gehouden, en niemand te Port Clarence koesterde
het minste vermoeden dat er onder de passagiers van de _Schoone
Zwerfster_ zulk een gewichtig persoon zich bevond als graaf Sergius
Narkine.
Intusschen was de dag van vertrek nog niet vast bepaald kunnen
worden. Met ongeduld sloegen zij de wisselvallige aanwijzingen van
den thermometer gade. Het was zooals Cascabel zeide: nog nooit hadden
zij zoo vurig gewenscht dat het zou gaan vriezen dat het kraakte.
Het was voor hen hoogst wenschelijk dat zij aan den overkant kwamen
vóór dat de winter in zijne volle strengheid ingetreden zou zijn. Dit
kon eerst het geval wezen in de eerste weken van November en de
_Schoone Zwerfster_ zou dus den tijd hebben om in het zuidelijke
gedeelte van Siberië te komen, waar zij op de eene of andere bewoonde
plaats het gunstige jaargetijde konden afwachten om den tocht in de
richting van het Oeralgebergte te ondernemen.
Als het niet tegenliep konden zij met hun tweespan, Vermout en
Gladiator, zonder al te groote inspanning, de Siberische steppen
doorkomen, en kon de karavaan bij tijds te Perm wezen om aan de kermis
aldaar, in Juli van het volgende jaar, te kunnen deelnemen.
Maar nog altijd bleven de ijsschotsen, voortgejaagd door den warmen
stroom uit den Stillen Oceaan, naar het Noorden voorbijdrijven. Nog
altijd hielden zij het gezicht op bewegelijke ijsklompen die zich maar
niet verkozen vast te zetten tot een onbewegelijk en stevig ijsveld.
Den 13den October was het echter alsof het drijfijs langzamer voorbij
begon te trekken. Waarschijnlijk had het zich in het Noorden ergens
vastgezet, zoodat de stroom daar gestuit werd. Aan den gezichteinder
vertoonde zich eene doorloopende reeks witte bergspitsen, een bewijs
dat de Poolzee reeds in eene ijsvlakte herschapen was. Ook liet zich
in de lucht de heldergrauwe weerschijn eener onafzienbare ijsmassa
zien. Het kon nu niet lang meer duren of de geheele zeeëngte zou
toevriezen.
Van tijd tot tijd raadpleegden Sergius en Jan de visschers te
Port-Clarence. Zij beiden hadden reeds meer dan eens gedacht dat
de overtocht wel te doen was, maar de ervaren zeelieden raadden het
hun af.
--Overhaast u niet, waarschuwden zij, en wacht totdat de vorst haar
werk gedaan heeft. Het heeft nog niet hard genoeg gevroren om een goed
ijsveld te maken. En al lag alles ook toe aan dezen kant van de kust,
dan volgt daar nog niet uit dat hetzelfde het geval zal wezen aan de
overzijde, vooral niet in den omtrek van het eilandje Diomedes.
Dit was een verstandige raad.
--Het is toch dit jaar geen vroege winter, zeide Sergius tegen een
der oudste visschers.
--Ja, het is later dan gewoonlijk, antwoordde deze. Dat is eene
reden te meer om u niet op het ijs te wagen vóór dat gij zekerheid
hebt dat het sterk genoeg is. Ook moet gij in aanmerking nemen dat uw
reiswagen zwaarder weegt dan een voetganger en dus dikker ijs noodig
heeft. Wacht eerst tot er een goed pak sneeuw gevallen is, waardoor
de oneffenheden tusschen de ijsschotsen opgevuld zullen worden. Dan
kunt gij er over rijden alsof het een straatweg is en zult gij spoedig
den tijd, dien gij hier wachtende doorbrengt, ingehaald hebben zonder
dat gij gevaar loopt midden in de straat te blijven steken.
Deze raad van lieden die met de ervaring vertrouwd waren, mocht
niet in den wind geslagen worden en Sergius deed dan ook al wat hij
kon om Cascabel, die het ongeduldigst van den troep was, geduld te
doen oefenen. Het verkeerdste wat zij doen konden, was door eene
onbedachtzame handeling hunne veiligheid in de waagschaal te stellen
en hunne reis te doen mislukken.
--Houd u een weinig bedaard, vermaande hij. De _Schoone Zwerfster_
is geene boot; als zij in eene scheur in het ijs blijft steken, zinkt
zij als een steen. Het zou eene al te mooie reclame voor den troep
van Cascabel zijn, als hij met heel zijn toebehooren in de diepte
van de Behringstraat verdween.
--Toch zou het onzen naam vereeuwigen! antwoordde de roemzuchtige
Cesar.
Cornelia kwam echter spoedig tusschenbeide en verklaarde dat zij niet
op roekelooze ondernemingen gesteld was.
--Ik wil haast maken, mijnheer Sergius, maar meest om uwentwil,
zeide Cascabel.
--Dat is goed en wel, antwoordde de graaf, maar ik wil geen
onbedachtzame haast, en wel om uwentwil.
Allen waren ongeduldig, maar Jan en Kayette vonden niet dat de dagen
lang duurden. Jan gaf haar geregeld les en zij maakte daar zoo goed
gebruik van dat zij reeds vlot Fransch sprak en alles in die taal
verstond. Zij beiden hadden van het begin af geen moeite gehad om
elkander te begrijpen. Bovendien voelde Kayette zich gelukkig in den
schoot van het gezin en gestreeld door de zorgvuldigheid, waarmede
Jan op al hare wenschen lette. Cascabel en zijne vrouw hadden met
blindheid geslagen moeten zijn indien zij niet opgemerkt hadden wat
er tusschen hunnen zoon en het Indiaansche meisje gaande was, en zij
begonnen er zich eenigszins ongerust over te maken. Zij alleen wisten
wie Sergius eigenlijk was en dus welke toekomst Kayette wachtte. Zij
was nu geen verlaten kind van een inlandschen stam, die te Sitka eene
plaats als dienstbode wilde gaan zoeken, maar zij was de aangenomen
dochter van graaf Narkine. Indien Jan het oog op haar vallen liet,
kon daar niets dan teleurstelling voor hem op volgen.
--Wat gaat het ons echter aan? zeide Cascabel. Mijnheer Sergius ziet
alles wat er voorvalt; hij is schrander genoeg om te begrijpen wat
het geval is. Indien hij er dus niets van zegt, Cornelia, kunnen wij
gerust zwijgen.
Op eenen avond vroeg Jan:
--Doet het u pleizier, Kayette, om naar Europa te gaan?
--Naar Europa? Zeker, maar ik zou het nog pleizieriger vinden om naar
Frankrijk te gaan.
--Daar hebt ge wel gelijk in, want het is een mooi en een goed
land. Mocht het ooit uw vaderland worden, zou het er u stellig goed
bevallen.
--Het zal mij overal bevallen, Jan, waar uwe familie is en ik wensch
niets liever dan u allen nooit te verlaten.
--Dat is lief van u, Kayette.
--Is Frankrijk heel ver hier van daan?
--Alles is ver, Kayette, als iemand haast heeft om er te komen. Maar
wij zullen er wel komen,..... vroeger misschien dan ons lief is.....
--Hoe zoo, Jan?
--Omdat gij met mijnheer Sergius in Rusland achterblijft. Al blijven
wij voor het oogenblik nog bij elkaar, daar ginds zullen wij toch
afscheid moeten nemen. Mijnheer Sergius zal u bij zich houden,
Kayettelief, hij zal eene jonge dame van u willen maken en ons zult
gij nimmer terugzien.
--Hoe kunt gij dat weten, Jan? Mijnheer Sergius is een goed mensch
en zeker niet ondankbaar. Niet ik heb zijn leven gered, maar gij met
de anderen, want wanneer ik het geluk niet gehad had u te ontmoeten,
wat had ik dan voor hem kunnen doen? Dat hij dus leeft, dankt hij
uwe moeder en u allen. Denkt gij dat mijnheer Sergius dat ooit zal
vergeten? Wat voor reden hebt gij om te gelooven dat wij niet alleen
gescheiden zullen worden, maar voor altoos?
--Ik wilde wel dat ik het niet behoefde te gelooven, Kayettelief,
antwoordde Jan die zijne ontroering niet meer meester was. Maar ik
ben er bang voor! Zie Kayette, als ik u niet meer zien mocht, weet
ik niet wat er van mij worden zou! Maar ik zou u niet alleen willen
zien.... Waarom zou ons gezin de plaats niet kunnen innemen van uwe
bloedverwanten die gij verloren hebt? Vader en moeder houden zooveel
van u....
--Zij kunnen niet meer van mij houden, Jan, dan ik van hen houd.
--En mijn broer en mijn zusje ook! Ik zou zoo graag willen dat zij
u als eene zuster mochten beschouwen....
--Zij zijn het reeds Jan. Maar hoe is het met u zelf?
--Ik, Kayettelief? Zeker wil ik uw broeder zijn, maar een die veel
meer, veel inniger van u houdt.....
Jan bleef in zijne woorden steken. Hij had de hand van Kayette gevat
en drukte die teeder. Toen stond hij plotseling op, als vond hij het
beter niets meer te zeggen. Kayette voelde haar hart kloppen van eene
ontroering waar zij zich geen rekenschap van wist te geven. Een traan
blonk in haar oog.
Den 15den October kwamen de visscherlieden en zeelui te Port-Clarence
Sergius waarschuwen dat de karavaan zich gereed kon maken tot
het vertrek. Sedert eenige dagen was het veel kouder geworden en
het kwik in den thermometer bleef thans gemiddeld beneden de tien
graden onder het vriespunt van de honderddeelige schaal. Het ijsveld
lag onbewegelijk zoo ver men zien kon. Het eigenaardige kraken,
dat vernomen wordt zoo lang de geheele massa nog niet volkomen één
geworden is, liet zich niet meer hooren.
Waarschijnlijk zou het nu niet lang meer duren of van den overkant
zouden er inboorlingen uit Siberië aankomen. Dezen trekken in den
winter de zeeëngte somtijds over en drijven op die manier een kleinen
handel tusschen Numana en Port-Clarence, welke plaatsen dientengevolge
een vrij levendig verkeer met elkander hebben. Niet zelden komen er
sleden, met honden of rendieren bespannen, van het eene werelddeel naar
het andere. De twintig mijlen afstands tusschen de twee dichtst bij
elkander gelegen punten van de kust aan weerszijden der Behringstraat
leggen zij in twee of drie dagen af. Dit is dus een door de natuur
gelegde weg, welke langer dan zes maanden des jaars open blijft,
van het begin van den winter tot het aanbreken van den zomer. Maar
het is niet raadzaam den overtocht te vroeg of te laat in het seizoen
te ondernemen, want indien de ijsvlakte op de eene of andere plaats
plotseling los raakte, zouden de reizigers gevaar loopen ellendig om
te komen.
Teneinde behoorlijk uitgerust te zijn voor eene reis door de
onbewoonde streken van Siberië tot aan de eene of andere plaats waar
de _Schoone Zwerfster_ kon overwinteren, had Sergius te Port-Clarence
verschillende voorwerpen doen aanschaffen die in de felle koude te pas
konden komen. Daartoe behoorden ook eenige paren sneeuwschoenen, die
de inboorlingen bij wijze van schaatsen aan hunne voeten bevestigen
en met behulp waarvan zij in korten tijd groote afstanden over het
ijs en de sneeuw afleggen. Onnoodig te zeggen dat onze kunstenmakers
niet veel tijd noodig hadden om daarmede te leeren omgaan. Na eenige
dagen oefenens op de toegevroren waterplassen langs de kust, hadden
Jan en Sander met de vlugste sneeuwschoenen-loopers eenen wedloop
kunnen houden.
Ook had Sergius den voorraad pelsjassen en ander bont, dien zij in
het fort Youkon aangekocht hadden, nog aanmerkelijk uitgebreid. Zij
moesten niet alleen goed tegen de koude gewapend zijn wat hun lichaam
betreft, maar de _Schoone Zwerfster_ moest van binnen geheel met bont
bekleed worden. Alle slaapplaatsen werden van bonten dekens voorzien,
de deuren en vensters werden met strooken bont dicht gemaakt en de
vloeren er mede belegd, teneinde de kachelwarmte zooveel mogelijk
binnen de vertrekjes te houden. Het plan van Cascabel was echter,
zooals wij reeds opgemerkt hebben en ook zeer noodzakelijk was, eerst
de zeeëngte over te trekken en vervolgens de strengste wintermaanden
te gaan doorbrengen in eene der vele bewoonde plaatsen welke men meer
in het Zuiden van Siberië aantreft.
Het vertrek werd eindelijk bepaald op den 21sten October. Nadat
er gedurende twee etmalen een zware mist gehangen had, was deze in
sneeuw overgegaan die in weinige uren de uitgestrekte ijsvlakte in
een sneeuwveld herschiep. Te Port-Clarence verzekerden de visschers
dat het ijs nu van den eenen tot den ander oever ontwijfelbaar vast
en dik genoeg moest wezen.
Zij kregen daarvan spoedig zekerheid toen er eenige kooplieden uit
het tegenoverliggende zeestadje Numana aankwamen, die bevestigden
dat de overtocht zonder eenige moeite of hindernis te doen was.
Den 19den had Sergius ook reeds vernomen dat twee van de russische
ambtenaren, die zich te Port-Clarence bevonden, niet langer
hadden verkozen te wachten en reeds naar de Siberische kust waren
overgestoken. Dien morgen waren zij op weg gegaan, met het plan op
het eilandje Diomedes eene poos te rusten en den tweeden dag daarna
te Numana aan te komen.
Toen Cascabel dit hoorde, verwonderde het hem zeer.
--Die twee lui, zeide hij, schijnen nog meer haast dan wij gehad te
hebben! Wat drommel, waarom hebben zij niet op ons gewacht? Het ware
wel zoo gezellig geweest samen te reizen.
Bij nader inzien kwam hij echter tot de slotsom dat de twee russen
zeker bang geweest waren onder weg vertraging te ondervinden, want
de _Schoone Zwerfster_ kon niet dan langzaam op het sneeuwveld
vooruit komen.
Vermout en Gladiator waren voor den rit over het ijs van gescherpte
hoeven voorzien. Dit nam echter niet weg dat de zware reiswagen
noodzakelijk, met inbegrip van den verplichten rusttijd op het eiland
Diomedes, verscheidene dagen over den tocht van den eenen oever naar
den anderen werk moest hebben.
Onze lezers kunnen licht vermoeden waarom de twee russische
politieagenten er op gesteld waren vroeger aan te komen. Zij wilden
alle maatregelen nemen om graaf Narkine dadelijk bij zijne komst te
kunnen aanhouden.
Met het aanbreken van den dag was er afgesproken dat onze karavaan
vertrekken zou. De weinige uren van den dag, waarin de zon nog licht
verspreidde, moesten benuttigd worden. Nog zes weken en het tijdstip
van zonnestilstand, de 21ste December, was daar. Van dien dag af zou
de lange nacht, die de Poollanden maanden achtereen in duisternis hult,
eenen aanvang nemen.
Den dag vóór hun vertrek bood Cascabel met zijne vrouw aan de
ingezetenen van Port-Clarence, de ambtenaren en visschers, alsmede
aan eenige Eskimo-gezinnen van welke onze reizigers vriendelijkheid
genoten hadden, eene theepartij aan in eene voor dit feest ingerichte
loods. Het was een vroolijke partij en Kruidnagel gaf eenige van zijne
grappigste liedjes ten beste. Cornelia had eene kom met gloeiende punch
gereed gemaakt, waarin zij met de suiker zuinig, maar met den rum en
den brandewijn mild geweest was. De gasten hadden zich daaraan zooveel
te meer te goed gedaan, dewijl zij wisten, als het feest afgeloopen
en het uur van naar huis gaan geslagen was, in eene felle koude te
zullen komen. Het was een van die winternachten waarin het is alsof
de koude uit de hoogste streken van den ijzigen hemel komt nederdalen.
De amerikanen stelden eenen feestdronk in op de franschen en de
franschen deden hetzelfde op de amerikanen. Daarna namen zij afscheid
van elkander met tal van hartelijke handdrukken, die bewezen dat de
Cascabels bij de lieden te Port-Clarence in een goed blaadje stonden.
Te acht uur van den volgenden ochtend werden de beide paarden voor den
wagen gespannen. John Bull, de aap, zat reeds in het dekkleed, tot
boven zijn neus in het bont bedolven. Wagram en Marengo, de honden,
sprongen vroolijk in het rond. Binnen de _Schoone Zwerfster_, die
zorgvuldig gesloten was, waren Cornelia, Napoleona en Kayette aan
hare gewone huiselijke bezigheden, zooals den wagen schoonmaken, den
pot koken, het vuur aanhouden enz. Sergius en Cascabel, Jan, Sander
en Kruidnagel liepen vooruit of leidden de paarden bij den teugel,
teneinde voor alles wat er gebeuren mocht bij de hand te zijn en de
moeilijkste plekken zooveel mogelijk te vermijden.
Eindelijk werd het teeken om te vertrekken gegeven. Op hetzelfde
oogenblik weerklonk er een hoera, dat de ingezetenen van Port-Clarence
hen ten afscheid nazonden.
Nog een paar minuten en de harde sneeuwlaag die het gladde ijsveld
overdekte, kraakte onder de wielen van de _Schoone Zwerfster_.
Sergius en de familie Cascabel hadden het vasteland van Amerika
voorgoed achter zich.
AANTEEKENING
[1] Dit is dezelfde breedte als Drontheim in Noorwegen.