Ziedaar het probleem en het program. [25]

Wel mocht Kant in een noot schrijven: „Wäre es einem von den Alten

eingefallen, auch nur diese Frage aufzuwerfen, so würde diese allein

allen Systemen der reinen Vernunft bis auf unsere Zeit mächtig

widerstanden haben, und hätte so viele eitele Versuche erspart, die,

ohne zu wissen, womit man eigentlich zu thun hat, blindlings

unternommen worden.”

Want zijn probleemstelling alleen reeds scheidt twee werelden—„Dogma”

en „Kritiek”.

Een nieuwe wetenschap was geboren—de exaktheidswijsbegeerte, wier

materiaal het feit der exakte wetenschappen zelf is, de kennisleer, de

„Transcendental-philosophie”, die de Souvereine, de Richteres zou

worden van alle andere. (6)

En Kant is de geniale denker geweest, die het probleem niet alleen

heeft gesteld, maar—altans in beginsel—tevens opgelost.

Ziedaar zijn geweldige, zijn onvergankelike grootheid. En de grootsheid

dier oplossing was het probleem, dit grootste, algemeenste aller

wetenschap, waardig. Het was zijn geestelike Copernicus-daad, zijn

Revolutie. Ik noemde zijn vorm-idealisme [26]. Wie dat begrip „vorm”

eenmaal begrepen heeft, als verklarings-hypothese aller synthesis a

priori—en een andere is er niet alleen nimmer voor gegeven, maar zelfs

nauweliks als mogelik denkbaar!—die weet, waarom waarlik hier de zgn.

„Subjectiviteit” tevens louter Subjectiviteit betekent en

tegelijkertijd „Objectiviteit” in de strengste zin van volstrekte

noodwendigheid (apodicticiteit) en daarop berustende algemeenheid,—dat

inderdaad de mogelikheid van formeel of „transcendentaal realisme”,

(Hartmann) niet is in te zien, en het „objectief phaenomenalisme” van

Kant, in plaats van in strijd met zijn leer, [27] juist de onmiddellike

konsekwentie daarvan is, en wel verre van een „negatief dogmatisme” of

zelfs een „falsche Anwendung vom Satz des ausgeschlossenen Dritten” te

zijn (Hartmann!), juist deze „kritiek” of „weerlegging” tot positief

dogmatisme en louter wanbegrip stempelt.

Wat zal ons door het „Kriticisme” en zijn vorm-idealiteit bereikt

blijken? Niets meer of minder dan:

Kennisleer contra Materie-Realisme: Bijdrage tot "Kritiek" en Kantbegrip · 第 13 / 36 题