§ 1. Het subject van individueel bewustzijn 25–29
§ 2. De „secundaire” en de „primaire” eigenschappen hebben
gelijke subjectieve oorsprong en zijn gelijkelik
objectief 29–38
§ 3. De objecten als „phaenomena”, afhankelik van het
subject der natuur, zijn als zodanig „immanent” en
reiken niet tot het „An-sich”, zijn niet oorzaken,
maar derivaten van gewaarwording 38–44
§ 4. Het transobjectieve („An-sich”) als oorzaak van
gewaarwording kan niet gekend, maar moet als
werkelikheid gedacht worden 44–52