II. De dogmatiese verdubbeling van de gewaarwordingsinhoud 25–52

§ 1. Het subject van individueel bewustzijn 25–29

§ 2. De „secundaire” en de „primaire” eigenschappen hebben

gelijke subjectieve oorsprong en zijn gelijkelik

objectief 29–38

§ 3. De objecten als „phaenomena”, afhankelik van het

subject der natuur, zijn als zodanig „immanent” en

reiken niet tot het „An-sich”, zijn niet oorzaken,

maar derivaten van gewaarwording 38–44

§ 4. Het transobjectieve („An-sich”) als oorzaak van

gewaarwording kan niet gekend, maar moet als

werkelikheid gedacht worden 44–52

Kennisleer contra Materie-Realisme: Bijdrage tot "Kritiek" en Kantbegrip · 第 4 / 36 题