[1] Hierover heeft Van Bemmelen het volgende aangeteekend: "In de
Kronyk van Medemblik (1736) vindt men, dat op 2 October 1707 een
voorwerp gevangen is in het Wijkermeer van 6 voet lengte en 400 à
500 pond zwaarte. In de Verhandelingen van het Zeeuwsch Genootschap
(Deel VI) wordt vermeld, dat een Zeeschildpad door Veersche visschers
aan de kust van Walcheren, nabij Domburg, op 17 Juni 1777 gevangen
werd en 3 Rijnlandsche voeten lang was. Zijn deze berichten juist,
dan is er alle waarschijnlijkheid, dat deze individu's behoorden tot de
soort Spargis coriacea. Het is echter mogelijk, dat zij ontsnapt waren
uit schepen. Evenwel zijn ook aan de naburige kusten Zeeschildpadden
gevangen. Zoo vermeldt De Selys Longchamps in zijn "Faune Belge", dat
twee voorwerpen van Chelonia caretta op de kust van Vlaanderen zijn
gevangen, doch dat deze soort zich daar zeer toevallig bevindt; evenzoo
maakt Fleming in zijn "History of British Animals" (1828) melding
van het vangen van Zeeschildpadden aan de Engelsche kusten. Lacépède
(Histoire naturelle des Quadrupèdes Ovipares) vermeldt de vangst van
2 Spargis coriacea aan de kusten van Languedoc en van een vrij groot
voorwerp van deze soort op de kusten van Cornwallis in Engeland in
1756; voorts bericht hij, dat in 1752 een Zeeschildpad te Dieppe en
vele groote individu's aan den mond der Loire gevangen zijn."