Zie hier een _Blijspel_, door het licht dezer eeuw, den
onnavolgelyken _Racine_, uit de WESPE van _Aristophanes_
getrokken, door den taalkundigen _Jan van Gent_ in
't Nederduitsch vertaald, en door my in vaarzen ten
Schouwtooneel gevoerd.
Lichtelyk zullen eenige, doch meest die wat ernstig zyn,
zich aan de stof en plaats belgen, om dat te Parys, alwaar
dit spel speeld, zulk rechten, of recht doen niet gebruiklyk
is. Op 't eerste antwoord _Racine_: de meeste menschen
bekommeren zich weinig met de meening des Schryvers; want
men onderzocht terstond myne misslagen, even als men een
Treurspel zou gedaan hebben, zelfs die geenen, die daar
't meeste vermaak in geschept hadden, vreesden dat zy niet
na den regel gelacht hadden, en mispreezen my, dat ik hen
niet ernstiger had doen lachchen. Anderen beelden zich in,
dat het hen mooy stond daar in verdriet te hebben, en dat
de stof van 't Paleis, geen voorwerp was voor de Hovelingen.
Zy zouden de waarheid te kort doen, indien zy my verweeten
dat ik hun ooren, met te veel pleitstreeken vermoeit had,
een taal die my zo vreemd als iemand is; ook heb ik daar
niet als eenige Barbaarsche woorden in gebruikt, die ik
geleerd mag hebben geduurende eens Proces, dat noch myn
Rechter, noch ik ooit ter deege verstaan heb.
Indien ik iets vrees, is het, dat zommige ernstige menschen
het proces van den Hond, en de buitenspoorigheid van den
Rechter niet wel voor beuzelingen mochten opnemen: maar ik
zet _Aristophanes_ over, en hy had met gesleepe toehoorders
te doen. De _Atheniers_ wisten heel wel wat het Attische
zout was, en zy waaren wel verzekert, als zy om een zaak
gelacht hadden, dat zy om geen zotternyen gelacht hadden.
Voor my, ik oordeel dat Aristophanes reden gehad heeft de
zaak zo te maaken, dat ze buiten alle waarschynelykheid was.
De _Areopagietische_ Rechters zouden misschien niet voor
goed gekeurt hebben, dat hy hunne geldzucht levendig
afgeschildert had, als meede de fraje streeken van hun
Secretarissen, en de schelmeryen van hun Advokaten. 't Was
derhalven nodig de vertooners wat te veranderen, om te
beletten zich te erkennen. 't Gemeen liet daarom niet, het
waare door belachchelyke te zien, en ik verzeker my, dat
het veel beter is, d'ondraachelyke welspreekentheid bezich
gehouden te hebben omtrent een beschuldigde Hond, als dat
men een rechte misdadige voor de rechtbank gezet had, en dat
men de Toehoorders had belang doen hebben in 't leven van
een mensch.
Dus verantwoord hem _Racine_. Aangaande de stof, wat de
plaats betreft, ik oordeelde, dat men meer genoegen zouden
hebben met een Stad te noemen, die aan de minste bekend is,
als dat ik een plaats in Neder Normandyen genoemd had,
alwaar zulk Procedeeren in zwang gaat, dewyl de meeste
steeden dier Landstreek, aan 't gemeen onbekent zyn.
'k Zouw nooit dit spel ten Tooneel gevoerd hebben, indien
ik niet geoordeeld had, dat de Godshuizen daar haar voordeel
by zouden vinden, 't geen altyd myn eenigste oogwit geweest
is; doch hoe de Dichters in hunne goede meening gedraiboomt
worden, is by na onverdragelyk, en aan ieder bekend.
Vaar wel.
* * * * *
* * * *
* * * * *
[Errata:
I.ii.
ORATYN. Hoor, ik zet hem bevende van kouw
_text: "Oraryn"_
I.vii.
Om 's morgens op te staan
_text: "Om s' morgens..."_
--.
Omtrent de zestig.
_text: "Ontrent"_
II.v.
Wel zo ik iemand ken
_text: "imand"_
II.viii.
ACHSTE TOONEEL.
_text: "ACHTSTE"_
III.ii.
Den grooten H...
_onleesbar: origineel (Racine) "Le grand Jacques"_
III.iii.
_Einde van het derde en laatste Bedryf._
_text: "laaste"_
Narede an den Leezer.
... een rechte misdadige voor de rechtbank
_text: "rechtband"_
--.
... hoe de Dichters in hunne goede meening gedraiboomt worden
_"d" in "gedraiboomt" onleesbar_]