_EERSTE TOONEEL._
LEANDER, WOUTER, _gekleed als een Exploteur_.
WOUTER.
Ik kan 't alleen niet doen, dat zeg ik noch, dat waar is;
Speel jy de rol, myn Heer, terwyl van Commissaris,
Als ik voor Exploteur de rol speel; doe niet meer
Als volgt my na maar, in de rok van zulk een Heer,
Dan hebt gy kans genoeg om Izabel te spreeken.
Verander uw paruyk, en toon u onbezweeken;
Trek zomtyds kreuken in uw voorhooft; tree heel wyd.
De Pleiters zullen niet eens droomen wie gy zyt.
Zy gaan voor dou en dag om met uw vaâr te spreeken
Van haar Proces, daar zy vaak schreiende om staan smeeken.
Mevrouw van Narrestyn ontmoete my daar zo
Of 't wezen wou, en vroeg, of ik Jeronimo
Uit kragt van dit Exploot, wel uit haar naam wou daagen
Ik zei; ja toch, Mevrouw, dat is niet waard te vraagen,
Ik ben uw dienaar, en zy gaf my een Dukaat.
Wat dunkt u van 't begin? 't Exploot, myn Heer, bestaat
In duizend tarmen; dat hy haar voor weinig uuren
Had uitgescholden, in presentie van haar buuren
Voor een zottin, en wou dat men haar binden zou;
Dat zy begeerde, als zynde een fraije en wyze vrouw,
Hersteld te zyn, van zo veel lasteren en tieren,
Daar zy gemeenlyk de Processen meê versieren.
Maar, apropo, hoe komt myn kleeding u te veur?
Heb ik de mienen wel Heer, van een Exploteur?
LEANDER.
Heel wonder wel.
WOUTER.
Ja wel, ik weet niet; maar myn zorgen
Zyn tienmaal minder, als zy waaren deze morgen.
Dit is 't Exploot, myn Heer, en dat de Brief; zie daar
Ik zweer dat Izabel ze hebben zal, alwaar
Haar vaâr daar by; maar om 't Contrakt wel t'onderschryven,
Moest gy me volgen, en in 't werk niet steeken blyven.
Zo gy maar veinzen kunt, zult gy de rol heel licht
Van Minnaar speelen voor haar Vaders aangezicht.
LEANDER.
Maar gy moest t'eene niet voor 't andere bestellen.
WOUTER.
Rust jy jouw hooft maar Heer; dit 's 't huis, ik zal eens schellen.
Vertrekt.
_TWEDE TOONEEL._