WOUTER.
Ho, Oratyn!
ORATYN.
Ja wel... maar'k mag maar zwygen,
'k Vrees dat hy bang is dat ik hier de pip zal krygen.
WOUTER.
Wat drommel doe je hier zo vroeg op straat te gaan?
ORATYN.
Hoe, moet men altyd op verloore schiltwacht staan,
Een man bewaaren die niet doed als schreeuwen, tieren?
'k Loof 't is een tovenaar, zo duivels kan hy gieren.
WOUTER.
Wat zegje!
ORATYN.
Hoor, ik zet hem bevende van kouw,
En geeuwende van vaak, hoe dat ik slaapen wou,
Geef een Request in, zei hy weêr, dat jy wilt slaapen.
Ja wel, zie daar, 'k begin weêr van 't verhaal te gaapen;
Ik slaap al praatende; goe nacht.
WOUTER.
Goenacht, ziedaar
Ik zweer je zo... maar zacht, ik hoor in huis gebaar.
_DERDE TOONEEL._