R. J. W. RUDOLPH.

Heidelberg, 20 Januari 1914.

_Geliefde gemeente!_

Kwam mijn voorgaand schrijven te laat voor de Kerkbode, waarschijnlijk

geschiedde dit door vertraging van de post. Ter voorkoming van

dergelijke ongevallen zend ik mijn brieven voortaan zoo mogelijk een

dag vroeger af, en doe dit reeds met dezen, die dan tegelijk met mijn

voorgaanden kan worden geplaatst.

Trouwens deze brief is een vervolg op den voorafgaanden.

Ik had reeds beloofd iets te zullen schrijven over de zendingspreek, die

ik 11 Januari in de kapel van 't Diaconessenhuis alhier mocht hooren.

Die Zondag was door de kerkelijke overheid der gansche Badensche

landskerk tot een _Zendings_dag bestemd.

Ds. Kammerer, de pastor van 't Diaconessenhuis, nam tot tekst Matth. 24:

14: »En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de geheele wereld gepredikt

worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen."

Hij begon met de opmerking, dat ook in Duitschland de tijden zeer zijn

veranderd. In 1848 was in 't naburige Hessen alle openbare arbeid voor

de Zending streng verboden. Verbeeldt u! Thans wordt vanwege de

kerkelijke overheid in Baden een algemeene Zendingsdag uitgeschreven.

Zóó gaat 't goed! Zoo komen we op den rechten weg!

Niemand minder dan de Heiland zelf zegt: »En dit Evangelie des

Koninkrijks _zal_ in de geheele wereld gepredikt worden." Nòg staat Hij

alleen. Maar Hij spreekt toch als Koning van 't Godsrijk. Zooals Hij

zeide is 't geschied, en moet 't verder geschieden.

Doch nu taste men niet mis in 't eigenlijke wezen van den

Zendingsarbeid.

Is 't Zendingswerk het brengen der Christelijke cultuur?

Bestaat 't in de bevordering van het schoolonderwijs onder de

onbeschaafde volken?

Moet 't bovenal gericht zijn op de wegneming van sociale misstanden en

de verbetering van 't maatschappelijk leven onder de heidenen?

Dit alles is bijzaak, bijwerk, of ook vrucht der Zending.

Het eigenlijke wezen van het werk der Zending is 't niet.

De eigenlijke hoofdzaak van 't Zendingswerk is de prediking van het

Evangelie des Koninkrijks. Vandaar en daardoor alleen wordt de eenige

troost voor leven en sterven onder de volken verkondigd.

En wat moet men zich als hoofddoel voorstellen van het Zendingswerk?

Dat heel de heidensche maatschappij gekerstend worde?

Het ware heerlijk, wanneer dit doel bereikt werd.

Maar stellen we ons deze illusie niet voor.

Hoofddoel is, dat 't Evangelie _hun tot een getuigenis_ onder de volken

wordt gepredikt.

De één neemt 't Evangelie aan. De ander verwerpt 't. Christus is ook tot

een oordeel in de wereld gekomen.

De strijd tusschen vrouwen- en slangenzaad blijft tot den jongsten dag.

En wanneer het Evangelie over de heele wereld gepredikt wordt, en over

heel de wereld die twee tegenover elkander staan, dan zal 't einde zijn.

Het zendingswerk is dus geen bijzaak, maar hoofdzaak. Het staat in

onmiddellijk verband met Christus' wederkomst.

Wij danken dan ook den Heere, dat wij ons met 't Zendingswerk weder in

goede richting bewegen.

Ge begrijpt, geliefden, dat ik de prediking met hartelijke instemming

heb aangehoord.

Ge begrijpt ook, dat ik de mededeeling omtrent de vroegere Duitsche

toestanden op Zendingsgebied met eenige verbazing vernam.

Bij eenig nadenken is evenwel mijn verwondering verdwenen.

Was 't vroeger bij ons ook niet ongeveer alzoo?

Neen, er was geen verbod om zendingswerk te doen. Maar men liet 't over

aan zendingsvrienden, en beschouwde 't een liefhebberijzaak van deze

menschen.

Tot voor korten tijd stonden we precies evenzoo tegenover den

evangelisatiearbeid. Wat is in onze dagen meer noodig dan 't

zendingswerk in onze naaste omgeving? Toch werd deze plicht door de

Kerk nog slechts weinig gevoeld.

En in werkelijkheid staan de meesten nog zoo tegenover den arbeid, dien

ik in des Heeren Naam en kracht ondernam, den arbeid onder voogdij-

en regeeringskinderen, onder zwervers, ontslagen gevangenen en

drankzuchtigen. Men vindt 't wel goed, dat ook die arbeid wordt

aangevat; maar men voelt er niet veel voor. En ziedaar juist 't gebrek!

Voor zulk werk moet worden gevoeld, anders kan 't niet slagen; want er

is reuzeninspanning voor noodig om het te volbrengen. Van alle zijden

moet hulp in voorbede en geldelijke bijdrage, worden geboden; anders

komt 't niet tot stand.

En wie maar even nadenkt, zal dadelijk moeten toestemmen, dat geen werk

meer noodig is dan dit werk. Er is een werk, dat bij voorkeur den naam

draagt van _Christelijk werk_. Daartoe behooren 't uit- en inwendig

zendingswerk, de arbeid onder al 't verlorene, 't gaan in de heggen, en

sloppen, 't bezoeken der gevangenen, enz. Wanneer een gemeente deze

werken niet heeft, zegt de Heiland van haar: »Gij hebt den naam, dat gij

leeft; maar gij zijt dood!"

't Spreekt vanzelf, dat de zuiverheid der leer bij dit practisch werk

niet mag worden verwaarloosd. Hoe zullen we op dit gebied ons hoofdwerk

goed doen, 't brengen van het Evangelie aan de schare, indien we 't niet

zuiver bewaren?

Bovenal moet bij dezen arbeid 't eigen, inwendig leven zorgvuldig worden

verpleegd. Alleen omdat de liefde van Christus hem drong, kon Paulus

alle bezwaren overwinnen in zijn moeilijk werk.

Maar wanneer 't vuur van binnen brandt, is 't ook zulk een heerlijk

werk.

Hoe verlangt mijn ziel naar 't oogenblik, dat ik dezen arbeid zal mogen

aanvatten!

Ik verheug mij, dat ik u in dezen opzichte wederom gunstige berichten

mag doen toekomen. Inplaats van 20 minuten word ik om den anderen dag

geregeld 40 minuten bestraald met Röntgen-belichting. 15 en 16 Januari

werd ik met radium behandeld. Vandaag kreeg ik nog een extra-behandeling

met kool-radium, weer een nieuw soort. Duurt de gewone radium wel 2000

jaren, deze kool-radium houdt slechts twee dagen zijn kracht. Maar

't doet eveneens een krachtige werking. Ondanks een kleine katarrh

verdraagt mijn gestel alles met het grootste gemak. Ik ga in gewicht nog

zelfs iets vooruit en voel mijn krachten herleven.

O wonder van goedheid, dat de Heere aan mij doet!

Dien alléénzaligen God beveelt ook u, geliefde gemeente, van ganscher

harte

Uw u liefhebbende oud-leeraar,

Van strak gespannen snaren · 第 30 / 56 题