AANTEEKENINGEN

[1] Bijnaam voor sergeant-majoor, wegens de dubbele gouden chevrons,

die zijne uniform versieren.

[2] Gebakken pisang.

[3] Masseeren.

[4] Stroosigaren.

[5] Muskieten-gordijn.

[6] Komt.

[7] Hagedis.

[8] Help, help!

[9] Rijksdaalders en guldens.

[10] Waarachtig lekker!

[11] Dansmeid.

[12] O, wat ben ik ziek!

[13] Help, help, wat doet mijn lichaam mij pijn!

[14] Wel verbazend!

[15] Artsenij.

[16] Vrouw.

[17] Markt.

[18] Gaarkeukentjes.

[19] Smakelijk eten.

[20] Inlandsche hond.

[21] Fakkels.

[22] Droegen.

[23] Draagstokken.

[24] Dicht struikgewas.

[25] Kleine kanonnen.

[26] Handen.

[27] Aan reepen gesneden en gedroogd vleesch.

[28] Vooruit Hollandsche honden, vooruit ongeloovigen!

[29] In groote hospitalen een afzonderlijke zaal, waarin lichte zieken,

die zich aan de tucht vergrepen hebben, verpleegd worden.

[30] Lievelings-uitdrukking van fatten, die nooit grooter gevaar onder

de oogen hebben gezien dan het op- en afspringen van een tram, voor de

eereteekenen, waarmede in den regel een Indisch militair is versierd.

Ge-eft Acht! Schetsen uit het Indische soldatenleven · 第 14 / 14 题