geheime diplomatie, opmerken, gedoogt toch niet dat men de overeenkomst
als van nul en geen waarde gaat beschouwen. Och kom, ik antwoord op
denzelfden trant met: rebus sic stantibus!
De Serviërs waren woedend. Wat verklaarbaar was. Want daar werd, om
het imperialisme der Italianen te bevredigen, een onmetelijk stuk
Zuid-Slavisch land verkwanseld, zonder de volken, die in dat land
woonden, te raadplegen en tegen het principe in, waarop Italië zijn
eenheid had opgetrokken en ook tegen dat, hetwelk de Entente in haar
oorlogsvaan had geschreven. En het was waarlijk niet het slechtste stuk
van het Yougo-Slavische land, dat Italië zich toegewezen zag.
We kennen het doel van Italië—het is reeds voor lange jaren
verkondigd—om van de Adria een „mare nostro” te maken. Om dien eisch te
verdedigen, voert het twee motieven aan, namelijk 1e. dat het kustland
van de Adria voor een deel door Italianen wordt bewoond en 2e. dat, voor
zoover er geen Italianen wonen, Italië het noodig heeft ten behoeve
zijner zekerheid en van zijn suprematie ter zee. Het eerste motief is er
een, dat wortelt in het nationaliteiten-principe, het tweede daarentegen
is er een van imperialistischen aard.
Voor zoover nu de Italianen hun eischen stellen op grond van het
nationaliteitsprincipe, hebben de Yougo-Slaven er vrede mee, tegen alle
anderen echter verzetten zij zich met hand en tand. Ze eischen deze
niet-Italiaansche landen voor zichzelf op en wel op grond daarvan, dat
ze door Yougo-Slaven worden bewoond.
Tegenover het motief, dat Italië aanvoert om de landen der Adria, die
niet door Italianen bewoond zijn, te annexeeren, stellen de Yougo-Slaven
de vraag: welke reden kan Italië hebben om, zoo de Entente overwint—en
in dit geval alleen kan de overeenkomst van kracht worden—van de Adria
een gesloten zee te maken ter wille van zijn zekerheid en zijn
suprematie ter zee? Zekerheid, tegen wien? Suprematie, over wien?
Oostenrijk-Hongarije is dan van de zee teruggedreven en kan op zee
Italië niet meer bedreigen. En de Yougo-Slavische staat, die dan geboren
wordt, bezit geen enkel schip, en zal er in onafzienbaren tijd geen
bezitten, althans geen oorlogsschip. De nieuwe staat zal voor een taak
komen te staan, die andere dingen eischt dan juist het bouwen van een
oorlogsvloot.
Ge wilt Triëst bezitten? vragen ze den Italiaan. Omdat de stad
Italiaansch is? Zeker, de meerderheid der bevolking dezer stad is thans
nog Italiaansch. Maar geheel 't achterland, dat 1.200.000 zielen telt,
is Sloveensch. Een derde deel der stedelijke bevolking is eveneens
Sloveensch en ze neemt sterk toe, van 20 pCt. in 1890 tot 30 pCt. der
bevolking in 1910; de Italiaansche bevolking gaat er sterk achteruit,
van 74 pCt. in 1890 tot 62 pCt. in 1910.
De Yougo-Slaven verzetten zich er eveneens tegen, dat de provincie
Goriza in Italiaansche handen komt. En terecht. Want de geheele
provincie is Sloveensch. Alleen de stad Goriza kan een kleine
meerderheid van Italianen aanwijzen, die echter gestadig afneemt, (van
74 pCt. der bevolking in 1890 tot 50 pCt. in 1910) terwijl de Slovenen
er in aantal toenemen. (18 pCt. in 1890 en 37 pCt. in 1910.)
Dalmatië heeft 645.000 inwoners, waarvan slechts 18.000 Italianen; de
rest is Serbo-Kroatisch. En het is dus te begrijpen dat de Yougo-Slaven
verslagen hebben gestaan over den eisch van Italië, om dit land te
annexeeren, te meer, daar zij daardoor tevens van de kust zouden worden
teruggedreven. Met een corridor naar een Dalmatische haven nemen zij
geen genoegen, te meer niet, daar de eenig bruikbare weg, om van het
binnenland naar de zee te komen, langs den rechteroever der Narenta loopt,
die zich in handen der Italianen zou bevinden.
De overweldiging van Dalmatië door Italië is zelfs sommigen Italianen te
kras. Prezzolini schreef in „La Dalmazia” (Venetië 1915): „Als overtuigd
partijganger van den oorlog tegen Oostenrijk, vóór zoovele anderen, die
thans den boom beklimmen, dien wij hebben geplant, willen wij niet dat
het Italiaansche volk, dat in den oorlog slechts een opoffering zag
voor een ideaal, geleid wordt naar een doel, dat met dit ideaal niets
te maken heeft, doch in formeelen tegenspraak is met al de principes,
waarvoor het naar de wapenen gegrepen heeft. Dalmatië veroveren is een
daad van imperialisme, die niet het gevolg mag zijn van een nationalen
oorlog”. En Marinelli en Salvemini zeggen in hun boek, la questione
dell Adriatica: „Door Dalmatië te veroveren, ontneemt Italië het de
mogelijkheid zich economisch te ontwikkelen; het scheurt dit land los
van zijn achterland; het veroordeelt zichzelf tot een politiek van
vergelding en van trouweloosheid tegenover de groote meerderheid van het
volk, het zou daardoor den haat der geheele wereld verdienen, zooals
Oostenrijk hem heeft verdiend, en zou de permanente vijandschap der
Yougo-Slaven, die zich in de armen van Duitschland zouden werpen, op
zich geladen hebben.... Iedere verovering op het Dalmatische vasteland
zou Italië niet versterken, maar verzwakken; om meester van de zee te
zijn en om zijn kusten tegen elk gevaar te beschermen, is het bezit van
Pola, Wallona en enkele der buitenste eilanden van den Dalmatischen
Archipel voldoende.”
Ik geloof, dat de Yougo-Slaven zich over het verdrag dat de Entente met
Italië gesloten heeft, niet erg ongerust behoeven te maken. Er is in den
tijd, sedert het werd afgesloten, heel wat gebeurd, dat de realisatie
ervan na den oorlog in den weg staat. Onder den druk der aanbiedingen,
die de Centrale Mogendheden Italië hadden gedaan, is dit land meer
toegestaan dan waarover de Entente met recht kon beschikken en in
flagranten strijd met de principes, die ze in haar oorlogsvaan
geschreven had. De verwachtingen, die de Entente van het optreden der
Italianen gekoesterd heeft, zijn ten deele uitgebleven. En, wat de
grootste beteekenis heeft: thans heeft Amerika zich in den wereldstrijd
geworpen. Eerst toen Wilson optrad, werden de ideeën, in dezen oorlog
te verwezenlijken, scherp op den voorgrond gesteld, het doel, dat
bereikt moest worden, scherp omlijnd. En met de ideeën en het
oorlogsdoel van Wilson strookt het verdrag der Entente met Italië in het
geheel niet. Het is dus te voorzien, dat Italië en de Yougo-Slaven wel
een overeenkomst omtrent de Adria zullen weten te treffen, waarbij beide
partijen bevredigd worden, zoo niet reeds deze overeenkomst getroffen
is, wat niet onwaarschijnlijk is.
Wat Italië verlangt, kunnen de Yougo-Slaven niet toestaan en ze
zullen het ook niet, want ze gevoelen geen lust de Oostenrijksche
overheersching te ruilen tegen een Italiaansche. Het hangt van Italië af
of de Yougo-Slaven met of tegen haar zullen zijn. Het belang van Italië
eischt echter, dat ze niet tegen haar zijn.
Napoleon I zei eens op St. Helena:
„Savez-vous ce que j'admire le plus dans ce monde? C'est l'impuissance
de la force pour organiser quelque chose de durable. Il n'y a que deux
puissances: le sabre et l'esprit. A la longue, le sabre est toujours
battu par l'esprit.”
Het is te hopen, dat de Italianen zich deze uitspraak van een groot man,
die groote dwalingen begaan heeft en meer dan eens, tot zijn nadeel,
tegen deze uitspraak gezondigd heeft, zullen herinneren vóór zij zich er
toe zetten om imperialistische tendenzen te gaan verwezenlijken.
5. DE TOEKOMST VAN DEN YOUGO-SLAVISCHEN STAAT.
Ik wil mijn schetsen over Yougo-Slavia niet eindigen zonder enkele
woorden te wijden aan de economische beteekenis, die de Yougo-Slavische
staat voor de toekomst zal hebben.
Ik kan slechts een schets, een zeer vage schets zelfs, geven, want
statistisch materiaal, om mijn meeningen te staven, staat niet te mijner
beschikking; het is, bij mijn vlucht uit Belgrado voor de granaten der
Oostenrijkers, in hun handen gebleven. Daarenboven, zelfs al zou dit
materiaal nog in mijn bezit zijn, dan nog zou ik mij toch afvragen, of
ik het wel gebruiken mag voor een toekomstbeeld, na het cataclysma, dat
over de wereld gekomen is.
Maar toch, al kan deze zeer kleine en vage schets er niet de minste
aanspraak op maken van wetenschappelijken aard te zijn, al ontbreekt
hier wetenschappelijk materiaal om mijn meening kracht bij te zetten,
een beeld van de toekomst, zij het ook in zeer grove trekken, zal ze
niettemin geven.
Tannenberg, in zijn Grooter Duitschland, heeft voorgesteld van
Zuidelijk-Kroatië en van Dalmatië een Duitsche provincie te maken, omdat
hij meent, dat Duitschland deze streken noodig heeft. Het gewone motief
van het pan-germanisme. Een groot volk mag men den weg naar de zee niet
versperren; daarenboven zou deze provincie een paradijs worden voor de
menschen uit het Noorden, die aan de Middellandsche Zee de versterking
van hun gezondheid vragen of den rijp van den Noordelijken winter
ontvluchten. De Kroaten en de Dalmatieërs konden naar Tunis of Tripolis
verhuizen, voor zoover ze niet wilden werken in het Pruisische rijk.
Aldus Tannenberg. Ik voor mij geloof, dat voor onze Duitschers van den
tegenwoordigen tijd sneller het Hemelsche als het Kroatische paradijs te
bereiken zal zijn.
De Dalmatiërs en de Kroaten zullen niet gaan verhuizen, doch blijven
wonen in het land hunner vaderen en daarvan, hoe het ook door
Oostenrijkers en Magyaren verwaarloosd is, een paradijs gaan maken
voor.... zichzelf.
Het Yougo-Slavische rijk, zooals het ontworpen is door het
Yougo-Slavische Comité en zooals het geëischt wordt door alle
Yougo-Slaven, zonder uitzondering, zal zich uitstrekken van Triëst aan
de Adria in het Westen tot aan Temesvar in het Oosten en van Zombar in
het Noorden tot aan Monastir in het Zuiden en zal 11 millioen inwoners
herbergen. Het zal echter plaats aanbieden voor 50 millioen menschen,
zoo niet meer, omdat het daarvoor ruimschoots de levensvoorwaarden kan
aanbieden.
De opbrengst van den landbouw kan in dit rijk gemakkelijk verdrievoudigd
worden; zelfs in het koninkrijk Servië, waar men den bodem niet bemest
en waar de landbouw zeer extensief gedreven wordt, is dit nog zeer
gemakkelijk te bereiken, terwijl in Macedonië nog niet tien procent
van den bodem was bebouwd en hoe dan nog. Industrie is er zoo goed als
niet in het Yougo-Slavische rijk; de bronnen om de industrie te doen
ontspringen, zijn echter rijkelijk aanwezig. De handel, vooral de
transito-handel, kan er tot grooten bloei geraken door de centrale
ligging van het rijk in Europa en door de aanwezigheid van goede havens
en goede verkeerswegen, zooals de Donau met zijn zij-rivieren. De
mijnbouw ligt, trots de aanwezigheid van voortreffelijke delfstoffen,
nog in zijn windselen, evenals die industrie, die in onmiddellijk
verband staat met de veeteelt, die in het Yougo-Slavische rijk groot
is. Millioenen menschen kunnen er dus nog een rijk bestaan vinden.
Er worden in het Yougo-Slavische rijk verschillende deelen te zamen
gebracht, die, ofschoon zij door één volk worden bewoond, niettemin
geheel afgescheiden werelden vormen, die elkander nauwelijks kennen,
en die op een verschillende trap van cultuur staan. Wie zal een bewoner
van het Hongaarsche Batschka of van Kroatië op één lijn stellen met een
Macedoniër?
Een deel der Serviërs, namelijk die van oud-Servië en Macedonië zuchtten
nog voor korten tijd onder het Turksche bestuur; een ander deel van
het volk onder het juk van den Oostenrijker en den Magyar, terwijl een
derde deel, namelijk de Montenegrijnen, geregeerd werden op min of meer
Russische manier, door een Czar in miniatuur. Maar ofschoon alle drie
een juk te dragen hadden, en zelfs een zeer zwaar, en alle drie deelen
van het volk werden verwaarloosd, bestaat er niettemin een verschil, en
zeer groot verschil, in de trap van ontwikkeling, waarop ieder hunner
staat.
Macedonië en Montenegro, zelfs Dalmatië, moeten opgevoerd worden tot de
cultuur van een Kroatië-Slavonië en alle landen, in hun geheel, tot die
van West-Europa.
In Macedonië heerschen erbarmelijke toestanden. Het is een land van den
landbouw, maar niettegenstaande er de bodem zeer vruchtbaar is, staat de
landbouw en de veeteelt er op een onbeschrijfelijk lage trap; men werkt
er nog met houten ploegen en de koeien vinden er geen stal. Scholen zijn
er eveneens zeer weinig te vinden; die er zijn, zijn opgericht door
Bulgaren en Serviërs. Rechtzekerheid bestond er evenmin; het was er
een kwelling een vermogend man te zijn, zoo men geen Mahomedaan was
en niemand gaf er dan ook veel om bezit. Hij, die geld bezat, verborg
het en bleef zich als een arm man voordoen. De wegen zijn er slecht
en spoorwegen kent men er zoo goed als niet. Er zal dus in dit land
ontzettend veel werk te verrichten zijn om het tot de hoogte van een
Kroatië op te voeren, waarmede jaren gemoeid zullen zijn.
Montenegro is een arm land en, in tegenstelling met Macedonië, een
onvruchtbaar land. Het is een ontoegankelijk bergland en daarom zal
het bouwen van wegen en van spoorwegen er op bijna onoverkomelijke
moeilijkheden stuiten. Het bezit echter een vrij goede haven en de
handel zal er wel tot bloei te brengen zijn, zoo men den levensstandaard
van de Montenegrijnen weet op te voeren. Het onderwijs staat er nog op
zeer lage trap en ook in dit opzicht is er veel te doen.
Dalmatië zal om verbetering van zijn havens en van zijn wegen vragen,
ook om den aanleg van spoorwegen, die zijn havens met zijn achterland,
Bosnië, zullen verbinden. Het zal ook vragen om zijn ondergeloopen land,
dat vruchtbaar is, droog te leggen. Het heeft behoefte aan scholen. Het
zal vragen om den bouw van een handelsvloot, want zijn bewoners zijn
goede zeelui. Het land is in het bezit van watervallen, uitstekende
drijfkrachten voor fabrieken en het zal daarom ook aandringen op de
oprichting van fabrieken. Het land is arm maar gaat een goede toekomst
tegemoet.
Geheel het Yougo-Slavische land zal om spoorwegen vragen, zoowel
Macedonië als Dalmatië, zoowel het—tegenwoordige—koninkrijk Servië
als Kroatië en Bosnië-Herzegowina. Want in dit opzicht zijn ook de
Oostenrijksche en de Hongaarsche regeering opzettelijk veel te kort
gekomen in hun plicht.
Macedonië en Servië zullen vragen om de exploitatie der mijnen, vooral
Macedonië, waar onder het beheer der Turken het mijnwezen geheel
verwaarloosd is geworden.
Rivieren zullen bevaarbaar gemaakt moeten worden. In de eerste plaats de
Marowa en de Vardar, waardoor, zoo beide tevens met elkander verbonden
worden, wat mogelijk is, Zuid-Duitschland langs den Donau, de Marowa en
den Vardar Salonika kan bereiken.
Verbetering van den landbouw, van den wijnbouw, van den boschbouw, van
den veestapel, verbetering van havens en van wegen, drooglegging van
ondergeloopen land, de aanleg van spoorwegen, het bevaarbaar maken van
rivieren, het scheppen van een industrie, de exploitatie van mijnen
zullen onmetelijke kapitalen vorderen, doch gewis zullen ze hun rente
opbrengen.
Het Yougo-Slavische rijk is tot heden bijna uitsluitend een land van den
landbouw en de veeteelt. Wat den landbouw aangaat, brengt het voort:
maïs, tarwe, haver, hennep, vlas, tabak, wijn, opium, rijst, katoen
en fruit, waaronder de bekende Servisch-Bosnische pruimen. Wat den
boschbouw betreft, levert het beuken-, noten-, dennen-, en eikenhout, in
groote hoeveelheden, waaronder het beroemde Slavonische eikenhout. Aan
metalen brengt het voort: goud, zilver, koper, (van voortreffelijke
kwaliteit) steenkolen, bruinkolen, lood, antimonium, zwavelkies en
cement, terwijl er ook steengroeven gevonden worden, zand- en kalksteen
en zelfs materiaal voor de vervaardiging van molensteenen en van
lithographischen steen. Men treft er ook voortreffelijke minerale
wateren aan. In de teelt van varkens, schapen, geiten en ossen, van
klein-vee, zooals kalkoenen, ganzen, eenden en kippen, is het groot.
Als men nu in aanmerking neemt dat dit land, met zulk een
verscheidenheid in producten van den bodem, dat tevens alle voorwaarden
aanbiedt, waaronder een industrie zich kan ontwikkelen, in het bezit zal
komen van een prachtige kuststreek met talrijke goede havens, grootere
en kleinere, Midden-Europa verbindt met Klein-Azië en Noordelijk-Afrika
en het doorgangsgebied is naar Mesopotamië en de Perzische Golf, dan
moet men tot de slotsom komen, dat het een schitterende toekomst
tegemoet zal gaan.
Maar lange jaren nog zal het Yougo-Slavische rijk een landbouwland
blijven. Het zal het echter zijn onder veel gunstiger voorwaarden dan
voorheen zijn enkele deelen. De goede havens, die het in bezit zal
nemen, zullen het volkomen onafhankelijk maken van den naasten buurman
en het in staat stellen zijn producten daarheen te voeren, waar men er
de meeste waarde aan hecht; want door de Adria ligt geheel het Westen
van Europa, Klein-Azië en Noordelijk-Afrika voor het rijk open.
En het zal, door zijn goedkoope verbindingen langs den Donau en zijn
zijrivieren, door zijn Adria-havens, die het in verbinding stellen met
de kust van geheel de Middellandsche Zee, een transito-gebied worden,
waar scheepvaart en handel welig zullen bloeien.
En de Duitscher zal, zoo hij met de producten zijner industrie
Klein-Azië en de Middellandsche Zee bereiken wil, verplicht zijn in
vrede met den Yougo-Slaaf te leven.
[Illustratie:
CARTE DE L' EXTENSION ETHNIQUE DE LA NATION SERBO-CROATO-SLOVÈNE
Par
ST. STANOÏÉVITCH,
docteur ès sçiençes,
professeur de l' histoire serbe à l' université de Belgrade
et
D. J. DEROCCO,
professeur de geographie à Belgrade.
LÉGENDE
Territoires habités par la population Serbo-Croato-Slovènes en masse
compacte
Oasis et endroits ou la population Serbo-Croato-Slovènes est clairsemée
REMARQUE
Cette carte ne fait qu'indiquer les territoires habités par la
population Serbo-Croato-Slovène
Elle ne tient compte ni de sa densité, ni de la proportion entre elle
et les autres nationalités habitant les mêmes territoires
Mich-Balgrade 1915
]
+--------------------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
| |
| Bron (B:) -- Correctie (C:) |
| |
| B: zeer noodzakelijk der wereld eindelijk |
| C: zeer noodzakelijk de wereld eindelijk |
| B: had in de IIe eeuw plaats, |
| C: had in de 11e eeuw plaats, |
| B: Informeert eens, mijnheer Passkoff, |
| C: Informeert eens, mijnheer Paskoff, |
| B: wonderbaarlijke cijfers is uitgedruk![1] |
| C: wonderbaarlijke cijfers is uitgedrukt![1] |
| B: van Ferdinand. Gnenadieff werd op |
| C: van Ferdinand. Ghenadieff werd op |
| B: de vriend von Tontcheff, is, evenals |
| C: de vriend van Tontcheff, is, evenals |
| B: vervolgd geworden wegen onrechtmatige |
| C: vervolgd geworden wegens onrechtmatige |
| B: Beschouwt vanuit intellectueel gezichtspunt, |
| C: Beschouwd vanuit intellectueel gezichtspunt, |
| B: Servische boeken vernietigd? Ze zullen |
| C: Servische boeken vernietigt? Ze zullen |
| B: onduldbaar De Duitsche „Orientpolitiek” |
| C: onduldbaar. De Duitsche „Orientpolitiek” |
| B: natie willen zich, gedreven daar de |
| C: natie willen zich, gedreven door de |
| B: Louis Léger en Chrales Loiseau en |
| C: Louis Léger en Charles Loiseau en |
| B: die in Bosnië-Herzogewina gebouwd zijn, |
| C: die in Bosnië-Herzegowina gebouwd zijn, |
| B: zich niet acclamatiseerden, maar te gronde |
| C: zich niet acclimatiseerden, maar te gronde |
| B: tegen de Turken het leven liet, Koos |
| C: tegen de Turken het leven liet, koos |
| B: plaats het Agrammer- en Friendjung-proces te |
| C: plaats het Agrammer- en Friedjung-proces te |
| B: hersteld—en dan is het de nationaliteiten |
| C: hersteld—en dan is het met de nationaliteiten |
| B: sterke Yougo Slavische staat te doen ontstaan, |
| C: sterke Yougo-Slavische staat te doen ontstaan, |
| B: Banaat (Zuidelijk Hongarije), ten Noorden |
| C: Banaat (Zuidelijk-Hongarije), ten Noorden |
| B: langs den rechterover der Narenta loopt, |
| C: langs den rechteroever der Narenta loopt, |
| B: mais, tarwe, haver, hennep, vlas, |
| C: maïs, tarwe, haver, hennep, vlas, |
| B: D. J DEROCCO, |
| C: D. J. DEROCCO, |
| B: ni de sa dansité, ni de la proportion |
| C: ni de sa densité, ni de la proportion |
| |
+--------------------------------------------------------+