Naar Kimberley

De »Bicycle Expeditie” had ons wijsheid geleerd. »Never again!” zeiden

wij tegen elkander—de heer Oerder en ik—onbewust de klassieke uiting

van Sir Alfred Milner op de lippen nemend. De groote wandeling van

Colenso naar het Duitsche lagertje, ten zuiden van Ladysmith, waren

wij ook niet vergeten. In het hart van den zomer maakt men niet gaarne

in Zuid-Afrika lange en steile tochten te voet. Dus nog eens: »Never

again!”

De energieke heer Japie Cilliers, die wel met evenveel recht als

Odysseus ποικιλομητης (slimme raadgever) mag heeten, gaf ook in deze raad:

»Ga met mij naar Johannesburg en wij zullen zien, wat Commandant Daniel

Schutte voor jullie kan doen.”

Zoo gezegd, zoo gedaan.

Eenige weken later waren wij per spoor te Bloemfontein aangeland en

wachtten wij slechts op een wagentje en twee sterke paarden, uit de

goudstad naar ons te worden gezonden, om de reis naar Kimberley en

Magersfontein voort te zetten.

Aangenaam was het mij onder het vriendelijke dak van mijnen zwager,

den heer Bartmann M. A., Superintendant van Onderwijs, eenige dagen te

mogen vertoeven, en President Steyn in diens huis te mogen bezoeken

en spreken. Daar hij aan 't Hoofd der Vrijstaatsche Burgermachten,

krachtens de Grondwet, gesteld was, vroeg ik hem _de kennisgeving_ door

Generaal Joubert aan mij overhandigd (zie Hfd. XXII) in te zien en zoo

mogelijk goed te keuren. Met een vriendelijken glimlach en de hem eigene

hartelijkheid hechtte hij zijne volle toestemming aan het geschrevene,

door met zijn potlood er dwars over te schrijven:

_Door mij gezien en goedgekeurd_,

M. T. STEYN.

Zes maanden bij de commando's · 第 51 / 79 题