XXXI.

De schilder van Ellezele.

De kerk van Ellezele bezit een fraai altaarstuk uit de XVIe eeuw: eene

kruisiging van den Zaligmaker. Op den donkeren grond van het tafereel

komt de witte kleur van een paard goed uit.

De schilder heeft zijn gewrocht niet onderteekend. Vandaar gissingen en

volksoverleveringen.

* * * * *

In de XVIe eeuw telde Ellezele twee voorname familiën. De eene droeg

den naam van Lelatteur, de andere dien van Dutransnoit.

Uit beide huizen sproten magistraten en geestelijken. Colard Lelatteur

was burgemeester in 1462; Jan Lelatteur werd schepen in 1510; Arnold

Lelatteur ontving de priesterlijke wijding in 1551.

Lodewijk Dutransnoit werd burgemeester in 1503; Jan en Joris Dutransnoit

beklommen het altaar, de eerste in 1504, de tweede in 1545; Jacob

Dutransnoit teekende als griffier in 1600.

Men vertelt in het dorp, dat een Lelatteur de genoemde kruisiging

schilderde. De man was zeer rijk, en beoefende de kunst om de kunst. Op

het tafereel maalde hij niet alleen de wezenstrekken zijner onderdanen,

maar ook de gedaante van zijnen schimmel.

Zijn broeder, die almede het penseel hanteerde, was naar Italië getogen,

waar omtrent dien tijd «eene geheele reeks meesters van den eersten rang

naast elkander optraden, die in even zoovele oorspronkelijke richtingen

dezelfde laatste schrede tot het toppunt van ideale schoonheid en

klassieke volkomenheid aflegden.» Wij bedoelen LIONARDO DA VINCI,

overleden in 1519; -- MICHEL-ANGELO, den hoofdmeester der Florentijnsche

school; -- RAPHAEL, die zijn innigste gevoel in zijne Madonna's ten

beste gaf; -- ANTONIO CORREGGIO, die in zijne werken het licht bewogen

gevoel zoo heerlijk deed gelden; -- TIZIANO VECELLIO, den hoogsten

meester in de edele verheerlijking der lichamelijke schoonheid.

Bij zijne terugkomst in het lieve vaderland sloop de Ellezeelsche

schilder in de werkplaats zijns broeders.

Daar stond eene pas geschetste schilderij. De aangekomene tooverde vlug

eene vlieg op het doek, en verwijderde zich. En toen de andere

terugkeerde, greep hij eenen borstel, om het ondeugende diertje weg te

jagen. Zoo fijn, zoo natuurlijk, zoo meesterlijk had zijn broeder het

kleine vliegje voorgesteld.

Men voegt er bij, dat de Lelatteur's op die wijze den toenaam van

_Mouche_ gekregen hebben.

Van dit alles zal wel geen woordje waar zijn. Wij hebben inderdaad geene

enkele oorkonde kunnen vinden, waarin een Lelatteur als schilder

aangeduid wordt. Daarentegen kennen wij een tiental stukken uit de jaren

1535-1569, welke «Jean Dutransnoit, peintre,» noemen. Deze woonde op het

gehucht _Gauquier_.

In 1543 trouwde Jan Hamaide, ridder en heer van Nieuwburg, met Barbara

Hauport, van Ellezele.

Jan Dutransnoit zal dan, op vereerend verzoek van de jonge gehuwden,

het altaarstuk geschilderd hebben, op hetzelve noch de lakeien, noch het

paard der edele familie vergetende.

* * * * *

In negen minuten brengt ons de trein van Ellezele naar Ronse. De afstand

is bijgevolg niet groot. Nochtans onderscheiden wij, in de richting van

Vlaanderen, ten minste drie valleien en twee reeksen van heuvelen.

De stoomwagen fluit, kucht, stopt.

En nu nemen wij afscheid van onze vriendelijke lezers en lezeressen,

allen hartelijk dankende voor hunne welwillende aandacht.

Reisjes in Zuid-Vlaanderen · 第 42 / 47 题