Naar Zottegem.
Achttien kilometers scheiden Oudenaarde van Zottegem. Tusschen beide
plaatsen liggen Eename, Welden, Munkzwalm en Rooborst.
Eename was zeer vroeg eene villa, met een versterkt kasteel.
Boudewijn van Rijsel stichtte er, in 1063, eene abdij, toegewijd aan
Sint-Salvator. De bisschop van Kamerijk bevestigde de stichting in den
loop van het volgende jaar. De kerkvoogd noemde Eename eene bloeiende
plaats met drij bedehuizen.
CH. PIOT heeft het cartularium der abdij uitgegeven. Zoo weten wij, dat
het jonge klooster spoedig mild begiftigd werd. Het bekwam de altaren
van Kortemark en Handzame, in 1085; -- het altaar van Opbrakel, in 1096;
-- dat van Welden, in 1110; -- de altaren van Semmerzake en Melsen, in
1117; -- die van Moorsele en Lemberge, in 1126. Voorts bezat het
gesticht tienden en goederen te Mater, te Welden, te Leupegem, te
Schoorisse, te Eine, te Avelgem, te Bosuit, te Moen, te Werken, te
Handzame, te Oost-Roosbeke, te Deurne, te Kluizen, te Marke, te
Oosterzele, te Everbeke en te Hoorebeke. Eene oorkonde van 1187 noemt
gronden, ingenomen door het kanaal de Yser.
Tijdens de Fransche omwenteling, op het einde der XVIIIe eeuw, zochten
de Kortrijksche nonnen van Groeninge eene schuilplaats in de abdij van
Eename, waar zij twee maanden verbleven. Zuster Carolina de Witte heeft
dit alles in haar dagboek aangeteekend.
Den 26 April 1794 -- zegt zij -- zijn wij vertrokken met het beeld van
O.-L.-Vrouw, en hebben vernacht te Waregem.
Den 27 's avonds zijn wij te Oudenaarde aangekomen, en hebben verbleven
in de abdij van Maagdendale tot den 29 's morgens, wanneer wij gegaan
zijn tot de abdij van Eename, alwaar wij bleven tot den 23 Juni.
Den 18 Mei, dag van het gevecht tusschen Kortrijk en Doornik, werd het
beeld op het altaar gesteld gedurende de hoogmis.
Den 23 Juni zijn wij vertrokken naar Velzeke, met nog vijftien andere
kloosterzusters.
Den 2 Juli heeft men het heilig beeld op het altaar gesteld in het
klooster van Velzeke.
Wij zijn daar gebleven tot den 6 Juli, wanneer wij naar Kortrijk zijn
teruggekeerd, slapende te Oudenaarde in de abdij van Maagdendale.
Den 8 zijn wij in ons klooster toegekomen, aldaar alles «in groote
troubels vindende.»
Eename telt hedendaags 890 inwoners.
Op het dorpsplein staat eene steenen kolom: de kaak of de schandpaal,
waartegen men vroeger zekere booswichten ten toon stelde.
Bij het aanleggen van de spoorbaan naar Zottegem, in 1867, vond men, op
het grondgebied van Erwetegem, vele Romeinsche muntstukken, bewaard in
een bruinachtig kruikje.
* * * * *
Zottegem, met ruim 3,000 inwoners, ligt eigenlijk benoorden de Vlaamsche
Ardennen. Doch het is een schoon, nijverig vlek, en verdient om meer
dan éene reden een bezoek.
Zottegem is de hoofdplaats van een kanton. Vijf ijzeren wegen loopen
hier samen.
In de XIVe eeuw bloeide er het lakenweven. Op zekeren dag, in 1314,
kwam Ketele, de toenmalige onderbaljuw van Gent, met eenige naijverige
mannen herwaarts. De rekening vermeldt, dat zij twee dagen «ute waren,»
en dat zij met twee wagens de gebroken getouwen wegvoerden. Dergelijke
baldadigheden gebeurden ook te Assenede.
Wij kennen eene rederijkkamer, welke te Zottegem de tooneelkunst
beoefende: _Die bloeit door liefde en eendracht, groeit_. In 1784
vertoonde zij te Kortrijk het treurspel _Mahomet_; in 1788 schreef zij
eenen prijskamp uit.
De parochiale kerk is goed hersteld en geschilderd. In den zijmuur langs
de Markt wijst eene ijzeren deur den grafkelder van Egmond en zijne
vrouw aan.
Twintig schreden verder rijst een klein standbeeld van den held van
St-Quintijn en Grevelingen. Het werd vervaardigd door CALLOIGNE, van
Brugge, en plechtig onthuld in den zomer van 1872.
Lamoraal, graaf van Egmond, bleef den godsdienst zijner vaderen getrouw;
hij beminde zijnen koning, en droeg zijne vrouw en kinderen eene
onbegrensde liefde toe. Op het slagveld was hij manhaftig; doch in het
gewone verkeer des levens scheen hij buigzaam en zonder de noodige
wilskracht.
Zoomin als Willem van Oranje en den graaf van Hoorn, kon Egmond het over
zijn hart krijgen, dat Granvelle in den Staatsraad eenen zekeren
voorrang had en naast de Landvoogdes de eerste plaats innam.
Zoo raakte hij in onmin met Granvelle, om meer en meer den Zwijger aan
te hangen, die koud, listig en vooral heerschzuchtig was. Ook schertst
VAN VAERNEWYCK, in zijne _Beroerlicke tijden_, niet weinig met den
gewestvoogd, als hij zegt: «Het was goed te merken, wat faveur de graef
de consistorianten droeg, daer hy hun niet en wilde verbieden hunne
manier van doen, verstaende nochtans, dat zy hem geobedieert zouden
hebben; waerom by sommigen een gemeen spreekwoord van hem ging, dat hij
op twee peerden reed: op een geusch en een katholiek peerd, maer dat hij
het meest het geusche peerd beschreed.»
Toen de hertog van Alva in de Nederlanden kwam, vertrok de Zwijger naar
Duitschland, om vreemde krijgsknechten aan te werven. De graven van
Egmond en Hoorn werden gevangen en den 10 September 1567 gekerkerd. Hun
proces duurde lang. Er bleek uit het gerechtelijk onderzoek en uit de
afgelegde getuigenissen, dat beide edellieden het eens waren met de
oproerige Geuzen. DE BAVAY, die de gansche rechtspleging liet
verschijnen, drukt zich uit als volgt: «Le comte d'Egmont était coupable
de rébellion et de lèse-majesté, à cause des mauvais offices qu'il avait
faits avec les sectaires séditieux et rebelles à la sainte église; et
pour avoir en outre favorisé la ligue et abominable conjuration du
prince d'Orange et d'autres seigneurs.»
Den 5 Juni 1568, op Sinksenavond, legden beide graven het hoofd onder
het mes van den beul.
Als men te Zottegem de breede Neerstraat volgt, ontwaart men, aan 't
einde links, de overblijfselen van Egmonds kasteel. Het biedt niets
merkwaardigs aan.
Zottegem is de geboorteplaats van den geneesheer LAURENS DE METS. In
1639 liet hij eene _Zalige remedie tegen de besmetting der pest_
verschijnen.