Naar Quaremont en den Kluisberg.
Een uitstapje naar Quaremont en den Kluisberg is, bij zomerweder, een
genot voor kinderen en bejaarden, voor alwie behagen schept in het
betrachten van Gods heerlijke natuur.
In een uurtje stoomt men van Kortrijk, door een allerschoonste
landschap, langs Zwevegem, Heestert, Avelgem en Ruien naar Berchem.
Avelgem en de omliggende dorpen hadden in de XVIe eeuw veel te lijden
van de Malcontenten en van de legers der Staten. Het kasteel van Avelgem
werd driemaal veroverd; de kerk, vier windmolens en meer dan tweehonderd
huizen werden afgebrand; van de duizend ingezetenen bleven er nauwelijks
honderd «te lijve.» Het dorp Autrijve lag gansch «vaghe,» evenals «de
splete» van Bosuit en Moen.
Avelgem is de geboorteplaats van C.-F.-A. DUVILLERS (1803-1885), wiens
volksliedjes zeer geprezen worden. STIJN STREUVELS schrijft er
hedendaags zijne boeiende verhalen.
Ruien gelijkt aan een dorpje uit een bergland. Boven de roode daken der
huizen wuiven de boomen van den Kluisberg met hunne donkergroene toppen.
Van Berchem leidt een klimmende weg naar Quaremont, eene gemeente van
1,550 zielen.
Quaremont ligt misschien in het schilderachtigste deel van heel
Zuid-Vlaanderen. De kerk staat op eene hoogte. Zij heeft eenen witten
gevel en eenen zwaren toren met eene kleine spits.
Een groot gedeelte van Quaremont is overdekt met bosschen. Diepe
ravijnen loopen in alle richtingen. Hier en daar borrelt ijzerachtig
water op.
De Romeinen hebben deze plaats gekend. Over eenige jaren heeft men er
een kerkhof ontdekt, met penningen en andere voorwerpen, welke men in
die verwijderde tijden bij de lijken placht te leggen.
Te Quaremont stond de wieg van JAN VAN HECK (1625-1669), die vele kleine
landschappen schilderde, welke hij met bloemen en vruchten versierde.
Hij verbleef eenige jaren te Rome en overleed te Antwerpen.
Den steenweg naar Ronse volgende, komt men aan _de Klok_, eene voorname,
landelijke herberg. Vóor het huis heeft men een schoon zicht op Zulzike,
Nukerke, Oudenaarde en het omliggende.
Een weinig verder, aan de herberg _de Martiko_, ontrolt zich een dubbel
panorama. Noordwaarts, door eene heerlijke vallei, blikt men op
Vlaanderen, met de torens van Gent en Oudenaarde aan den gezichteinder;
zuidwaarts, langs den Kluisberg, ontwaart men Henegouw, met den
Drievuldigheidsberg en de blauwe hoogte van Bon-Secours in het nevelig
verschiet.
Toen wij den laatsten keer de plaats bezochten -- in den zomer van 1898
-- dreef een onweder over de streek. Aan den eenen kant glinsterde het
zonnelicht; aan den anderen kant viel een dichte regen. Nu en dan vlogen
rosse bliksemflitsen door het wolkgevaarte. Nooit zullen wij dien dag
vergeten.
Aan den «Martiko» rechts gaande, kan men, langs het schoone kasteel van
Mevrouw de Crombrugghe, naar den Kluisberg wandelen.
In het bosch ademt men eene reine, smakelijke lucht in. De wind suist
in de boomen; de vogelen zingen in de struiken; de bijen gonzen op de
kleine heidebloempjes. Sierlijke varens en groene kraakbeziestruiken
groeien in de schaduwe.
* * * * *
De Kluisberg is 141 meters hoog, en grootendeels begroeid met
mastbosschen. De aanblik op Henegouw en West-Vlaanderen is nochtans niet
belemmerd. Bovendien vindt men daar een witgekalkt torentje, dat men
voor eenige centiemen mag beklimmen.
Honderden namen van groote mannen en gewone stervelingen staan op den
muur, waarmakende dat het plekje veel bezocht wordt.
Aan den voet des bergs ligt het lieve Ruien. Verder rijzen Orroir,
Amougies, Rozenaken, Schalafie en Anseroeul; nog verder onderscheidt men
Pottes, Celles, Herne en Molenbaix.
Westwaarts kronkelt de Schelde door weiden en meerschen. Over den stroom
beginnen de West-Vlaamsche valleien en verhevenheden, met Avelgem,
Autrijve, Helkijn, Sint-Denijs en Moen.
Aan den gezichteinder steekt de toren van Mont-St-Aubert, op den
Drievuldigheidsberg, in de lucht. Daarachter ontwaart men de reusachtige
torens van Doorniks hoofdkerk. En tusschen al die gemeenten staart men
op golvende graanvelden, op eenzame huisjes, op draaiende molens, op
wiegelende boomen, op slingerende straten en voetpaden, op spelende
kinderen, op rondslenterende mannen en vrouwen. En de zonne, langzaam
ten Westen neigende, werpt haar fijnste goud over heel het landschap.
Achter het torentje, in de toppen der sparren, zingen de vogelen
genoeglijk en tevreden... Ook de wandelaar is tevreden, en neurt den
dichter na:
o God, wat is uw schepping schoon,
Wat zijn uw werken wonder!
Wat is die hooge hemel blauw,
Hoe groen het veld er onder!
De grond van den Kluisberg is ijzerachtig. Niet verre van het
meergenoemde torentje, westwaarts, vindt men twee rechtstaande
rotsblokken van ongelijke grootte: Peetje en Meetje geheeten. De
geleerden vermoeden, dat het dolmens zijn, welke vroeger op den top des
bergs stonden en later, bij de opkomst van het christendom, als
duivelssteenen omvergestooten werden.
* * * * *
Eenige bijzonderheden, rakende de genoemde gemeenten, zullen hier te
stade komen.
Benoorden Ruien liggen Berchem en Kerkhove, met eene brug over de
Schelde. Berchem is eene levendige plaats; Kerkhove heeft eene Gothische
kerk, met smaak versierd naar de eischen der middeleeuwsche kunst.
Orroir, Amougies en Rozenaken of Russignies behooren tot het
arrondissement Oudenaarde, doch zij hebben eene Waalschsprekende
bevolking. Ons taalgebied is trouwens in het Zuiden van Oost-Vlaanderen
door eene reeks verhevenheden, als door eenen natuurlijken dijk,
afgesloten.
Rozenaken is de geboorteplaats van HENDRIK DEPELCHIN (1822). Deze
onverschrokken geloofszendeling wrocht in Afrika en in Oost-Indië. Hij
stichtte een college in het Himalaya-gebergte.
Zuidwestwaarts, in de richting van Robaais, schuilt Dottignies, eene
groote gemeente, met ongeveer 4,300 inwoners. Te Dottignies stond de
wieg van L.-P.-J. DUBUS DE GISIGNIES (1780-1849), eenen ervaren
staatsman. Dubus vertrok in 1825, als commissaris-generaal, naar
Oost-Indië. Hij bouwde de katholieke kerk van Batavia, zorgde voor het
algemeen welzijn zijner onderdanen, en poogde tevens den Belgischen
koophandel uit te breiden.
Ondanks de vruchtbaarheid des gronds, heerscht er door den band meer
welstand in het dal der Lei, dan in de vallei der Schelde. Terwijl de
bevolking van Harelbeke, Kuurne, Bissegem, Lauwe verdubbelde sedert
1820, is die van Avelgem, Waarmaarde, Heestert, Ansegem en Tiegem
merkelijk verminderd.