II

Als alle andere provinciën van Georgië, bezit ook Goerië een aantal

minerale bronnen , die echter door de inboorlingen veronachtzaamd

worden. Eene dezer bronnen, twintig wersten van Oezoergheti verwijderd,

nabij het dorp Sadjawasjy, zou ongetwijfeld den ondernemer, die haar

zou willen exploiteeren, rijk maken. Haar zwavelhoudend water heeft

reeds menige wonderbaarlijke genezing gewrocht; maar met uitzondering

van de lieden uit den omtrek, weet niemand daar iets van. Enkele

armzalige hutten en een ellendige doekhan vormen de geheele badplaats,

die toch midden in eene even bekoorlijke als gezonde streek is gelegen.

Eene andere merkwaardigheid van deze landstreek--waar stroomende

wateren en bloeiende vlakten, hooge bergen en weelderige valleien een

geheel vormen van zeldzame grootheid en rijke verscheidenheid,--is het

oude burchtslot Askana, de voormalige zomerresidentie der regeerende

vorsten. De indrukwekkende ruïne van het oude kasteel kroont eene

loodrechte rots, aan wier voet de rivier de Baknit-tskali kronkelt, en

van wier top men de geheele landstreek overziet. Het overschot van eene

kapel, twee met klimop begroeide torens, vijgeboomen, wilde wingerden,

heesters en bloemen--ziedaar wat van de vorstelijke residentie nog

over is. De plek wordt zeer zelden bezocht, zoo als blijkt uit het

dichte struikgewas, dat den toegang verspert en waardoor men zich

een weg moet banen.

Nog merkwaardiger zijn, op acht wersten afstands van Oezoergheti, de

overblijfselen van antieke steden, door den tegenwoordigen eigenaar van

het terrein ontdekt, toen hij opgravingen liet doen voor het leggen der

fondamenten van eene nieuwe woning. Voortgezette opgravingen brachten

twee steden aan het licht, die boven elkander waren gebouwd; de oudste

had steenen, de jongere houten huizen. Men vond achtereenvolgens

verschillende overblijfselen van monumenten, en nu onlangs heeft men

sporen ontdekt van een soort van amphitheater. Volgens de plaatselijke

overlevering zou deze stad meer dan duizend jaren oud en door de Joden

gesticht zijn; naar deze Joden--door de Georgiërs Oeria genoemd--zou

het land zelf, bij verbastering, Goerië zijn genoemd. Naar men zegt,

heette de stad eerst _Oeri-kalaki._ Beurtelings in het bezit der Perzen

en der Romeinen, ontving de stad later den naam van _Oedsjenar,_

vervolgens dien van _Petra,_ naar Petrus, een der generaals van

Keizer Justinianus, die in 532 de Perzen uit Lazistan verdreef en

het land onder de byzantijnsche heerschappij bracht. De gouverneur

van de nieuwe provincie liet toen op de puinhoopen der oude stad,

welke door de Perzen was verbrand, eene citadel bouwen, waarvan men

nog de overblijfselen ziet tusschen de Natanebi en de Skoerdebi,

en waaromheen langzamerhand eene nieuwe stad ontstond, die den naam

van Petra ontving.

Van deze tweede stad, die, naar het schijnt, een zeer belangrijken

handel dreef, is nog eene oude brug over, benevens waterleidingen,

romeinsche muren van buitengewone stevigheid, en eindelijk graven,

waarin men vrouwelijke toiletsieraden en andere voorwerpen gevonden

heeft. Van de schatten, welke, naar men beweert, hier in den grond

begraven zijn, is tot dusverre geen spoor ontdekt. De tegenwoordige

eigenaar van het terrein, die daar ook woont, heeft genoeg te doen

met het uitroeien der reusachtige boomen, die sedert eeuwen op dit

graf van twee steden zijn gegroeid. In alle landen, die tot den kring

der antieke beschaving hebben behoord, behoeft men doorgaans slechts

even den grond om te woelen om sporen van de oude kultuur te vinden;

maar in den Kaukasus is daartoe veel inspanning noodig, waartoe de

inlandsche bevolking, traag van aard, weinig lust gevoelt.

Toen ik te Oezoergheti vertoefde was het juist de vastentijd. Zoo als

men weet, zijn de voorschriften der grieksche kerk op dit punt zeer

streng en vorderen geheele onthouding van alle soort van uitspanning:

van tochtjes naar buiten, zelfs van het afleggen of ontvangen van

bezoeken was geen spraak. Het vlek was als uitgestorven. Daarentegen

was de kerk den geheelen dag vol. Ik had ruimschoots de gelegenheid,

om de schoonheid op te merken van de vrouwen des lands, wier gelaat

meer leven en uitdrukking heeft dan dat van de meeste andere vrouwen

uit Georgië. Maar even als haar zusters, ontbreekt het ook haar

ten eenemale aan zin voor orde en huishoudelijkheid. Haar meest

geliefkoosde uitspanning is het kaartspel. Ik ben getuige geweest van

eene partij, die volle veertien dagen duurde; men begon omstreeks zeven

uren in den morgen, hield tegen den middag op om te eten en hervatte

de partij om twee uur; om zes uur werd op nieuw gedurende eenige

oogenblikken opgehouden voor de thee, waarna de strijd weer begon,

met zoo veel ijver, dat het souper, hetwelk tegen tien uren gereed

werd gezet, soms om drie uren in den nacht nog onaangeroerd stond.

De geschiedenis van Goerië komt in de hoofdtrekken overeen met

die van Imerethië en van Mingrelië. Even als die provinciën, werd

de landstreek waarvan Oezoergheti de hoofdplaats was, tijdens de

verdeeling van het koninkrijk Georgië, bestuurd door een gouverneur;

en ook hier matigden de afstammelingen van dien koninklijken stadhouder

zich de souvereiniteitsrechten aan. De vorsten van Goerië behielden,

als familienaam den ouden titel van Goeriël. De eerst bekende vorst

des lands is Attabek, die in 1488 stierf en opgevolgd werd door zijn

zoon Giorgi. Dan volgt een lang tijdvak van innerlijke verdeeldheid en

beroeringen, waarin verschillende regeerende vorsten door pretendenten

werden verjaagd, verbannen, gedood; somwijlen geschiedde dit door hunne

eigene zonen, zooals met den opvolger van een anderen Giorgi gebeurde,

die in 1652 door zijn eigen zoon en erfgenaam werd vermoord. Kort

daarop in 1668 werden Demetrius, die over Goerië en Imerethië regeerde,

de oogen uitgestoken.

Dit is ook het tijdperk van de worsteling tegen de dreigende overmacht

van de Halve Maan. In 1689 sneuvelde de Goeriël Kaishrosrow in een

gevecht tegen de Turken, en weldra werd Goerië, in de handen der

ongeloovigen gevallen, eene provincie van het Turksche rijk. Meer dan

een eeuw lang droeg het land het harde juk; geplunderd en uitgezogen

door zijne beheerschers, gedwongen jaarlijks eene bepaalde schatting

aan slaven op te brengen, scheen Goerië ten ondergang gedoemd. In het

begin dezer eeuw stond het lang getergde volk eindelijk tegen zijne

verdrukkers op; in 1810 plaatste Goerië zich onder het protectoraat van

Rusland, maar behield voor het uiterlijk nog zijne onafhankelijkheid.

Toen de laatste Goeriël, Mamia, in 1829 stierf, met achterlating

van een minderjarigen zoon, werd de moeder van dit kind, de prinses

Sophia, tot regentes benoemd. Zij vatte het plan op, om zich aan

het russische oppergezag te onttrekken, en kwam op het ongelukkige

denkbeeld, daartoe de hulp van Turkije in te roepen. Om aan haar plan

uitvoering te geven, verliet zij Oezoergheti, om zich met haar zoon

naar Anatolië te begeven; maar de russische regeering, van de zaak

onderricht, bezette in hare afwezigheid het land en bestuurde het

aanvankelijk in naam van den minderjarigen vorst. Later werd Goerië

bij het rijk ingelijfd.

In de laatste eeuwen werd Goerië dus bijna aanhoudend geteisterd,

hetzij door binnenlandsche beroerten, hetzij door aanvallen van

buitenlandsche vijanden. Nog in den laatsten russisch-turkschen

oorlog (1876-77) moest het land zich verdedigen tegen de Turken,

die met een inval dreigden.

Oezoergheti gelijkt tegenwoordig vrij wel op een dier groote vlekken,

die in Europa door de mode zijn aangewezen, om daar den zomer door te

brengen. De huizen zijn ook hier omringd, wel niet door eigenlijke

tuinen--de horticultuur is hier nog onbekend--maar door velden met

mais, gerst, katoen of tabak beplant. Deze laatste kultuur, die door

de Turken is ingevoerd, heeft vooral eene groote uitbreiding gekregen

sedert de ziekte onder de zijdewormen is uitgebroken, waardoor de

zijdeweverij, welke voornamelijk door de vrouwen werd uitgeoefend,

te gronde is gericht. De vrouwen toch vervaardigden, zoo voor zich

zelven als voor de mannen, die fraaie zijden hemden, welke, naar oud

gebruik, met Paschen het eerst werden aangetrokken: hetgeen eigenlijk

beteekent, dat men hier eens in het jaar van ondergoed verwisselt. Laat

ons hopen dat, nu de katoen de plaats van de zijde heeft ingenomen,

de zindelijkheid bij die verandering mag hebben gewonnen.

De huizen van Oezoergheti zijn van hout gebouwd en hebben voor het

meerendeel maar eene verdieping. Met hunne rondloopende veranda

zien zij er zeer vriendelijk uit; terwijl de rustieke stijl in

volkomen harmonie is met het landschap. Dat betreft echter slechts

het uiterlijke: van binnen ontbreekt alle comfort. Op een afstand

gezien, maken deze pittoreske woningen een zeer aangenamen indruk;

maar de betoovering wijkt geheel, als ge binnentreedt. Het is

met deze huizen als met die inlandsche prinsessen, wier toilet, op

feestdagen en bij plechtige gelegenheden, uiterst kostbaar en keurig

is, maar wier nagels steeds in den rouw zijn. Het meubilair bestaat

onveranderlijk uit eenige houten banken met kostbare tapijten bekleed

en met kussens belegd. Als de nacht gekomen is, worden deze divans

als bedden gebruikt; hetzelfde vertrek dient beurtelings tot eetkamer,

tot salon en tot slaapkamer.

Naast die huizen in oosterschen stijl vormen twee gebouwen in

europeeschen trant een scherp contrast: het eene is een modern huis,

door een lid der voormalige regeerende familie bewoond; het andere is

een vervallen paleis, door den laatsten souverein van Goerië gebouwd,

en dat ten tijde der stichting--dat wil zeggen in het begin dezer

eeuw--voor een wonder gold. Nog nimmer had men in het land zoo iets

gezien; en men moet erkennen, dat het gebouw zelfs in Europa de

aandacht trekken zou. Het paleis, thans zeer vervallen, heeft drie

of vier verdiepingen; uit de talrijke vensters aan de vier zijden

heeft men een prachtig gezicht; maar aangezien de vroegere prinselijke

residentie thans een militair hospitaal is, heeft dat schoone uitzicht

voor de tegenwoordige bewoners minder waarde. De bijgebouwen, die

het hoofdgebouw omringen, hebben tegenwoordig eene geheele andere

bestemming dan de bouwmeester daaraan had toegedacht. Het badhuis dient

thans tot varkenshok; en de vroegere tuin, die het paleis omringde en

waarin verschillende zeldzame en vreemde planten werden aangetroffen,

is bijna eene wildernis. Er is sprake van, dien tuin tot eene publieke

wandelplaats in te richten.

Op het plein, tegenover het paleis, staan twee kerken: eene naar den

georgischen ritus, voor de inwoners der stad, de andere, naar den

russischen ritus, voor het garnizoen. Des zondags speelt de militaire

muziek op het plein; maar de inwoners, die zeer op hun gemak gesteld

zijn, komen daar niet naar luisteren; zij wandelen liever op de

veranda's hunner woningen. Uit de verte gezien, maken die wandelaars,

met hun smaakvolle tsjokha en hun bashlik, en vooral ook de dames,

met den georgischen sluier en hoofdband, eene zeer schilderachtige

vertooning. Als het mooi weer is, dient de veranda tot woonvertrek,

waar men zijn tijd doorbrengt, waar men eet, en dikwijls zelfs slaapt.

Oezoergheti, hoewel stil en rustig, is toch vrij sterk bevolkt. De

bazar beslaat eene oppervlakte van meer dan een werst; uit den aard

der zaak vindt men daar het middelpunt van het leven en verkeer. Deze

bazar, ter wederzijde door houten kramen omzoomd, is eigenlijk geene

straat, maar veelmeer een landweg, waarlangs aan beide zijden slooten

loopen. Langs de winkels loopt een planken voetpad, dat een paar voet

boven den beganen grond verheven is; over de beken of slooten zijn

boomstammen gelegd, die naar de verschillende kramen of winkels voeren;

onder uwe voeten zwemmen en kwaken de eenden. Dit is trouwens niets

vreemds, want ook de andere straten wemelen van allerlei gedierte.

Een der straten of lanen van den bazar is bestemd voor de handelaars

in kruidenierswaren, eene andere wordt ingenomen door kooplui in

tapijten, geweven stoffen en dergelijke zaken. Deze kooplieden zijn

voor het meerendeel Armeniërs, Mingreliërs of Turken; men vindt onder

hen zeer weinig Russen. De kleermakers, schoenmakers, wapensmeden,

blikslagers, hebben allen hunne aangewezen plaats, en allen oefenen

in hun kraampje of winkeltje, ten aanschouwe van het publiek, hun

ambacht uit. Wanneer men let op de hoogst eenvoudige werktuigen en

gereedschappen, waarvan deze ambachtslieden zich bedienen, dan kan

men moeielijk begrijpen, hoe zij zulk fijn en artistiek werk kunnen

leveren, als inderdaad uit hunne handen komt.

De kleederdracht der mannen in Goerië heeft eenige overeenkomst met de

turksche. In plaats van de lange jas, die in Imerethië en Mingrelië in

zwang is, draagt men een kort buis, een vest, een veelkleurige zijden

sjerp bij wijze van gordel, en daarover heen een lederen met goud en

zilver geborduurden gordel, waaraan de wapenen en andere voorwerpen

worden vastgemaakt. Een nauwsluitende broek en een bashlik voltooien

het kostuum. De vrouwen kleeden zich daarentegen naar de europeesche

mode, maar zonder eenigen smaak; de sluier, waarmede zij zich het

hoofd en de schouders omhullen, is het eenige werkelijk bevallige

en gracieuse kleedingstuk van haar toilet. Zij die zich bijzonder

onderscheiden willen, drijven den gruwel zoo ver, dat zij zich het

hoofd dekken met een der onzinnigen hoeden, die de ongerijmde mode

voor onze dames heeft uitgevonden.

Schetsen uit den Kaukasus De Aarde en haar Volken, 1887 · 第 2 / 7 题