OP HET AFSTERVEN DER HYACINTHEN.

Een oude wrok is dus in Zephyrus' gebleven?

Hij schijnt nog niet voldaan met Hyacinthus' leven!

Neen, zijne gramschap treft op nieuw 't onnozel bloed

Van dezen jongeling, in mijnen tuin gevoed.

Hij buldert met geweld, tot ondergang der loten,

Uit Phebus' lieveling tot ons vermaak gesproten.

Ziet hier de namen, ach! ziet hier het zwaar getal!

Wie heeft geen deernis met mijn droevig ongeval?

Eerst werd Andromeda door 't monsterdier verslonden;

Geen Perseus werd haar ten verlosser toegezonden.

De stevige Atlas, die den ganschen hemel torscht,

Moest bukken voor 't geweld van hagel, sneeuw en vorst.

Pomona gaf den geest! Vertumnus is verdwenen.

Helpt, Goden, mijn verlies in Frankrijk's kroon beweenen!

Fleury is heengereisd, die arme kardinaal!

Colossus viel ter neer; met hem mijn Prins Royaal.

Ach, brave Cicero, gij buktet voor tirannen;

Met u zijn Vrijheid en Het Roomsche Regt verbannen.

Formosa Helena is wederom geschaakt,

En Paris met zijn buit te zaam omkoud' geraakt.

De groote Goliath boog voor 't geweld der steenen,

Maar Koning David's dood moest ik meteen beweenen.

Mijn Ganimedes lag door 's winters hand geveld,

En werd door Arcas naar het starrendak verzeld.

Twee Roomsche keizers zijn, (Vitellius was de eene,

Augustus d'andere), met Nisa laas! verdwenen.

Zelfs Scheba's Koningin, met Koning Salomon

Zijn door 't geweld verdrukt, dat Juno zelfs verwon.

De Morgenster was heen, de Maagd van Dordt geschonden,

De Kroon van Salomon en Hollands Staat verslonden.

Mijn Philomela werd met Theseus omgebracht;

Polyxena op 't graf van Peleus' zoon geslacht.

Hier zag ik Icarus naar d'Eridaan gezonden;

Den dappren Hector aan Achilles' lijk gebonden.

Le Roi des fleurs stierf weg, door hagel (niet van lood),

Regina hield haar man gezelschap in den dood.

De Graaf van Egmond liet in mijn gezigt het leven;

Ik heb Honorius den laatsten snik zien geven.

Hier zag ik Hannibal, daar Cesar ondergaan,

Met Palamedes en Ulyssus is 't gedaan!

De trotsche Phaëton viel met den Zonnewagen;

Parmenio werd kort hierna in 't veld verslagen.

'k Zag Agamemnon in zijn eigen bloed gesmoord,

En Clytemnestra naast Orestes snood vermoord,

Hier moest ik Orondaat, daar Statira beweenen,

Ginds is mij Pyramus en Thisbe's geest verschenen.

De groote Jupiter vloog met den Arend heen,

De Zilvren Maan werd bleek; en Phebus' glans verdween.

Ik zag Patroclus naast zijn vriend Achilles sneven,

Vorst Priamus den geest aan Pyrrhus' voeten geven,

Het Hert is op den loop, en Pegasus op hol;

Wat van Monarq' du Monde, een allerbesten bol,

Nog worden wil, dat moet ik straks eens aan gaan staren,--

(De droes nam mij het paard,--zou hij den ruiter sparen?)

De Sultan is verreisd; King George meê van kant,

En met den Ooijevaar naar 't onbekende land!

'k Heb Thalia en Mars, en Hercules zien vellen;...

Waar is, o Goôn, de schaar die 'k eertijds konde tellen?

Waarmeê heb ik mijn tijd, mijn vlijt en geld verkwist?

Nu ben ik een bloemist, die al zijn bloemen mist!

't Was heel jammer en akelig. Maar dat was dan ook in het jaar 1740. En

daarbij: kan Maart het helpen, dat men hier, op onze 52 1/2° N.B.,

in den kouden grond planten wil kweeken, die in de Levant t'huis

behooren? Wie het wagen wil, wage het, maar werpe niet ten slotte de

schuld op ons klimaat!

Natuurfantazieën · 第 15 / 82 题