De markies zocht nog even in zijn borstzak en mompelde:

„Mijn portefeuille ... Ja die heb ik ...!”

„Die moest u ons maar meteen geven,” klonk het weer uit den mond van

Mr. Holliday, „daarin zal het gestolene geld wel geborgen zijn!”

„Een oogenblik,” antwoordde de markies. „Ik wil nog even een cigarette

aansteken.”

Bij deze woorden bukte hij zich naar een klein cigarettenétui op de

schrijftafel en drukte tegelijkertijd op een daaronder verborgen veer.

In het volgende oogenblik omgaf diepe duisternis de personen, die zich

in het vertrek bevonden.

De commissaris sprong naar voren en trachtte tegelijkertijd zijn

electrische zaklantaarn uit zijn jas tevoorschijn te halen, maar hij

struikelde over een vooruitgestoken been en Mr. Holliday kreeg een zoo

klinkende oorvijg, dat het vuur hem uit de oogen sprong.

Lord Clifford en de politie-agent hielden het voor het verstandigst,

rustig te blijven staan.

Men hoorde alleen nog een hoonend:

„Goeden avond, heeren!” uit den mond van den Braziliaan, daarna zich

snel verwijderende schreden en een dichtvallende deur, waarnaar de

politiebeambten in het pikdonker, dat hen omgaf, lang tevergeefs

zochten.

En toen deze deur eindelijk gevonden was, omhulde hen ook buiten de

kamer een Egyptische duisternis.

„De kerel heeft de geheele electrische geleiding uitgeschakeld!” riep

de detective uit, „maar wacht, heeren, als ik hem te pakken krijg ...!”

De anderen konden hun lachen niet bedwingen. Met veel moeite en steeds

met hun handen den weg zoekend, bereikten zij eindelijk de straatdeur

der villa.

Daar buiten hing de mist, de ondoordringbare, zwarte, reeds dagenlang

boven Londen hangende Engelsche mist, die elke achtervolging van den

vluchteling onmogelijk maakte.

Zoo ontsnapte Lord Lister, bijgenaamd John Raffles, de groote

onbekende, aan zijn vervolgers.

In welke gevaren hij zich daarna weer ging werpen, zullen wij in de

volgende afleveringen te weten komen.

Lord Lister No. 0009: Om goud en liefde · 第 4 / 4 段