VOETNOTEN

[1] Inderdaad moet erkend worden, dat er nog groote onzekerheid bestaat

omtrent de wijze, waarop de twee bovengenoemde stukken tot stand zijn

gekomen, en omtrent de echtheid en onechtheid van verschillende

gedeelten in de drie deelen van „Koning Hendrik VI”. Wie hierin verder

wil doordringen, moge het werk „William Shakespeare” van Brandes (1896)

pag. 29–37, de Henry-Irving-editie van Sh.’s werken, alsook de daar

aangehaalde werken raadplegen en de stukken zelf vergelijken. Hij zal

het een moeilijk werk vinden, tot een zekere uitkomst te geraken.

[2] Schiller had tot zijn dienst het overzicht der processtukken, door

del’ Averdy gegeven en vervat in het derde deel der Notices et extraits

des manuscrits de la Bibliothèque du Roi. Paris 1790. Dit werk bevindt

zich o. a. in de Groothertog. bibliotheek te Weimar.

[3] Men vindt de oudere bronnen opgenoemd in Karel Hase, Neue

Propheten. Leipzig 1851 en (2de druk) 1861; sedert is het aantal

geschriften over Jeanne d’Arc nog aanmerkelijk vermeerderd, met name in

Frankrijk door Wallon en O’Reilly, in Duitschland door G. Fr. Eysell.

[4] Shakespeare heeft van de beide broeders één persoon gemaakt.

[5] Die de geschiedenis nader wil kennen, moge het een of ander

uitgebreid werk over algemeene geschiedenis, zooals dat van Weber of

Schlosser, welke vrij algemeen verbreid zijn, of bijzondere werken over

dit tijdvak raadplegen.—De hier gebezigde uittreksels uit de kronieken

zijn in de uitgaven van Sh. door Knight, Delius en anderen en ook in

afzonderlijke werken, met name van Simrock, te vinden. Hier is vooral

het uitmuntend overzicht, door Gildemeister als inleiding bij zijn

Hoogduitsche vertaling van „K. Hendrik VI” gevoegd, ten grondslag

gelegd.

Koning Hendrik de Zesde · 第 165 / 165 题