Voor Coventry.
Op den stadsmuur verschijnen: Warwick, de Mayor van Coventry, twee
Boden en Anderen.
WARWICK. Waar is de bode van den dapp’ren Oxford?
Hoe ver is nog uw meester, goede vriend?
EERSTE BODE. Nu wis te Dunsmore en op marsch hierheen.
WARWICK. Waar is de man, die Montague ons zond?—
Hoe ver is onze broeder Montague?
TWEEDE BODE. Nu reeds te Daintry, met een groote macht.
(Sir John Somerville komt op.)
WARWICK. Nu, Somerville, wat zegt mijn waarde schoonzoon?
En hoe nabij is Clarence, naar gij gist?
SOMERVILLE. ’k Vertrok van hem en van zijn macht te Southam;
Twee uur kan ’t duren, maar dan is hij hier.
(Men hoort getrommel.)