IV. 7. 66. De liefste streek. In Arthur Golding’s vertaling van Julius
Cæsar (1565) kon Shakespeare lezen: Of all the inhabitants of this isle
the Kentishmen are the civilest. Sh. spreekt hier ook van the civil’st
place.
IV. 7. 131. Koopwaren op te nemen, waar onze bijlen borg voor spreken.
In ’t Engelsch staat: take up commodities upon our bills. Bill
beteekent zoowel wissel of schuldbekentenis, als hellebaard.
IV. 8. 13. Een oproerling. Hier is de blijkbaar juiste emendatie
gevolgd: Or let a rebel etc.
IV. 8. 48. „Vigliacco!” roept tot elk, dien hij ontmoet.—Het
Italiaansche woord vigliacco (lomperd, ellendeling), dat, viliacco
geschreven, bij Engelsche schrijvers van Sh.’s tijd meermalen voorkomt,
b.v. bij Ben Jonson, en dat in Florio’s Italiaansch woordenboek (van
dien tijd) verklaard wordt met a rascal, a base varlet. In de
Folio-uitgave, staat villiago, waarvan men ook wel villageois heeft
willen maken.
IV. 9. 26. Galloglassen. Evenals Kernen woeste Iersche troepen, ook in
Macbeth, I. 2. 13. vermeld. Galloglassen zijn zwaar-, Kernen
lichtgewapenden.
IV. 10. 9. Haver in plaats van helm. In ’t oorspronkelijke vindt men
een woordspeling met sallet, dat zoowel helm als salade beteekent.
V. 1. 144. Roept aan den paal hier mijn twee wakk’re beren. De Nevils,
waartoe Salisbury en Warwick behoorden, voerden een aan een paal
geketenden beer in hun wapen.
V. 2. 28. „La fin couronne les oeuvres.” Cliffords wapenspreuk en
oorlogskreet.
V. 2. 59. Medea. Medea deelde bij haar vlucht met Jason haar gedooden
broeder Abyssus in stukken, om haar vader bij zijn vervolging op te
houden.
V. 2. 68. „’t Kasteel van Sint-Albaans.” Men herinnere zich de
voorspelling: „Kasteelen moog’ hij mijden!” blz. 661, I. 4. 38.