ZESDE TOONEEL.

Aldaar. De Kanonstraat.

Jack Cade komt op met zijn Volgers. Hij slaat met zijn staf op den

Londener steen.

CADE. Nu is Mortimer heer van deze stad. En hier, zittende op den

Londener steen, beveel en gelast ik, dat, op kosten van de stad, het

manneke-pis niets anders dan rooden wijn zal geven in het eerste jaar

van onze regeering. En verder, voortaan zal het hoogverraad zijn, als

iemand mij anders noemt dan lord Mortimer.

(Een gewapend Rebel komt haastig aangeloopen.)

REBEL. Jack Cade! Jack Cade!

CADE. Slaat dien kerel dood!

(De Man wordt gedood.)

SMITH. Als die knaap verstandig is, zal hij u nooit meer Jack Cade

noemen; mij dunkt, hij heeft een mooie waarschuwing gekregen.

DICK. Mylord, bij Smithfield is een leger bijeengebracht.

CADE. Komt dan, laat ons met hen gaan vechten. Maar gaat eerst de

Londener brug in brand steken, en als gij kunt, brandt dan ook den

Tower plat. Komt, vooruit!

(Allen af.)

Koning Hendrik de Zesde · 第 88 / 165 题