Aldaar. De Kanonstraat.
Jack Cade komt op met zijn Volgers. Hij slaat met zijn staf op den
Londener steen.
CADE. Nu is Mortimer heer van deze stad. En hier, zittende op den
Londener steen, beveel en gelast ik, dat, op kosten van de stad, het
manneke-pis niets anders dan rooden wijn zal geven in het eerste jaar
van onze regeering. En verder, voortaan zal het hoogverraad zijn, als
iemand mij anders noemt dan lord Mortimer.
(Een gewapend Rebel komt haastig aangeloopen.)
REBEL. Jack Cade! Jack Cade!
CADE. Slaat dien kerel dood!
(De Man wordt gedood.)
SMITH. Als die knaap verstandig is, zal hij u nooit meer Jack Cade
noemen; mij dunkt, hij heeft een mooie waarschuwing gekregen.
DICK. Mylord, bij Smithfield is een leger bijeengebracht.
CADE. Komt dan, laat ons met hen gaan vechten. Maar gaat eerst de
Londener brug in brand steken, en als gij kunt, brandt dan ook den
Tower plat. Komt, vooruit!
(Allen af.)