SAY. Ja, maar uw hoogheid, hoop ik, neemt het zijn.
KONING HENDRIK. Hoe is het, vrouwe?
Nog altijd jamm’rend over Suffolk’s dood?
Ik vrees, mijn lief, zoo ik gestorven waar’,
Dan hadt gij mij zoo hevig niet betreurd.
KONINGIN MARGARETHA. ’k Had, liefste, u niet betreurd, ik stierf om u.
(Een Bode komt op.)
KONING HENDRIK. Wat is er? waartoe komt gij met die haast?
BODE. De muiters zijn in Southwark. Vlucht, mijn vorst!
Jack Cade is, houdt hij vol, Lord Mortimer,
Gesproten uit het hertogshuis van Clarence;
Hij noemt uw hoogheid onrechtmatig vorst
En zweert, in Westminster zichzelf te kronen.
Zijn leger is een havelooze bende
Van knechten, boeren, ruw en onbarmhartig.
Sir Humfried Stafford’s en zijns broeders dood
Gaf hun het hart, den moed om door te gaan.
Geleerden, advocaten, hof en adel,
’t Zijn rupsen; schaad’lijk goed; hun dood staat vast.
KONING HENDRIK. Godd’loozen, die niet weten wat zij doen!
BUCKINGHAM. Mijn koning, neem de wijk naar Killingworth,
Totdat een macht, die hen bedwingt, bijeen is.
KONINGIN MARGARETHA. O, leefde thans de hertog Suffolk nog,
Die Kentsche muiters waren ras bedwongen.
KONING HENDRIK. Lord Say, die oproermakers haten u;
Daarom, ga met ons mee naar Killingworth.
SAY. Dit bracht allicht uw hoogheid in gevaar.
Zoo ’t volk mij zag, dan wekte dit hun woede;
Niet raadzaam is ’t, dat ik de stad verlaat;
Ik blijf en houd mij schuil, zoo goed het gaat.
(Een Tweede Bode komt op.)
TWEEDE BODE. Jack Cade is in ’t bezit der Lond’nerbrug;
De burgers vluchten angstig uit hun huizen;
En ’t schelmsche volk vereent zich met de muiters,
Uit dorst naar buit; als één man zweren zij
De stad en ’t koninklijk paleis te plund’ren.
BUCKINGHAM. Zoo draal niet, heer; te paard en ras van hier!
KONING HENDRIK. Kom, Margaretha; hoop op God, hij helpt ons.
KONINGIN MARGARETHA. Mijn hoop vervloog, nu Suffolk niet meer is.
KONING HENDRIK (tot lord Say). Vaarwel, mylord, vertrouw de muiters
niet.
BUCKINGHAM. Vertrouw, daar gij verraad moet duchten, niemand.
SAY. Het volst vertrouwen stel ik op mijn onschuld,
En daarom ben ik moedig en gerust.
(Allen af.)