Vaarwel dan, Fancy!
Voortaan zij God met U, lieve droom, lieve lief!
Ik ga heen, waarheen weet ik niet,
Noch wat mijn lot zij, noch of ik U ooit terug zal zien,
Vaarwel dus, mijn zoete droom, mijn Fancy.
Toch, voor 't laatst--laat m'een oogenblik nog terugzien;
Langzamer en zwakker tikt in mij de klok,
Exit, het vallen van den nacht, spoedig zal het hart zwijgen.
Langen tijd hebben wij te zamen geleefd, te zamen liefgehad,
te zamen de vreugde des levens genoten;
O Heerlijkheid!--Nu is de scheiding daar--Vaarwel dus,
Fancy.
Maar niet te haastig toch,
Ja waarlijk, langen tijd was ons leven èèn, ons slapen en
ontwaken èèn, wij zijn samengevloeid tot èèn, in waarheid
vermengeld tot èèn;
Dus indien sterven moet zijn, sterven wij te zamen, ja, èèn
zullen wij blijven,
Indien wij ergens heengaan, zullen wij er samen heengaan,
om samen het onbekende te gemoet te gaan,
Misschien zullen wij een nog schooner, een nog blijder leven
leven, misschien zullen wij iets leeren,
Misschien zijt gij-zelf de onsterflijkheid wel, en leidt gij mij
nu op om het Lied van onsterflijke schoonheid te zingen
(Wie weet?)
Misschien zijt gij 't zelf, die de banden, welke ons aan de
aarde hechten, loswikkelt, ongeduldig om Uw ballingschap
te ontvlieden--dan, nu voor 't laatst:
Vaarwel--en wees gezegend, Fancy!