AAN EEN VREEMDE

Voorbijgaande vreemdeling! gij weet niet hoe innig verlangend

ik U aanzie,

Gij moet zijn hem dien ik zoek, of haar die ik zoek ('t komt

in mij als een droom)

Ergens heb ik zeker een vreugdevol leven met U geleefd,

Terwijl wij elkaar voorbijgaan fluïdisch, liefdedorstend, rein

en volwassen, herinner ik mij alles weer duidelijk,

Gij groeidet met mij op, waart een knaap met mij of een

meisje met mij,

Ik at met U en sliep met U, uw lichaam is niet enkel het

uwe gebleven noch heeft het mijne enkel het mijne laten

blijven,

Gij geeft mij de vreugde van uwe oogen, gezicht, lijf, als wij

elkaar voorbijgaan, gij neemt in keer van mijn baard, borst,

handen,

Het is mij niet vergund tot U te spreken, het is mij enkel

vergund aan U te denken als ik alleen ben of waak in den

eenzamen nacht,

Ik moet op U wachten, ik twijfel er niet aan, dat 't mij vergund

zal zijn U eens opnieuw te ontmoeten,

Ik moet oppassen dat ik U niet verlieze.

Grashalmen · 第 25 / 65 题