Voorbijgaande vreemdeling! gij weet niet hoe innig verlangend
ik U aanzie,
Gij moet zijn hem dien ik zoek, of haar die ik zoek ('t komt
in mij als een droom)
Ergens heb ik zeker een vreugdevol leven met U geleefd,
Terwijl wij elkaar voorbijgaan fluïdisch, liefdedorstend, rein
en volwassen, herinner ik mij alles weer duidelijk,
Gij groeidet met mij op, waart een knaap met mij of een
meisje met mij,
Ik at met U en sliep met U, uw lichaam is niet enkel het
uwe gebleven noch heeft het mijne enkel het mijne laten
blijven,
Gij geeft mij de vreugde van uwe oogen, gezicht, lijf, als wij
elkaar voorbijgaan, gij neemt in keer van mijn baard, borst,
handen,
Het is mij niet vergund tot U te spreken, het is mij enkel
vergund aan U te denken als ik alleen ben of waak in den
eenzamen nacht,
Ik moet op U wachten, ik twijfel er niet aan, dat 't mij vergund
zal zijn U eens opnieuw te ontmoeten,
Ik moet oppassen dat ik U niet verlieze.