Oer-momenten--wanneer gij over mij heen gaat--o reeds
komt gij weer,
Geeft mij nu enkel het genot van wellust,
Geeft mij den drank mijner hartstochten, geeft mij welig, wild
leven,
Heden ben ik de metgezel van de lievelingen der natuur,
hedennacht tevens,
Ik behoor tot hen die gelooven in den vrijen wellust, ik neem
deel aan de nachtelijke orgieën van jonge mannen,
Ik dans met wie dansen en drink met wie drinken,
De echo's weergalmen ons ontuchtig gezang, ik neem een
diepgevallene tot liefsten vriend,
Hij moet een wetschender zijn, ruw, ongeletterd, hij moet
iemand zijn door anderen veroordeeld om bedreven daden,
Ik wil niet langer veinzen, waarom zou ik vèr blijven van hen
die mijn ware makkers zijn?
O gij geschuwden, ik ten minste houd mij niet verre van U,
Ik begeef mij oogenblikkelijk in uw midden, ik zal uw dichter
zijn.
Voor U zal ik meer zijn dan voor een der anderen.