Een uur van woest genot, O geweldig! O laat mij bandeloos
wezen!
(Hoe komt 't toch dat ik mij in stormen zoo vrij gevoel?
Wat beteekent toch mijn gejuich onder het lichten des
bliksems en het woeden der winden?)
O laat mij meer van de mystieke deliria drinken dan eenig
ander man!
O wilde en teedere pijnen! (Ik vermaak ze U mijn kinderen,
Ik deel ze gaarne aan U mede o bruidegom en bruid.)
O laat me mij aan U overgeven wie gij ook zijt en gij geef U
over aan mij ten trots van de wereld!
O laat ik teruggaan naar het Paradijs! O schaamte en Vrouw!
O laat ik U tegen mij aandrukken om op uwe lippen voor 't
eerst de kussen te planten van een zelfbewusten man.
O, het raadsel, de drievoudig-gelegde knoop, de diepe, duistere
afgrond, alles ontbonden en verlicht!
O ik wil heensnellen waar ik eindelijk ruimte en lucht genoeg
vind!
Ik wil vrijgemaakt zijn van vroegere banden en vooroordeelen,
ik van de mijnen zoo goed als gij van de uwen!
Ik begeer een nieuw en ongekend vrijmoedig omgaan met het
beste van natuur!
Ik wil de beklemming van onzen mond losgemaakt hebben!
Heden of morgen het gevoel bezitten: ik ben genoegzaam
zooals ik ben.
O geef mij iets nog onbewezens! iets in een verrukking des
geestes!
Laat mij geheel ontsnappen aan de ankers en de grepen van
anderen!
Vrij te drijven! vrij te leven! zorgeloos gevaarvol door te
slaan!
Verdelging aan te zien met hoon en haar te lokken!
Op te stijgen tegen de hemelen der liefde waarvan ik droom,
er tegen op te tuimelen!
En steeds hooger te klimmen met mijn liefdedronken ziel!
Verloren te gaan indien dat zijn moet!
Het geheele verdere leven te voeden met een uur van volkomen
zaligheid en vrijheid!
Met een kort uur van woest genot.