25. Ondergang van het West-Romeinsche rijk. -- 476.

1. Het West-Romeinsche rijk bestond bijna slechts nog uit Italië, en

ook dit land ijlde met snelle schreden zijn ondergang te gemoet. De

wantrouwende keizer Valentinianus vermoordde den overwinnaar der Hunnen

Aëtius, den laatsten steun van 't keizerrijk. Daarop werd Valentinianus

op aansporing van den bevelhebber Maximus vermoord, die nu zelf den

troon besteeg en de keizerin-weduwe Eudoxia dwong, zijne gemalin te

worden. Deze wreekte zich, zoo het heet, daardoor, dat zij heimelijk

den Vandalenkoning +Geiserik+ uit Afrika riep. In allerijl verscheen

de Karthager met zijne vloot en trok met het gelande leger naar Rome.

De vluchtende Maximus werd door het volk gesteenigd en in den Tiber

geworpen. Niemand waagde tegen de Vandalen te strijden. Toen deed de

bisschop +Leo+ eene bedevaart tot Geiserik en verzocht, de ongelukkige

stad voor vuur en zwaard te sparen. De Vandaal beloofde het en hield

woord zoo goed hij kon.

Het was op den 25sten Juni 455, dat Geiserik zijn intocht in Rome

hield. Hij duldde brand noch moord; maar veertien dagen lang duurde

de plundering. Alle kunstschatten en kostbaarheden, die sedert de

vernieling door Alarik nog voorhanden waren, werden een buit der ruwe

Vandalen. Zij sleepten bovendien nog verscheidene duizenden ongelukkige

Romeinen, o. a. de keizerin en hare beide dochters, als gevangenen weg.

Karthago had na zes eeuwen zijne wrekers naar de Tiberstad gezonden.

Maar zelfs de Vandalen gingen hier minder wreed te werk, dan eens de

Romeinen in Karthago.

2. Na deze geduchte nederlaag van Rome heerschten hier in de korte

tijdruimte van 20 jaren nog 9 keizers, die door de bevelhebbers der

Duitsche troepen aangesteld en afgezet werden. De schepter ging van hand

tot hand, tot eindelijk +Odoaker+, een Duitsch legeraanvoerder, aan het

oude rijk een einde maakte. Hij voerde de +Herulers+ en +Rugiërs+ aan,

die eertijds in Pommeren woonden, en eischte voor de veeljarige diensten

zijner troepen een gedeelte van den grondeigendom. Toen dat geweigerd

werd, verdreef hij den laatsten Romeinschen keizer +Romulus+ (Augustulus

of de kleine Augustus bijgenaamd, omdat hij pas 15 jaar oud was) en

noemde zich zelven +koning van Italië+. Den jongen Romulus werd het

leven geschonken en een slot met een jaarlijksch inkomen bewilligd.

Daarentegen moest de vader van den laatsten keizer, de eergierige

veldheer Orestes, het leven laten.

Zoo werd in het jaar 476 na Chr. het Romeinsche rijk vernietigd, dat

volgens zijne eigene tijdrekening meer dan 12 eeuwen bestaan had. Het

Oost-Romeinsche of Grieksche rijk bestond na den ondergang van het

West-Romeinsche nog ongeveer 1000 jaren, tot 1453. In dat jaar werd het,

na vele voorafgegane verwarringen inwendig en aanvallen van buiten, door

de Turken onderworpen.

Met den val van Rome in het jaar 476 sluit de +oude geschiedenis+. In

de plaats der ontaarde Romeinen traden nu de ruwe, maar onbedorvene

volksstammen der Germanen of Duitschers, en stichtten op de puinhoopen

van 't Romeinsche rijk nieuwe zelfstandige staten met eigene wetten,

gebruiken en talen.

Algemeene Geschiedenis in Verhalen: Oudheid · 第 29 / 33 题