But stay, o spite!
But mark, poor knight,
What dreadful dole is here!
Eyes, do you see?
How can it be?
O dainty duck; o dear!
Dat Sh. hier een satire schrijft; op de dichtwijze en den wansmaak
van anderen, kan ten duidelijkste blijken uit de aanhaling van eenige
regels uit Prestons Koning Cambyses, een stuk, dat lang met toejuiching
begroet was en aan Sh.'s tijdgenooten goed bekend was:
"O blissful babe,
O joy of womb,
Heart's comfort and delight,
For counsel given
Unto the king,
Is this thy just requite?
O heavy day
And doleful time,
These mourning tunes to make!
With blubred eyes
Into mine arms
From earth I will thee take".
Sh. heeft het rijm vermeerderd, om de regels nog duidelijker te doen
uitkomen. De parodie moest het tusschenspel voor de toeschouwers nog
veel vermakelijker doen zijn, dan het voor ons wezen kan.
V. 1. 311. O, sneef, sneef, sneef, sneef, sneef! De in het
oorspronkelijke volgende woordspelingen zijn opmerkelijk. Na Pyramus'