Het woud bij Athene. De Elfenkoningin in slaap.
Dissel, Schaaf, Spoel, Wind, Tuit en Slokker komen op.
SPOEL. Zijn wij er allen?
DISSEL. Op een prik; en dit is een almachtig goede plaats voor onze
rippetitie; deze groene plek moet ons tooneel zijn, deze doornhaag
onze kleedkamer; en wij willen er alles bij doen, zooals wij het
zullen opsnijen voor den hertog.