HAAR VADER.

Den volgenden dag hadden de Londensche couranten kolommen vol staan

over de nieuwste gebeurtenissen, die zoowel op John Raffles, als op den

weesvader en ook op het gebeurde met de tanden van den Grooten

Onbekende ten huize van den kapitein der Iersche garde, betrekking

hadden.

Bijna de heele pers vierde den kapitein als nationale held en gaf zijn

woorden ongewijzigd weer, alsof ze met de waarheid overeenkwamen.

De humoristische bladen gaven satyrieke teekeningen van Raffles en

bespotten hem, daar hij eindelijk zijn meester had gevonden.

Toen Lord Lister ’s middags—hij had tot 1 uur geslapen om uit te

rusten—aan de ontbijttafel kwam, snelde Charly Brand opgewonden met een

pak couranten naar hem toe en riep:

„Je bent voor de geheele wereld geblameerd, beste Edward! Men maakt jou

op allerlei manier belachelijk om het verlies van je twee tanden, want,

zooals hier in de Times staat te lezen, heeft deze Iersche kapitein aan

de reporters verteld, dat hij een ervan als trophee aan zijn

horlogeketting zal dragen, terwijl van de andere een broche voor zijn

vrouw wordt gemaakt.”

Charly Brand had verwacht, dat John Raffles zich eveneens over het

artikel zou opwinden. In plaats hiervan echter lachte deze en zei:

„Dat heb ik wel verwacht, mijn beste Charly, doch voor alles ben ik zoo

hongerig als een wolf en hoop, dat je voor een uitgebreid ontbijt hebt

gezorgd.”

„Ik begrijp je kalmte niet”, zei Charly Brand, terwijl John Raffles aan

tafel ging zitten. „Ik vind het onverklaarbaar, je goede naam staat op

het spel!”

„Onzin!” lachte John Raffles, „mijn naam staat niet op het spel, doch

alleen die van den kapitein.”

„Je hebt altijd eene eigenaardige opvatting, beste Edward, doch ik moet

je eerlijk zeggen, dat na de artikelen, die de geheele pers omtrent jou

heeft openbaar gemaakt, geen Londensche straatjongen meer respect voor

je zal hebben.

„In plaats van jou is nu die soldatenbeul de nationale held geworden.

„Zooals de couranten melden, hebben alle boks- en worstelclubs hem al

tot eerelid benoemd. De koning heeft hem zelfs in audiëntie ontvangen,

zich jouw tanden laten toonen en hem voor zijn heldendaad een hooge

onderscheiding gegeven.”

„Naar ik hoop de olifantsorde”, lachte Lord Lister. „Wat is er

overigens voor nieuws? Staat er iets over den weesvader in de krant?”

„Jawel”, antwoordde Charly Brand. „Doch niemand vermoedt, dat jij

degene bent, die den kerel ontmaskerd hebt!”

„Haha”, lachte Raffles, „wie heeft hem dan in hechtenis genomen?”

„Volgens de berichten de inspecteur van politie Baxter van Scotland

Yard!”

„Zonder mij zou die man bepaald niemand in hechtenis nemen. Hij heeft

zich ditmaal weer behoorlijk met roem overladen! Doch ik verzeker hem,

dat hij per slot van rekening toch weer de kous op den kop zal krijgen.

„Een merkwaardig persoon. Maar ik mag hem wel! Men kan best met hem

omgaan en ik hoop van ganscher harte, dat hij nog jarenlang in functie

zal blijven.

„Ik zal daarom, opdat zijn goede naam onbevlekt blijft, niets omtrent

de eigenlijke toedracht der zaken openbaar maken.

„Daarentegen moet ik—wat den kapitein betreft—den koning mededeelen,

dat hij mij een onderscheiding moet doen toekomen, wanneer iets

dergelijks voor mijn tanden wordt uitgereikt. Zij zijn namelijk in mijn

mond gegroeid en niet in dien van den kapitein!”

Charly Brand lachte vroolijk en sprak:

„Wil je dan tot elken prijs dien kerel de tanden laten behouden?”

„Ik denk er niet aan”, antwoordde Raffles.

„De kapitein kan zich gerust dien tand laten trekken. Ik dacht er

vannacht al over, op welke wijze ik ze terug zou kunnen halen!”

Weldra had hij zijn ontbijt geëindigd, stak een sigaret aan en leunde

op zijn gemak in zijn fauteuil achterover.

Hij dacht eenige seconden na en rookte.

Lord Lister No. 0045: Het gestolen dienstmeisje · 第 17 / 21 题