I.

Toen Wronsky en Anna uit het buitenland teruggekeerd en in Petersburg

aangekomen waren, hadden zij in een der Russische hotels hun intrek

genomen, Wronsky op de eerste verdieping, Anna met het kind, de min

en een dienstmeisje op de tweede, waar zij vier kamers bewoonde.

Den eersten dag na hun aankomst was Wronsky naar zijn broeder

gereden. Hij trof daar zijn moeder aan, die voor zaken naar Moskou

gekomen was. Zij en zijn schoonzuster ontvingen hem als altijd, zij

spraken over zijn reis, over wederzijdsche bekenden, maar roerden

met geen enkel woord zijn verhouding tot Anna aan.

Toen zijn broeder hem den volgenden morgen een tegenbezoek bracht,

vroeg hij ook naar Anna. Wronsky zei hem ronduit, dat hij hun

verhouding als die van echtgenooten beschouwde, en dat hij haar nog

hoopte te overreden zich van haar man te laten scheiden, zooals deze

haar had aangeboden; dan zou hij haar kunnen trouwen, maar reeds nu

beschouwde hij haar als zijn wettige vrouw en verzocht hem, dit zijn

moeder en zijn schoonzuster te willen mededeelen.

"Of de wereld dit goed- of afkeurt, is mij onverschillig," had hij

gezegd, "maar wanneer mijn bloedverwanten met mij willen omgaan

als met een familielid, dan moeten zij ook mijn vrouw als zoodanig

beschouwen." Gregoor, die altijd veel prijs stelde op de meening van

zijn jongeren broeder, wist niet recht, of dit goed of verkeerd was;

de wereld moest dat beslissen, maar hij voor zich had er niets tegen,

en derhalve was hij met zijn broeder Alexei bij Anna binnengetreden.

In zijn broeders tegenwoordigheid en ook in die van anderen sprak

Wronsky Anna steeds met u aan, maar veronderstelde toch, als iets

dat van zelf sprak, dat hij hun verhouding kende, en zij spraken er

ook van, dat Anna zich naar Wronsky's landgoed zou begeven.

Ondanks zijn wereldkennis dwaalde Wronsky toch zeer in de beoordeeling

zijner positie. Men zou meenen, dat hij het inzag, dat de hoogere

kringen voor hem en Anna gesloten waren; maar nu kwamen in zijn

hoofd allerlei denkbeelden op, dat dit vroeger wel het geval zou

zijn geweest, maar dat men echter bij den tegenwoordigen vooruitgang

(onbewust was hij nu een aanhanger van elken vooruitgang geworden)

wel van meening veranderd zou zijn, en dat het volstrekt nog niet

uitgemaakt was, of de groote wereld haar op zou nemen of niet; van

het hof zouden zij natuurlijk uitgesloten blijven, maar alle andere

menschen zouden het zoo beschouwen en zoo handelen, als hij zelf.

Eenige uren kan men de voeten wel in een ongemakkelijke houding

onder zich houden, wanneer men zich bewust is, dat niets belet deze

houding te veranderen; wanneer iemand echter weet, dat hij in deze

ongemakkelijke houding blijven _moet_, dan zal hij met de beenen

trekken en er aanvallen van kramp in bemerken en naar die richting

stooten, waarin hij ze zou wenschen uit te strekken. Dit gevoel had

Wronsky nu tegenover de hoogere kringen. Hoewel hij in den grond

van zijn hart zeer goed wist, dat deze nu voor hem waren gesloten,

wilde hij toch eens zien, of zij intusschen niet veranderd waren en

hen ontvangen wilden. Maar hij bemerkte spoedig, dat, evenals bij

het spel van de kat en de muis, de kringen zich voor hem persoonlijk

openden, maar de handen, die voor hem waren opgeheven, zonken terstond

voor Anna.

Een der eerste dames uit de Petersburger groote wereld, die Wronsky

begroette, was zijn nicht, vorstin Betsy.

"Dus eindelijk!" riep zij hem van vreugde stralend toe. "En Anna? Hoe

verheugt het mij! Waar logeert ge? Ik kan mij voorstellen, hoe

vreeselijk vervelend het u nu na uw interessante reis in Petersburg

moet voorkomen. Ik kan mij uw wittebroodsweken in Rome voorstellen! Hoe

staat het nu met de scheiding? Heeft die plaats gehad?"

Wronsky bemerkte, hoe haar geestdrift verminderde, toen zij vernam,

dat dit nog niet het geval was.

"Men zal daarom wel een steen op mij werpen, dat weet ik," zeide zij,

"maar ik wil Anna toch bezoeken. Dat zal u aangenaam zijn. Ja, ik

kom bepaald. Gij wilt niet lang hier blijven?"

En werkelijk kwam zij nog dienzelfden dag bij Anna; maar haar toon was

reeds aanmerkelijk anders als vroeger. Zij liet zich klaarblijkelijk

veel op haar moed voorstaan en verlangde, dat Anna deze trouwe

vriendschap op prijs zou stellen. Zij bleef nauwelijks tien minuten,

vertelde nieuwtjes en zeide bij het afscheid:

"Hoe staat het nu met uw scheiding? Al stoor ik mij ook aan niets,

andere, kleingeestige menschen zullen misschien toch koel tegen u

blijven, zoolang gij niet getrouwd zijt. Maar dat is nu immers heel

eenvoudig. Ca se fait. Dus Vrijdag vertrekt gij reeds? Jammer, dat

wij elkander vóór dien tijd niet meer zien."

Uit Betsy's houding had Wronsky kunnen afleiden, wat hij van de wereld

te verwachten had, maar hij deed nog een poging bij zijn familie. Op

zijn moeder rekende hij niet. Hij wist, dat deze, die in den eersten

tijd der kennismaking zoo met Anna ingenomen was geweest, nu niets

meer van haar weten wilde, omdat zij haar beschuldigde haar zoons

carrière bedorven te hebben. Maar hij vestigde al zijn hoop op zijn

schoonzuster Warja. Zij, dacht hij, zou geen steen op Anna werpen,

zij zou vrijmoedig eenvoudig Anna bezoeken en haar ontvangen. Daarom

was hij terstond den volgenden dag naar haar woning gereden, en daar

hij haar alleen thuis vond, sprak hij zijn verwachtingen uit.

"Gij weet, Alexei," zei ze na hem te hebben aangehoord, "hoe veel

ik van je houd, en hoe ik bereid ben alles voor je te doen. Maar

ik heb gezwegen, daar ik wist, dat ik u en Anna Arkadiewna ..." Zij

zeide niet alleen Anna, maar uitdrukkelijk Anna Arkadiewna. "Ik bid

u, meen niet, dat ik haar veroordeel! Dat nooit! Ik had in haar

plaats misschien ook zoo gehandeld. Maar laat ons daar niet van

spreken! "Wij behoeven niet in bizonderheden te treden, zeide zij,

en zag hem verlegen in het betrokken gelaat. "Maar men moet de zaak

toch bij haar naam noemen. Gij wilt, dat ik haar zal bezoeken en

ontvangen om haar zoo weer in de wereld te rehabiliteeren, maar gij

moet het inzien, dat _kan_ ik niet. Mijn dochters zijn volwassen en

om harentwil moet ik in de wereld leven. Dus kort en goed: ik bezoek

Anna Arkadiewna, dan zal zij toch inzien, dat ik haar niet bij mij

kan uitnoodigen, of ik zou het zoo moeten inrichten, dat zij degenen,

die daar omtrent een andere meening hebhen, niet ontmoet; en dat zal

haar beleedigen. Verheffen kan ik haar niet, integendeel ik zou ..."

"Ik echter meen, dat zij niet dieper gevallen is, dan honderd andere

vrouwen, die gij ontvangt," viel Wronsky haar onvriendelijk in de

rede en daar hij zag, dat haar besluit vast stond, zweeg hij stil en

stond op.

"Alexei! wees niet boos op mij! Ik bid je, begrijp toch, dat ik geen

schuld heb!" zeide zij en zag hem met een verlegen lachje aan.

Maar zijn voorhoofd werd niet weder effen. "Ik ben niet boos op

u," zeide hij. "Maar het spijt mij zeer. Het spijt mij, omdat onze

vriendschap er door verbroken, ten minste er zeer door verminderd

wordt. Gij zult begrijpen, dat dit voor mij ook niet anders mogelijk

is." En hiermee verliet hij Warja.

Wronsky zag nu in, dat verdere pogingen vergeefsch waren en dat

zij de weinige dagen in Petersburg als in een vreemde stad moesten

doorbrengen. Zij moesten alle aanraking met hun vroegeren vriendenkring

vermijden om zich niet aan onaangenaamheden en beleedigingen bloot te

stellen. De grootste onaangenaamheid in Petersburg echter was deze,

dat, zooals het scheen, Alexei Alexandrowitsch en zijn naam overal

waren. Men kon geen gesprek aanknoopen, zonder dat het op Alexei

Alexandrowitsch viel, men kon nergens heen rijden zonder hem te

ontmoeten. Zoo ten minste scheen het Wronsky toe, als een mensch

met een zeeren vinger; al gaat hij er nog zoo voorzichtig mee om,

overal stoot hij er zich mede.

Het verblijf in Petersburg was voor Wronsky nog pijnlijker door

de omstandigheid, dat hij Anna in een geheel nieuwe, voor hem

onbegrijpelijke stemming zag. Nog pas op hem verliefd, werd zij

terstond daarna koud, prikkelbaar en ongenaakbaar. Er kwelde haar

iets, dat zij voor hem geheim hield; de beleedigingen, die zijn leven

vergiftigden, scheen zij niet te bemerken en daardoor maakte zij ze

voor hem nog te pijnlijker.

Anna Karenina(#13214) · 第 128 / 196 题