De receptie op het slot was voorbij. De vertrekkenden, die elkander
ontmoetten, spraken over het nieuws van den dag, over de laatst
verleende orden en onderscheidingen en over de verplaatsingen onder
de hoogere beambten.
Alexei Alexandrowitsch zag verstrooid onder de menigte rond en ging
naar de deur, in welker nabijheid hij de gravin hoopte te ontmoeten.
"Wat zijn zij allen sterk en gezond," dacht hij, terwijl zijn blik viel
op een forschen kamerheer met zorgvuldig onderhouden baard en op den
rooden hals van een in uniform gepersten vorst, dien hij voorbijging.
Langzaam voorbijgaande groette hij met de hem eigen waardigheid en
afgemat uitzicht deze beide heeren, die juist van hem spraken, en
zocht met de oogen Lydia Iwanowna.
"Ah, Alexei Alexandrowitsch!" sprak een oud heer in een met
goud overladen uniform, terwijl hij boosaardig met de oogen
pinkte en een koele buiging maakte. "Ik heb u nog in het geheel
niet gefeliciteerd!" en wees daarbij op het nieuwe lint der
Alexander-Newsky-orde.
"Ik dank u," antwoordde Karenin.
"Wat is dat vandaag een heerlijke dag," zeide de staatsman, den
klemtoon op het woord _heerlijk_ leggend.
Dat allen hem uitlachten, wist Karenin; maar hij had van hen ook
niets anders dan vijandschap verwacht en was daaraan gewoon.
Eindelijk zag hij de scherp uitstekende schouders van gravin Lydia,
die juist de deur uitkwam en met haar schoone, heldere oogen hem
zocht. Hij lachte even en ging haar te gemoet.
Onder de spitsroeden van al de spottende blikken rondom hem gevoelde
hij zich natuurlijk door haar verliefden blik aangetrokken, gelijk
een plant door de zon.
"Ik feliciteer u," zeide ook zij op het lint wijzend.
Hij trok met de schouders en sloot de oogen, als wilde hij zeggen,
dat dit hem geen blijdschap meer kon geven. Maar de gravin wist zeer
goed, dat dit een van die dingen was, die hem de grootste blijdschap
gaven, hoewel hij dit niet wilde erkennen.
"Hoe gaat het met onzen engel?" vroeg de gravin. Zij bedoelde Serëscha.
"Ik kan helaas niet zeggen, dat ik zeer over hem tevreden ben,"
antwoordde Karenin met opgetrokken wenkbrauwen. "Ook Sitnikow is over
hem ontevreden," (Sitnikow was een paedagoog, wien sedert eenigen
tijd Serëscha's wereldsche opvoeding was toevertrouwd.) "Zoo als ik
u reeds eenmaal gezegd heb, heeft hij geen begrip van de hoofdvragen,
die de ziel van ieder mensch, vooral van een kind toch belang moeten
inboezemen...." en Alexei Alexandrowitsch ontwikkelde verder zijn
gedachten over kinderopvoeding, het eenige onderwerp, dat hem buiten
zijn ambtsbezigheden interesseerde.
Nadat Karenin met behulp van gravin Lydia aan het leven en den arbeid
was teruggegeven, had hij het als zijn eersten plicht beschouwd zich
met de opvoeding van zijn zoon bezig te houden. Vroeger had hij zich
nimmer daarover bekommerd, maar nu wijdde hij een deel van zijn tijd
geheel aan de theorie dezer zaak. Eerst nadat hij een geheele rij
boeken over anthropologie, paedagogiek en dialectiek had gelezen,
vormde hij een opvoedingsplan en, terwijl hij den besten Petersburger
paedagoog tot uitvoering van hetzelve uitnoodigde, zette hij zich
met hem aan het werk. En deze zaak hield hem nu gedurig bezig.
"Ja, maar het hart! Ik vind in hem het hart zijns vaders weder, en
met zulk een hart kan het kind niet verkeerd zijn," antwoordde de
gravin met emphase.
"Nu, wij zullen zien.... Ik doe mijn plicht, en dat is alles, wat
men doen kan."
"Zult ge bij mij komen?" vroeg de gravin na een oogenblik gezwegen
te hebben. "Wij moeten over een voor u treurige zaak spreken. Ik
zou alles willen doen om u treurige herinneringen te besparen, maar
anderen denken anders. Ik heb namelijk van _haar_ een brief ontvangen,
_zij_ is hier in Petersburg."
Bij het noemen zijner vrouw geraakte Karenins gelaat in een starre
onbewegelijkheid, het drukte zijn volkomen radeloosheid in deze
zaak uit.
"Dat heb ik verwacht," mompelde hij.
Gravin Lydia Iwanowna zag hem met een bewonderende uitdrukking aan,
en tranen van verrukking over zooveel zielegrootheid vulden haar oogen.