XIV.

De crocketpartij, waartoe Anna was uitgenoodigd, zou uit twee

dames met haar minnaars bestaan. Een dezer dames, Lisa Merkalow,

was de hoofdvertegenwoordigster van een nieuwen Petersburger kring,

die de imitatie van de een of andere imitatie was en zich "_Les

sept merveilles du monde_" noemde. Deze kring was met dien, waarin

Anna anders verkeerd had, geheel in vijandschap, en buitendien

was ook de aanbidder van Lisa Merkalow, de oude Stremow, een der

invloedrijkste mannen van Petersburg, een politiek tegenstander en

ambtelijk concurrent van Alexei Alexandrowitsch. Met het oog hierop

had Anna er eerst niet willen heengaan, waartoe zij echter in de hoop

er Wronsky aan te treffen, later had besloten.

Anna kwam vroeger bij de vorstin dan de overige gasten. Op hetzelfde

oogenblik, dat zij er binnen trad, kwam ook Wronsky's knecht, die

met zijn lang uitgekamde bakkebaarden er uitzag als een kamerheer

of procureur-generaal. Hij bleef aan de deur staan, nam de muts af

en liet haar voorbijgaan. Anna herkende hem en wilde hem vragen,

waar zijn heer was, wilde terugkeeren en hem een brief medegeven,

maar zij vermocht het een noch het ander te doen, want reeds hoorde

zij de schel, die haar bezoek aankondigde en in de open deur stond

de lakei der vorstin, wachtend op haar intrede in de kamers.

"De vorstin is in den tuin. Men zal haar dadelijk bericht geven."

"Belieft u wellicht ook den tuin in te gaan?" zoo ontving haar een

andere lakei in de naaste kamer.

Zij verkeerde nog in denzelfden toestand van besluiteloosheid als te

huis, zij wist niet, wat te doen; zij moest blijven, hier, in een

haar vreemd en in haar tegenwoordigen toestand dubbel onaangenaam

gezelschap. Maar zij was in een toilet, dat zij wist dat haar goed

kleedde; zij gevoelde zich niet verlaten, want zij bevond zich in de

gewone, feestelijke omgeving der ledigheid en het was haar hier lichter

dan te huis; zij behoefde hier niet te denken, alles ging van zelf.

"Wat verheug ik mij, dat ge gekomen zijt," zeide Betsy. "Ik wilde juist

een kop thee drinken, maar gij," wendde zij zich tot Tuschkewitsch,

"ga eens met Mascha naar den crocket-ground zien, daar, waar ik het

grasplein heb laten aanleggen.... Zoo zullen we den tijd hebben met

elkander nog wat vertrouwelijk te praten, we'll have a cosy chat, niet

waar?" sprak zij weer tot Anna gekeerd en drukte haar lachend de hand.

"Te meer daar ik niet lang blijven kan. Ik moet noodzakelijk naar de

oude Wrede, ik heb het haar al honderd maal beloofd," antwoordde Anna,

die, hoe oprecht anders van natuur, in gezelschap en vooral nu den

leugen zeer eenvoudig en natuurlijk vond.

"Neen, ik laat u niet gaan, tot geen prijs," antwoordde Betsy en zag

haar daarbij uitvorschend aan. "Werkelijk, het zou mij beleedigen

als ge niet blijft." "Breng de thee in het salon," gebood zij den

wachtenden dienaar, daarbij, zooals zij gewoonlijk deed, als zij

deze lieden aansprak, de oogen half toeknijpend. Toen nam zij van

hem Wronsky's brief in ontvangst en las hem.

"Alexei heeft een faux pas gemaakt," zeide zij in het Fransch;

"hij schrijft, dat hij niet kan komen," voegde zij er onbevangen

en natuurlijk bij, alsof het haar niet in het hoofd kon komen, dat

Wronsky voor Anna een andere beteekenis had, dan die van partner in

het crocketspel. Anna was overtuigd, dat Betsy alles wist, en toch,

toen zij hoorde, hoe zij over Wronsky sprak, wilde zij voor het

oogenblik evenwel gaarne gelooven, dat zij van alles niets wist.

"Zoo," antwoordde Anna, alsof het haar weinig belang inboezemde.

"Vreest ge ook wellicht hier Stremow te ontmoeten?" hernam Betsy. "Laat

hem en Alexei Alexandrowitsch in hun zittingen met elkander een

lans breken, dat gaat ons toch niets aan. In gezelschap is hij de

beminnenswaardigste man, dien ik ken en daarbij een hartstochtelijk

crocketspeler. Ge zult eens zien. In weerwil van zijn komieke situatie

als een verliefde oude, heeft hij anders niets belachelijks aan

zich. Hij is een zeer net man. Sappho Stolz kent ge ook nog niet? Nu,

die is van een geheel nieuwe soort...."

Betsy zeide dit alles op haar luchthartige manier, terwijl Anna aan

haar guitige oogen bespeurde, dat zij een of ander in het schild

voerde. Zij zaten in het kleine salon.

"Ik moet overigens eenige woorden aan Alexei schrijven." En Betsy ging

zitten, schreef eenige regels en stak ze in een couvert. "Ik schrijf,

dat hij op het diner moet komen, daar anders een dame zonder cavalier

blijft. Lees het eens, of het dringend genoeg is. Excuseer me een

oogenblik. Och, sluit alsjeblieft het couvert en zend den brief weg,"

zeide zij reeds in de deur; "ik heb nog een kleinigheid te regelen."

Zonder zich een oogenblik te bedenken, ging Anna met het briefje

naar de tafel en, zonder het te lezen, voegde zij er bij: "Ik moet

je noodzakelijk zien. Kom naar Wrede's tuin. Ik zal daar om zes uur

zijn." Zij sloot en verzegelde het couvert en verzond den brief.

Bij de thee, die men in het koele, kleine salon binnen bracht, vormde

zich tusschen deze beide vrouwen werkelijk een cosy chat, zooals

de vorstin beloofd had. Zij spraken over hen, die zij verwachtten,

en eindelijk kwam het gesprek op Lisa Merkalow.

"Zij is zeer aangenaam in den omgang en ik had altijd veel sympathie

voor haar," zeide Anna.

"Ge moet haar lief krijgen. Zij dweept met u. Gisteren na den wedren

kwam zij bij mij en was wanhopig, omdat zij u niet meer aangetroffen

had. Zij meent, dat ge een echte romanheldin zijt, en dat zij, als zij

een man was, om uwentwil alle dwaasheden zou begaan. Stremow zeide,

dat zij dit reeds deed, zooals...."

"Maar zeg mij...." zeide Anna, na een oogenblik te hebben nagedacht

en op een toon, waaraan men kon hooren, dat het voor haar geen

onverschillige vraag was: "In welke betrekking staat zij tot vorst

Kaluschky, den zoogenaamden Mischka? Ik heb ze bijna niet te zamen

ontmoet. Hoe zit dat eigenlijk?"

Betsy's oogen lachten en zagen Anna opmerkzaam aan: "Een nieuwe

manier," antwoordde zij. "In den laatsten tijd kiezen allen deze

manier. Zij verbreken de boeien en werpen ze weg, maar de wijze hoe

men ze wegwerpt is verschillend."

"Ja, maar in welke betrekking staat zij dan eigenlijk tot Kaluschky?"

Betsy lachte plotseling luid en lang, wat haar zelden gebeurde. "Nu

stroopt ge op het gebied van vorstin Miagkaja. Dat is de vraag van een

enfant terrible...." en Betsy kon niet nalaten andermaal in lachen

uit te barsten. "Gij moet het haar zelf vragen...." zeide zij met

tranen in de oogen.

"Neen, ge lacht," zeide Anna, die onwillekeurig mede had moeten lachen,

"maar ik begrijp niet, welk een rol eigenlijk haar man daarbij speelt."

"Haar man? Die draagt haar doek achter haar en is verder tot elken

dienst bereid. Wat er verder is, daar wil niemand iets van weten. Ge

weet wel, dat men in beschaafd gezelschap niet eens over bizonderheden

van het toilet spreekt, zelfs er niet over denkt; zoo is het ook hier."

"Zult ge bij de Rolandaky's zijn?" vroeg Anna, om het gesprek op iets

anders te brengen.

"Ik geloof het niet," antwoordde Betsy, en zonder haar vriendin aan te

zien, begon zij de geurige thee in de kleine, doorzichtige kopjes te

schenken. Toen gaf zij Anna het kopje over en stak een cigarette aan:

"Ziet ge, zoo gevoel ik mij behagelijk. Ik begrijp u en ik begrijp

Lisa. Lisa is een van die naïven, die niet weten wat goed of kwaad is;

ten minste vroeger, toen zij nog zeer jong was, heeft zij het niet

geweten. Nu echter weet zij, dat de argeloosheid haar goed staat en

daarom weet zij nu opzettelijk niet...." zeide Betsy met een fijn

lachje, "en evenwel staat het haar goed. Weet ge, men kan een en

dezelfde zaak tragisch beschouwen en ze tot een kwelling voor zich

maken, terwijl een ander ze al heel eenvoudig en wellicht als komisch

opneemt. Wellicht zijt gij geneigd de zaak te tragisch op te vatten."

"Ik ken de anderen zoo goed niet als mij zelf," zeide Anna ernstig

en nadenkend.

"Une enfant terrible, une terrible enfant!" herhaalde Betsy. "Daar

zijn ook de anderen."

Anna Karenina(#13214) · 第 75 / 196 题