De crocketpartij, waartoe Anna was uitgenoodigd, zou uit twee
dames met haar minnaars bestaan. Een dezer dames, Lisa Merkalow,
was de hoofdvertegenwoordigster van een nieuwen Petersburger kring,
die de imitatie van de een of andere imitatie was en zich "_Les
sept merveilles du monde_" noemde. Deze kring was met dien, waarin
Anna anders verkeerd had, geheel in vijandschap, en buitendien
was ook de aanbidder van Lisa Merkalow, de oude Stremow, een der
invloedrijkste mannen van Petersburg, een politiek tegenstander en
ambtelijk concurrent van Alexei Alexandrowitsch. Met het oog hierop
had Anna er eerst niet willen heengaan, waartoe zij echter in de hoop
er Wronsky aan te treffen, later had besloten.
Anna kwam vroeger bij de vorstin dan de overige gasten. Op hetzelfde
oogenblik, dat zij er binnen trad, kwam ook Wronsky's knecht, die
met zijn lang uitgekamde bakkebaarden er uitzag als een kamerheer
of procureur-generaal. Hij bleef aan de deur staan, nam de muts af
en liet haar voorbijgaan. Anna herkende hem en wilde hem vragen,
waar zijn heer was, wilde terugkeeren en hem een brief medegeven,
maar zij vermocht het een noch het ander te doen, want reeds hoorde
zij de schel, die haar bezoek aankondigde en in de open deur stond
de lakei der vorstin, wachtend op haar intrede in de kamers.
"De vorstin is in den tuin. Men zal haar dadelijk bericht geven."
"Belieft u wellicht ook den tuin in te gaan?" zoo ontving haar een
andere lakei in de naaste kamer.
Zij verkeerde nog in denzelfden toestand van besluiteloosheid als te
huis, zij wist niet, wat te doen; zij moest blijven, hier, in een
haar vreemd en in haar tegenwoordigen toestand dubbel onaangenaam
gezelschap. Maar zij was in een toilet, dat zij wist dat haar goed
kleedde; zij gevoelde zich niet verlaten, want zij bevond zich in de
gewone, feestelijke omgeving der ledigheid en het was haar hier lichter
dan te huis; zij behoefde hier niet te denken, alles ging van zelf.
"Wat verheug ik mij, dat ge gekomen zijt," zeide Betsy. "Ik wilde juist
een kop thee drinken, maar gij," wendde zij zich tot Tuschkewitsch,
"ga eens met Mascha naar den crocket-ground zien, daar, waar ik het
grasplein heb laten aanleggen.... Zoo zullen we den tijd hebben met
elkander nog wat vertrouwelijk te praten, we'll have a cosy chat, niet
waar?" sprak zij weer tot Anna gekeerd en drukte haar lachend de hand.
"Te meer daar ik niet lang blijven kan. Ik moet noodzakelijk naar de
oude Wrede, ik heb het haar al honderd maal beloofd," antwoordde Anna,
die, hoe oprecht anders van natuur, in gezelschap en vooral nu den
leugen zeer eenvoudig en natuurlijk vond.
"Neen, ik laat u niet gaan, tot geen prijs," antwoordde Betsy en zag
haar daarbij uitvorschend aan. "Werkelijk, het zou mij beleedigen
als ge niet blijft." "Breng de thee in het salon," gebood zij den
wachtenden dienaar, daarbij, zooals zij gewoonlijk deed, als zij
deze lieden aansprak, de oogen half toeknijpend. Toen nam zij van
hem Wronsky's brief in ontvangst en las hem.
"Alexei heeft een faux pas gemaakt," zeide zij in het Fransch;
"hij schrijft, dat hij niet kan komen," voegde zij er onbevangen
en natuurlijk bij, alsof het haar niet in het hoofd kon komen, dat
Wronsky voor Anna een andere beteekenis had, dan die van partner in
het crocketspel. Anna was overtuigd, dat Betsy alles wist, en toch,
toen zij hoorde, hoe zij over Wronsky sprak, wilde zij voor het
oogenblik evenwel gaarne gelooven, dat zij van alles niets wist.
"Zoo," antwoordde Anna, alsof het haar weinig belang inboezemde.
"Vreest ge ook wellicht hier Stremow te ontmoeten?" hernam Betsy. "Laat
hem en Alexei Alexandrowitsch in hun zittingen met elkander een
lans breken, dat gaat ons toch niets aan. In gezelschap is hij de
beminnenswaardigste man, dien ik ken en daarbij een hartstochtelijk
crocketspeler. Ge zult eens zien. In weerwil van zijn komieke situatie
als een verliefde oude, heeft hij anders niets belachelijks aan
zich. Hij is een zeer net man. Sappho Stolz kent ge ook nog niet? Nu,
die is van een geheel nieuwe soort...."
Betsy zeide dit alles op haar luchthartige manier, terwijl Anna aan
haar guitige oogen bespeurde, dat zij een of ander in het schild
voerde. Zij zaten in het kleine salon.
"Ik moet overigens eenige woorden aan Alexei schrijven." En Betsy ging
zitten, schreef eenige regels en stak ze in een couvert. "Ik schrijf,
dat hij op het diner moet komen, daar anders een dame zonder cavalier
blijft. Lees het eens, of het dringend genoeg is. Excuseer me een
oogenblik. Och, sluit alsjeblieft het couvert en zend den brief weg,"
zeide zij reeds in de deur; "ik heb nog een kleinigheid te regelen."
Zonder zich een oogenblik te bedenken, ging Anna met het briefje
naar de tafel en, zonder het te lezen, voegde zij er bij: "Ik moet
je noodzakelijk zien. Kom naar Wrede's tuin. Ik zal daar om zes uur
zijn." Zij sloot en verzegelde het couvert en verzond den brief.
Bij de thee, die men in het koele, kleine salon binnen bracht, vormde
zich tusschen deze beide vrouwen werkelijk een cosy chat, zooals
de vorstin beloofd had. Zij spraken over hen, die zij verwachtten,
en eindelijk kwam het gesprek op Lisa Merkalow.
"Zij is zeer aangenaam in den omgang en ik had altijd veel sympathie
voor haar," zeide Anna.
"Ge moet haar lief krijgen. Zij dweept met u. Gisteren na den wedren
kwam zij bij mij en was wanhopig, omdat zij u niet meer aangetroffen
had. Zij meent, dat ge een echte romanheldin zijt, en dat zij, als zij
een man was, om uwentwil alle dwaasheden zou begaan. Stremow zeide,
dat zij dit reeds deed, zooals...."
"Maar zeg mij...." zeide Anna, na een oogenblik te hebben nagedacht
en op een toon, waaraan men kon hooren, dat het voor haar geen
onverschillige vraag was: "In welke betrekking staat zij tot vorst
Kaluschky, den zoogenaamden Mischka? Ik heb ze bijna niet te zamen
ontmoet. Hoe zit dat eigenlijk?"
Betsy's oogen lachten en zagen Anna opmerkzaam aan: "Een nieuwe
manier," antwoordde zij. "In den laatsten tijd kiezen allen deze
manier. Zij verbreken de boeien en werpen ze weg, maar de wijze hoe
men ze wegwerpt is verschillend."
"Ja, maar in welke betrekking staat zij dan eigenlijk tot Kaluschky?"
Betsy lachte plotseling luid en lang, wat haar zelden gebeurde. "Nu
stroopt ge op het gebied van vorstin Miagkaja. Dat is de vraag van een
enfant terrible...." en Betsy kon niet nalaten andermaal in lachen
uit te barsten. "Gij moet het haar zelf vragen...." zeide zij met
tranen in de oogen.
"Neen, ge lacht," zeide Anna, die onwillekeurig mede had moeten lachen,
"maar ik begrijp niet, welk een rol eigenlijk haar man daarbij speelt."
"Haar man? Die draagt haar doek achter haar en is verder tot elken
dienst bereid. Wat er verder is, daar wil niemand iets van weten. Ge
weet wel, dat men in beschaafd gezelschap niet eens over bizonderheden
van het toilet spreekt, zelfs er niet over denkt; zoo is het ook hier."
"Zult ge bij de Rolandaky's zijn?" vroeg Anna, om het gesprek op iets
anders te brengen.
"Ik geloof het niet," antwoordde Betsy, en zonder haar vriendin aan te
zien, begon zij de geurige thee in de kleine, doorzichtige kopjes te
schenken. Toen gaf zij Anna het kopje over en stak een cigarette aan:
"Ziet ge, zoo gevoel ik mij behagelijk. Ik begrijp u en ik begrijp
Lisa. Lisa is een van die naïven, die niet weten wat goed of kwaad is;
ten minste vroeger, toen zij nog zeer jong was, heeft zij het niet
geweten. Nu echter weet zij, dat de argeloosheid haar goed staat en
daarom weet zij nu opzettelijk niet...." zeide Betsy met een fijn
lachje, "en evenwel staat het haar goed. Weet ge, men kan een en
dezelfde zaak tragisch beschouwen en ze tot een kwelling voor zich
maken, terwijl een ander ze al heel eenvoudig en wellicht als komisch
opneemt. Wellicht zijt gij geneigd de zaak te tragisch op te vatten."
"Ik ken de anderen zoo goed niet als mij zelf," zeide Anna ernstig
en nadenkend.
"Une enfant terrible, une terrible enfant!" herhaalde Betsy. "Daar
zijn ook de anderen."